Google-vogelen

Zondag 9 december 2019 sprak ik in het radioprogramma Vroege Vogels de volgende column uit: [hij is hier ook terug te luisteren]

Bijna hand in hand met het verschijnen van de vuistdikke Vogelatlas, kwamen Sovon Vogelonderzoek Nederland en het Centraal Bureau voor de Statistiek afgelopen vrijdag ook met een loodzware boodschap: ‘Stadse broedvogels zijn als groep sinds 1990 met meer dan de helft achteruitgegaan.’ Het gaat om twintig soorten die langdurig en nauwkeurig geteld zijn, uiteenlopend van zwarte roodstaart tot houtduif. Geen van die soorten doet het in de stad beter dan in het buitengebied. Alleen met de huiszwaluw gaat het goed, karakteristieke huis-tuin-en-keuken soorten als spreeuw, huismus en gierzwaluw zijn in aantal afgenomen. De kuifleeuwerik is zelfs compleet verdwenen.

Dat is zorgwekkend nieuws, niet alleen voor vogels maar ook voor mensen. Steden worden groter, er wonen steeds meer mensen, en juist met de echte mensenvrienden onder de vogels gaat het slecht. Ik heb het hier vaker geroepen: het is de hoogste tijd dat we steden niet alleen behandelen als leefgebied voor mensen, maar ook voor planten en dieren.

Zeker ook omdat de wilde natuur onder druk staat. Biologen ontdekten dat in Braziliaanse bossen waar mobiel telefoonbereik is, beduidend minder zoogdiersoorten voorkomen dan in bossen waar de smartphone geen bereik heeft. Toen ze daarna de wereldwijde verspreiding van dik 23 miljoen GSM-zendmasten in kaart brachten, bleek dat mooi samen te vallen met gebieden waar de Human Footprint – zeg maar de mate waarin wij onze planeet vertrappen – maximaal is.

kraai_googleU kunt dus zelf bepalen, met uw mobiele telefoon, hoe het met natuur en milieu is gesteld. Prima bij minder dan één streepje bereik, belabberd als u kunt u bellen en verbinding met internet heeft. Heeft u optimaal bereik, dan heeft dat wel als voordeel dat u kunt meedoen aan de allernieuwste trend op het gebied van natuurgenot. Ik heb het over vogels kijken op Google Street View – de tot gigantische proporties uitgegroeide verzameling panoramafoto’s die je via het computerprogramma Google Maps in alle hoeken en gaten kunt bekijken. Je hebt er niet alleen onbeperkte toegang tot straten en pleinen, maar ook bergtoppen, bospaden, rivierbeddingen en woestijnen op alle continenten. En vogels zijn natuurlijk overal. Ze zijn ongemerkt vereeuwigd op paaltjes, elektriciteitsdraden, voedertafels, boomtakken en in de lucht.

De meeste vogels die Street View Birders zien zijn meeuwen, reigers en stadsduiven, maar er zijn ook waarnemingen van condors in de Andes, een kolibrie in Alaska, een zeldzame rode tiran op een Galapagos-eiland en pinguïns op Antarctica. Een groeiende club van momenteel 750 waarnemers heeft al 580 vogelsoorten afgetikt, dat is ongeveer vijf procent van alle vogelsoorten die onze planeet rijk is. Probeer het maar eens. Het bespaart u lange vliegreizen, 7 euro vliegtaks, benzine en vermindert uw eigen ecologische voetafdruk. Zoek vooral in steden en doe het snel. Wanneer Google de straatbeelden ververst, zullen er minder vogels te zien zijn.

Nuttige bronnen zijn aanklikbaar in de tekst

 

Advertisements

Groen heeft de toekomst

Op zaterdag 29 september 2018 mocht ik in Rotterdam met een column de conferentie ‘Groen van de toekomst‘ aftrappen. Voordat ik begon, heb ik onderstaand filmpje laten zien:

 

Daarna sprak ik de column uit:

Dit is de zogenaamde ‘leader’ van de televisieserie ‘Rotterdammers in het Groen‘ die  RTV-Rijnmond vanaf 22 september 2018 wekelijks uitzendt. Mijn rol is die van presentator, hoewel ‘presenteren’ een groot woord is – ik fiets door de stad, praat met ‘Rotterdammers in het Groen’ en af en toe roep ik wat. Wat ik zeg in dit filmpje, klopt. Ik ben eigenlijk altijd met dieren bezig, met dode dieren in het Natuurhistorisch Museum waar ik werk, of als ik buiten ben, met het rijke dierenleven in het Rotterdamse groen. Mensen in het groen heb ik eigenlijk altijd als hinderlijk ervaren. Ze jagen de vogels weg, vertrappen de planten, zagen bomen om, maaien het gras. En nu wilde Rijnmond juist mij mensen in de stadsnatuur laten bestuderen. Ze zochten een antwoord op de vraag ‘Wat doen ze er, waar en waarom?’.

Uiteindelijk heb ik het met veel plezier gedaan, vijf afleveringen – ‘Het stadspark’, ‘De singel’, ‘De stadstuin’, ‘De productietuin’ en ‘De volkstuin’. Kilometers gemaakt op een vouwfiets, van IJsselmonde tot in Overschie en van Schoonoord tot de Spoortuin. Ik moet toegeven dat mijn blik regelmatig afdwaalde af naar een tikkende specht of een jagende sperwer, maar toch kreeg ik de smaak te pakken, op mijn zoektocht naar mensen in parken en tuinen, op daken en langs singels.

Ik ben op groene plekken geweest die zelfs ik nog niet kende. Hippe dakakkers, verborgen stadstuintjes, braakliggende terreinen, volkstuinen, zelfs een verlaten treinspoor dat als onderdeel van ‘de Groene Connectie’ nu door een heuse stadsjungle voert. Met overal enthousiaste mensen die er van genieten en er letterlijk zelf wat van maken.

Ik heb ontdekt hoe Rotterdammers parken, tuinen en singels op verschillende manieren omarmen als een natuurlijk verlengstuk van hun leefgebied. Stadsnatuur is echt onmisbaar, voor iedereen!

Dat besef hebben we nog niet zo lang. Ik beweeg mij al een halve eeuw door het Rotterdamse groen. Heb de eekhoorns van het Kralingse Bos nog gekend. Heb de eerste Nijlgans zien komen, en ken de stad nog zonder aalscholvers en halsbandparkieten. Met mijn verrekijker had ik er tot een jaar of tien geleden bijna het rijk alleen. Hoe komt het dat de Rotterdammer openbaar groen terecht steeds meer als zijn natuurlijke habitat beschouwt en benut?

Dat heeft te maken met het besef dat natuur goed voor je is – je voelt je er fijn. Er is inmiddels een dikke stapel wetenschappelijk onderzoek die bewijst dat stadsmensen die een flinke portie buurtnatuur tot zich kunnen nemen, geestelijk en lichamelijk gezonder zijn dan mensen die dat moeten missen. Ziektecijfers zijn aanmerkelijk lager in groenere woongebieden. Lagere niveaus van depressie, angst en stress blijken geassocieerd met het aantal vogels dat mensen in hun omgeving kunnen zien. Het horen van vogelzang doet daar nog een schepje bovenop: het is rustgevender dan het geluid van kabbelend water en het zachtjes tikken van regen. Zelfs het voeren van vogels levert een heilzame klik tussen mens en natuur. Patiënten die in het ziekenhuis uitkijken op groen, genezen sneller dan zieken die uitzicht hebben op een blinde muur.

Na vijf weken filmen in de Rotterdamse stadsnatuur heb ik gezien hoe bestaande parken en andere groenvoorzieningen steeds intensiever gebruikt worden. Ik heb buurtbewoners letterlijk stadsnatuur zien maken, de BBQ-rookwolken boven het Vroesenpark zien opstijgen, en ben door een vrolijk dansend festivalpubliek op de schouders genomen. Ook heb ik kritische geluiden gehoord over wat wel en niet kan in een park. Waar ligt die grens?

De draagkracht van een park verschilt natuurlijk wezenlijk van die van een asfaltvlakte. De grens die gesteld moet worden, moet mensen de kans geven van het stadsgroen te genieten zonder uit het oog te verliezen dat juist het planten- en dierenleven de aantrekkelijkheid van parken bepaalt. Ik ken de veerkracht van de stadsnatuur en ben er van overtuigd dat ook uitzinnige festivalgangers liefhebbers zijn van het Rotterdamse groen. De grens van wat wel en niet kan, is een delicaat evenwicht tussen mens en natuur.

Natuurbesef is hierbij van groot belang, en biodiversiteit het toverwoord. Het toepassen van ecologische kennis in de stedelijke omgeving komt niet alleen plant en dier maar juist ook stadsmensen ten goede. Daar zou bij het groenbeheer vol op ingezet moeten worden. Benut braakliggende terreinen, maak groene verbindingen (ook met het buitengebied), maai bewust en met mate, geef insecten een kans, betrek burgers bij aanleg en onderhoud, en garandeer dat parken niet opgeofferd worden voor woningbouw of wegenaanleg.

Met het gestaag groeiende aantal mensen dat in een stedelijke omgeving leeft – nu al ruim 50 procent en in 2050 zeker 70 procent van de wereldbevolking – is het belang van stadsnatuur groter dan ooit.

Deze conferentie heet ‘Groen van de toekomst’. Ik zeg ‘Groen heeft de toekomst’.

.

De Ig Nobelprijzen van 2018

the_2018_Ig_Nobel_Prize_Photo_Eric_Workman-Improbable_ResearchIn de nacht van 13/14 september 2018 zijn in het Sanders theater van de Harvard Universiteit in de Verenigde Staten de tien nieuwe Ig Nobelprijzen uitreikt aan wetenschappers die met hun werk ‘mensen eerst aan het lachen maken en daarna aan het denken zetten’. Het was de 28e Ig Nobelprijs Ceremonie.

De prijzen gingen dit jaar (naar onderzoek) naar ‘Achtbaanritten tegen nierstenen’ (Geneeskunde), ‘Chimpansee imiterende mensen – en andersom’ (Antropologie), ‘Het ruiken van vliegen in een glas wijn’ (Biologie), ‘Menselijk speeksel als schoonmaakmiddel’ (Scheikunde), ‘Doe-het-zelf colonoscopie’ (Geneeskunde-onderwijs), ‘Calorie-inname van een menselijk kannibalisme dieet (Voedingsleer), ‘Het wel of niet lezen van gebruiksaanwijzingen’ (Literatuur), ‘Schreeuwen en vloeken achter het stuur’ (Vrede), ‘Het meten van nachtelijke erecties met postzegels’ (Voortplantingsgeneeskunde) en ‘Voodoo-poppen om wraak te nemen op foute bazen’ (Economie)

In de nu 28 jarige Ig Nobel geschiedenis, met 280 prijzen, zijn Nederlanders dertien keer bekroond. Dit jaar vielen er er geen Nederlanders in de prijzen.

Ig Nobel Geneeskundeprijs – [USA]*

Marc Mitchell & David Wartinger, 

voor het gebruiken van achtbaanritten ter bespoediging van de passage van nierstenen.

REFERENCE: “Validation of a Functional Pyelocalyceal Renal Model for the Evaluation of Renal Calculi Passage While Riding a Roller Coaster,” Marc A. Mitchell, David D. Wartinger, The Journal of the American Osteopathic Association, vol. 116, October 2016, pp. 647-

Ig Nobel Antropologieprijs – [SWEDEN, ROMANIA, DENMARK, THE NETHERLANDS, GERMANY, UK, INDONESIA, ITALY]*

Tomas Persson, Gabriela-Alina Sauciuc & Elainie Madsen, 

voor het verzamelen van bewijsmateriaal, in een dierentuin, dat chimpansees mensen ongeveer net zo vaak en net zo goed imiteren als mensen chimpansees imiteren.

REFERENCE: “Spontaneous Cross-Species Imitation in Interaction Between Chimpanzees and Zoo Visitors,” Tomas Persson, Gabriela-Alina Sauciuc, and Elainie Madsen, Primates, vol. 59, no. 1, January 2018, pp 19–29.

Ig Nobel Biologieprijs – [SWEDEN, COLOMBIA, GERMANY, FRANCE, SWITZERLAND]*

Paul Becher, Sebastien Lebreton, Erika Wallin, Erik Hedenstrom, Felipe Borrero-Echeverry, Marie Bengtsson, Volker Jorger & Peter Witzgall, 

voor het aantonen dat wijndeskundigen op betrouwbare wijze met behulp van geur de aanwezigheid van een enkele vlieg in een glas wijn kunnen herkennen.

REFERENCE: “The Scent of the Fly,” Paul G. Becher, Sebastien Lebreton, Erika A. Wallin, Erik Hedenstrom, Felipe Borrero-Echeverry, Marie Bengtsson, Volker Jorger, and Peter Witzgall, bioRxiv, no. 20637, 2017. (ook: Journal of Chemical Ecology, May 2018, Volume 44, Issue 5, pp 431–435)

Ig Nobel Scheikundeprijs – [PORTUGAL]*

Paula Romão, Adília Alarcão & wijlen César Viana, 

voor het meten van de mate waarin menselijk speeksel een goed reinigingsmiddel is voor vuile oppervlakken.

REFERENCE: “Human Saliva as a Cleaning Agent for Dirty Surfaces,” by Paula M. S. Romão, Adília M. Alarcão and César A.N. Viana, Studies in Conservation, vol. 35, 1990, pp. 153-155.

self-colonoscopyIg Nobel Geneeskunde-onderwijsprijs – [JAPAN]*

Akira Horiuchi, 

voor het medische rapport ‘Colonoscopie in de zittende positie: ervaringen met zelf-colonoscopie’ (‘Colonoscopy in the Sitting Position: Lessons Learned From Self-Colonoscopy’)

REFERENCE: “Colonoscopy in the Sitting Position: Lessons Learned From Self-Colonoscopy by Using a Small-Caliber, Variable-Stiffness Colonoscope,” Akira Horiuchi and Yoshiko Nakayama, Gastrointestinal Endoscopy, vol. 63, No. 1, 2006, pp. 119-20.

Ig Nobel Letterenprijs – [AUSTRALIA, SERBIA, EL SALVADOR, UK]*

Thea Blackler, Rafael Gomez, Vesna Popovic and M. Helen Thompson, 

voor het documenteren dat de meeste mensen die gecompliceerde producten gebruiken de gebruiksaanwijzing niet lezen.

REFERENCE: “Life Is Too Short to RTFM: How Users Relate to Documentation and Excess Features in Consumer Products,” Alethea L. Blackler, Rafael Gomez, Vesna Popovic and M. Helen Thompson, Interacting With Computers, vol. 28, no. 1, 2014, pp. 27-46.

Ig Nobel Voedingsleerprijs – [ZIMBABWE, TANZANIA, UK]*

James Cole, 

voor het berekenen dat de calorie-inname van een menselijk kannibalisme-dieet significant lager is dan de calorie-inname van de meeste andere traditionele vleesdiëten.

REFERENCE: “Assessing the Calorific Significance of Episodes of Human Cannibalism in the Paleolithic,” James Cole, Scientific Reports, vol. 7, no. 44707, April 7, 2017.

Ig Nobel Vredesprijs – [SPAIN, COLOMBIA]*

Francisco Alonso, Cristina Esteban, Andrea Serge, Maria-Luisa Ballestar, Jaime Sanmartín, Constanza Calatayud & Beatriz Alamar, 

voor het meten van de frequentie, motivatie en effecten van schreeuwen en vloeken tijdens het besturen van een auto.

REFERENCE: “Shouting and Cursing While Driving: Frequency, Reasons, Perceived Risk and Punishment,” Francisco Alonso, Cristina Esteban, Andrea Serge and Maria-Luisa Ballestar, Journal of Sociology and Anthropology, vol. 1, no. 12017,, pp. 1-7.

REFERENCE: “La Justicia en el Tráfico: Conocimiento y Valoración de la Población Española” [“Justice in Traffic: Knowledge and Valuation of the Spanish Population”)], F. Alonso, J. Sanmartín, C. Calatayud, C. Esteban, B. Alamar, and M. L. Ballestar, Cuadernos de Reflexión Attitudes, 2005.

Ig Nobel Geneeskunde-onderwijsprijs – [USA, JAPAN, SAUDI ARABIA, EGYPT, INDIA, BANGLADESH]*

John Barry, Bruce Blank & Michel Boileau, 

voor het gebruik van postzegels om te testen of het mannelijk geslachtsorgaan goed functioneert – zoals beschreven in hun publicatie ‘Nachtelijke peniszwelling-bewaking met postzegels’ (‘Nocturnal Penile Tumescence Monitoring With Stamps’).

REFERENCE: “Nocturnal Penile Tumescence Monitoring With Stamps,” John M. Barry, Bruce Blank, Michael Boileau, Urology, vol. 15, 1980, pp. 171-172.

stamps

Ig Nobel Economieprijs – [CANADA, CHINA, SINGAPORE, USA]*

Lindie Hanyu Liang, Douglas Brown, Huiwen Lian, Samuel Hanig, D. Lance Ferris & Lisa Keeping, 

voor het onderzoeken of het effectief is voor werknemers om Voodoo-poppen te gebruiken om wraak te nemen op foute bazen.

REFERENCE: “Righting a Wrong: Retaliation on a Voodoo Doll Symbolizing an Abusive Supervisor Restores Justice,” Lindie Hanyu Liang, Douglas J. Brown, Huiwen Lian, Samuel Hanig, D. Lance Ferris, and Lisa M. Keeping, The Leadership Quarterly, February 2018.

 * De landennamen na de categorie verwijzen naar de landen waar de prijswinnaars opgeleid zijn, werken of gewerkt hebben en verwijzen niet noodzakelijkerwijs naar de nationaliteit van de personen.

 

Kijk naar vogels!

Zondag 26 augustus 2018 sprak ik in het radioprogramma Vroege Vogels de volgende column uit: [hij is hier ook terug te luisteren]

madurodam_watch_out_for_birds-2018Terwijl ik afgelopen week alweer volop aan het werk was, hadden mijn kinderen nog schoolvakantie. Om hun blik op de wereld te vergroten, was mijn vrouw zo lief om met de kids naar Madurodam te gaan, waar ze ontdekten ‘waar het kleine Nederland groot in is’. Om mij toch nog een beetje bij dit gezinsuitstapje te betrekken, hielden ze mij via WhatsApp op de hoogte. Na het appje van 12:58 uur – een foto – had ik onmiddellijk spijt dat ik geen snipperdag genomen had. Bij de kassa van het panoramarestaurant stond namelijk een bordje met de tekst ‘Watch out for birds!’. Dat bleek geen aanbeveling om vogels te gaan kijken, maar de waarschuwing ‘Pas op voor vogels!’. Met ‘birds’ werden meeuwen bedoeld, want die beroofden op het terras in korte tijd twee nietsvermoedende toeristen van appelflap en hotdog. Zilvermeeuwen waren het, zag ik op de foto’s die binnenstroomden.

Het is nogal wat om voor de hele vogelwereld te waarschuwen, terwijl alleen meeuwen zich misdragen. En waar gaat het nu helemaal over? De meeuwen gaan net als wij voor de snelle, vette hap. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Afgelopen mei liftte een Californische meeuw (uitgerust met een zendertje) meerdere keren 240 kilometer mee op een vuilniswagen om zich bij een compostfabriek vol te vreten. Dat is net als het roven van een hotdog een enorme energiebesparing, waar alle vogels uiteindelijk naar streven.

Ik zie steeds meer van die ‘pas op’ borden, voor meeuwen, buizerds, kraaien. Straks moeten we ook nog oppassen voor mussen! Waar komt die angst voor vogels toch vandaan? Was het Alfred Hitchcock met zijn film The Birds, of de dolgedraaide oehoe van Purmerend? Hoewel de gevallen van steenarenden die zuigelingen uit kinderwagens stelen broodje-aap-verhalen zijn, is de kroonarend uit Afrika gespecialiseerd in het vangen van mensapen en zijn er menskinderschedels in kroonarendnesten gevonden. Zelfs de beroemde fossiele schedel van het Taung-kind, het type van de oermens Australopithecus africanus, de in 1925 ontdekte ‘ontbrekende schakel’ tussen aap en mens, vertoont gaten en andere sporen die veroorzaakt zijn door een roofvogelklauw. Misschien zit de vogelangst daarom nog wel in onze genen.

De waarschuwingen voor vogels die mensen lastig vallen vliegen je om de oren. De website magpiealert.com registreert waar de nummer 1 ‘Angry Bird’ van Australië, de zwartrugfluitvogel, zijn territorium tegen mensen verdedigt, en op de Crow Attack Tracker kunnen inwoners van Vancouver een kraai-veilige route uitstippelen. Overdreven vind ik dat. Vogels zien mensen simpelweg als onderdeel van hun verstedelijkte leefgebied en reageren daar hetzelfde op als op elk ander gevaar, en pikken ook een graantje van ons voedsel mee.

In plaats van ‘Watch out for birds!’ zeg ik ‘Watch birds!’ – Kijk naar vogels! Ga zitten op een terras met een hotdog of appelflap op een bordje en neem de kans waar om een zilvermeeuw van dichtbij te bekijken. Kijk eens in de priemende ogen, let op de kleur van de oogring, zie en hoor hoe ze op soortgenoten reageren. Geloof me, de kans is groot dat je steeds vaker naar vogels gaat kijken en de ‘pas op’ waarschuwingen negeert.

Nuttige bronnen, zijn aanklikbaar in de tekst.

Hij komt! ‘Der Entenmann’

Der Entenmann_Kees Moeliker_Edel Books_3D Cover_eingerücktEen interview in Der Spiegel van 29 april 2017 bracht mijn werk onder de aandacht van veel mensen in Duitsland. Hierdoor raakte de Hamburgse uitgever Edel Books  geïnteresseerd in mijn eerste boek ‘De eendenman‘. Via mijn Nederlandse uitgever Nieuw Amsterdam regelden ze de rechten voor de Duitse uitgave. De vertaling – een hoogstandje van Gerrit ten Bloemendal – werd gesubsidieerd door het Nederlands Letterenfonds. Het boek verschijnt 7 september 2018 onder de titel ‘Der Entenmann – Von Spatzenklöten, aussterbenden Filzläusen und nekrophilen Enten’.

Geen idee of men in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland op ‘Der Entenmann’ zit te wachten, maar ik ben blij met een grote, nieuwe lezersmarkt voor onwaarschijnlijk onderzoek, opmerkelijk diergedrag en dode dieren met een verhaal.

Überarbeitet und aktualisiert
Omdat ‘De eendenman’ inmiddels behoorlijk gedateerd is (2009), heb ik het boek in overleg met Edel Books geactualiseerd en aangevuld met passende verhalen uit ‘De bilnaad van de teek’ en ‘De kloten van de mus’. Het hoofdstuk ‘Homoseksuele necrofilie’ is breder van opzet en heet nu ‘Nekrophilie im Tierreich’. Het bevat een representatief overzicht van seksuele interacties tussen levende en dode dieren. Het hoofdstuk over mijn Ig Nobel avontuur (‘Sind Sie der Entenmann?’) is uitgebreid met een verhandeling over Ig Nobel prijswinnaars uit Duitstalige landen. Voor ‘Help, de schaamluis verdwijnt!’ heb ik aanvullend onderzoek gedaan in Duitse insectencollecties en in de oude Duitse schaamluisliteratuur. Duitsland en Oostenrijk blijken de bakermat van het schaamluisonderzoek te zijn. Het hoofdstuk ‘De maffe merel’ (‘Die durchgeknallte Amsel’) bevat meer gevallen van schaduwboksende vogels, en er is een nieuw hoofdstuk over dieren die het slachtoffer werden van sportwedstrijden: ‘Sportopfer’. Alles bijelkaar 320 rijk geïllustreerde pagina’s:

Der Entenmann – Von Spatzenklöten, aussterbenden Filzläusen und nekrophilen Enten 320 Seiten | Hardcover mit 122 Abbildungen | Format 13,5 x 19 cm
Auch als E-Book erhältlich | ISBN 978-3-8419-0610-6 | bestellen kan hier

Hieronder twee citaten waarmee het boek, bij wijze van motto, begint:

Oskar Heinroth (1871-1945) was een groot eendenkenner die de term ethologie  (gedragsonderzoek) als vakgebied binnen de biologie introduceerde. Zijn leerling, Konrad Lorenz (1903-1989), borduurde voort op Heinroths werk en sleepte er, samen met Niko Tinbergen en Karl von Frisch, in 1973 de Nobelprijs mee in de wacht.

Bestellen kan alvast hier: [klik]

 

Meeuwenschreeuwen

Zondag 29 april 2018 sprak ik in het radioprogramma Vroege Vogels de volgende column uit: [hij is hier ook terug te luisteren]

KrauseVorig jaar verscheen in Duitsland een opmerkelijk boek, getiteld ‘Singt der Vogel, ruft er oder schlägt er?’ [‘Zingt de vogel, roept hij of slaat hij?’] Het is een handwoordenboek voor vogelgeluiden, maar je hebt er buiten helemaal niets aan om vogelzang te kunnen thuisbrengen. Het gaat de schrijver, Peter Krauss een gepensioneerde leraar Duits, namelijk niet om de vogels zelf, maar om de manier waarop mensen vogelgeluiden onder woorden brengen. Hij heeft daarmee een uitstervende woordenschat op papier gezet die in de Duitse taal uitzonderlijk rijk is. Alleen al voor het beschrijven van het geluid van de watersnip – wist u dat ze überhaupt geluid maakten – kent het Duits elf werkwoorden, waaronder murksen, pfeiffen, locken, gackern, knebbern, rätchen en meckern. Mezen zirpen, zerpen, finken, binken, zinzelieren, schnerrbsen en pritschen. Hoe noemen wij het mezengeluid?

In het Nederlands kunnen we het zingen, fluiten en roepen van vogels ook kwinkeleren, kwetteren en kwelen noemen, en op soortniveau kom ik niet verder dan klepperen bij ooievaars, gakken bij ganzen, kwaken bij eenden, miauwen bij buizerds, ‘(te)pieten’ bij scholeksters, jodelen bij wulpen, blaten bij watersnippen, koeren bij duiven, gieren bij gierzwaluwen, oehoeën bij oehoes, koekoeken bij koekoeken, snorren bij snorren, tjilpen bij mussen, parelen bij roodborstjes, slaan bij vinken, krassen bij kraaien en kraaien bij hanen. Mijn oude Petersons Vogelgids beschrijft de zang van de spreeuw als een ‘onsamenhangende mengeling van heldere fluittonen, kwetterende, klikkende, klokkende en ratelende geluiden’. Daar zijn vijf werkwoorden uit te destilleren en dat is taalkundig een zeldzaam hoogstandje. Tegenwoordig zijn dergelijke beschrijvingen niet meer nodig – er zijn namelijk apps voor op de smartphone die vogelgeluiden identificeren, zonder dat je er zelf naar hoeft te luisteren. Ik vind dat een verarming van de natuurbeleving.

Toch is er zelfs bij het grote publiek sprake van een hernieuwde belangstelling voor vogelgeluiden. Introduceerden wij vorig jaar in Rotterdam met succes de Spreeuwenkaraoke, kortgeleden werd in navolging van België het Nederlands kampioenschap Meeuwenschreeuwen georganiseerd. De winnaar, Jade van der Lelie, blaast als geen ander de ‘miauwende, blaffende en lachende (meeuwen)geluiden’ uit mijn vogelgids nieuw leven in. Hoe knap ook, het blijft bij meeuwen toch bij rauw geschreeuw. Om uw hart voor de ware vogelzang te winnen, draag ik hierbij het gedicht ‘Nachtegaal’ voor uit de bundel ‘Betreffende vogels’ (1974) van de door mij bewonderde Zeeuwse schrijver Hans Warren. Ik stel voor, lieve luisteraars, dat u de radio hierbij tenminste wat zachter zet.

“Tio, tió, tio, tio, tio, tio, tio, tix
Tzu, tzu, tzu, tzu, tzu, tzu, tzu, tzu, tzu, tzi
Dzorre, dzorre, dzorre, dzorre, hi
Wiet, wiet, tjie, tjie, tjie, tjie, retsuwo!
Orr, Orr, etsjetsjetsjetsjetsjetsjetsjetsjetsj, woi-oit!
U, u……, u……, u……, u……, u……, u……., u ………
Orr, oewatl, oewatl, oewatl, at, at, at, ahoedojat!”

Bronnen:

Krauss, P. 2017 – Singt der Vogel, ruft er oder schlägt er? Handwörterbuch der Vogellaute – Naturkunden 33, Matthes & Seits, Berlin

Warren, H. 1974 – Betreffende Vogels – Erven Thomas Rap, Amsterdam

De kraaienbar

Zondag 29 oktober 2017 sprak ik in het radioprogramma Vroege Vogels de volgende column uit: [hij is hier ook terug te luisteren]

Sinds bijna niemand meer binnenskamers rookt, vormen achteloos weggegooide sigarettenpeuken een grote bron van vervuiling. Het aantal waar het wereldwijd om gaat is duizelingwekkend: vierenhalf triljoen [correctie: biljoen]* – dat is een getal met twaalf nullen. Rokers denken ‘die vergaan wel’ (nee dus!) en pieken de peuken massaal het milieu in, asbakken en peukenzuilen ten spijt. Wie ergert zich niet aan die rotzooi?

crowbarOok voor Bob Spikman en Ruben van der Vleuten zijn peuken op straat een doorn in het oog. Zij ontwikkelden een apparaat waarmee ze kraaien verleiden om peuken te verzamelen en in te leveren. Ze hebben hun uitvinding Crowbar genoemd, een Engels woord dat ik hierbij officieel vertaal als ‘kraaienbar’. Afgelopen week waren de twee in Delft opgeleide industrieel ontwerpers er mee in het nieuws.

Het is een soort vrijstaande trechter waar de vogels dingen in kunnen gooien. Een slimme scanner herkent wanneer dat een peuk is, en beloont de kraai alleen dan met een beetje voer. Zo worden ze geconditioneerd om meer peuken af te geven. Bob en Ruben zijn geïnspireerd door de Amerikaanse technoloog Joshua Klein die in 2007 een pinda-automaat maakte die kraaien beloont met een aardnoot als ze een muntje inleveren. Hij berekende dat er jaarlijks in de Verenigde Staten 1.185.410.000 dollar aan muntgeld op straat terecht komt. Dat is minder dan peuken, maar volgens Klein voldoende om muntzoekende kraaien en zijn machine economisch rendabel te verklaren.

kraai walnootAl deze briljante ideeën leunen op de buitengewone intelligentie van kraaien en hun vermogen tot leren en imiteren. U kent de kraaien wel die in Japan walnoten op de weg gooien, ze laten overrijden door auto’s en pas bij het groene voetgangerslicht de gruzelementen gaan opeten. Of de kraai die een haakje aan een ijzerdraadje boog om een worm uit een potje te vissen. Ze zitten op hetzelfde niveau als mensapen.

De vraag die natuurlijk opborrelt is of de kraaienbar realistisch is? Kraaien peuken laten verzamelen is zeker mogelijk, maar je hebt per kraaienbar wel een aantal goed getrainde laboratoriumkraaien als voorbeeld nodig om het goede werk uiteindelijk door wilde kraaien te laten overnemen. Kom daar maar eens aan. Spontaan gaan kraaien echt geen peuken rapen. En wist u dat peuken ook een goede kant hebben? Sigarettenfilters die verwerkt zijn in vogelnesten verminderen dankzij de nicotine het aantal bloedzuigende luizen en mijten en verhogen daarmee de overleving van nestjongen. Peuken zijn dus giftig, mogelijk schadelijk voor de kraaiengezondheid, en er zijn ook nog wel wat dier-ethische argumenten te verzinnen om de kraaienbar tot de grond toe af te branden. Maar daar gaat het niet om.

Misschien is de kraaienbar van Bob Spikman en Ruben van der Vleuten een grap – maar wel een goede – die de rokend mens op een onconventionele wijze diep aan het denken zet over de rotzooi waarmee ze stad en land achteloos vervuilen.

*  Hier ging ik de mist in. Ik vertaalde het Engelse ‘trillion’ als triljoen. Dat moet ‘biljoen’ zijn. Een (Nederlandse) triljoen telt 18 nullen. Dank aan Wout Kranendonk die mij onmiddellijk op deze fout wees.

Nuttige literatuur over nut en schade van sigarettenpeuken en kraaienintelligentie:

Suárez-Rodríguez, M., López-Rull, I. & Macías Garcia, C. 2013 – Incorporation of cigarette butts into nests reduces nest ectoparasite load in urban birds: new ingredients for an old recipe? – Biol. Lett. 9: 20120931.

Suárez-Rodríguez, M. and Macías Garcia, C. (2014) – There is no such a thing as a free cigarette; lining nests with discarded butts brings short-term benefits, but causes toxic damage – J. Evol. Biol. 27: 2719–2726. doi:10.1111/jeb.12531

Slaughter E, Gersberg RM, Watanabe K, et al. 2011 – Toxicity of cigarette butts, and their chemical components, to marine and freshwater fish – 
Hunt, G.R. 1996 – Manufacture and use of hook-tools by New Caledonian crows – Nature 379, 249-251 | doi:10.1038/379249a0

Nihei, Y. 1995 – Variations of behaviour of Carrion Crows Corvus corone using automobiles as nutcrackers – Japanese Journal of Ornithology 44(1): 21-35

Marc Abrahams wees mij op een artikel dat ontkent dat kraaien auto’s als notenkrakers gebruiken:

Daniel A Cristol, Paul V Switzer, K L Johnson and L S Walke, 1997 – Crows do not use automobiles as nutcrackers: putting an oft-repeated anecdote to the test – The Auk 114(2):296-29