Dead Duck Day 2019: ‘May we continue to welcome and honor the unexpected’

Knowing the 1st Dead Duck Day in 1996 had only two participants (me and the duck), the record number of 75 people attending the 24th Dead Duck Day ceremony, 5 June 2019, was heartwarming. Sixteen of them showed-up wearing the official Dead Duck Day t-shirt – also a milestone.

With me, the audience was very pleased with the ‘Special Dead Duck Day Message’, send in by corvid researcher dr Kaeli Swift, first-author of the 2018 paper ‘Occurrence and variability of tactile interactions between wild American crows and dead conspecifics’. I had the honor to read it aloud:

Greetings to the participants of the 2019 annual Dead Duck Day! It is with great delight and a strong sense of surrealism that I address you here today. I can still remember when I first learned of the original event over a decade ago while I was an undergraduate dreaming of a career in animal behavior. Today, my work is the latest contribution to the growing list of non-human animals whose occasional behaviors with their dead rattle our puritan instincts. Writing the words “putting the crow in necrophilia” is perhaps one of the most delightful and unexpected outcomes of my life and I’m not sure what else to say about it other than “yes kids, sometimes you grow up to be even more strange than you already are and it’s more wonderful than you can imagine.” May we continue to welcome and honor the unexpected. Happy Dead Duck Day!

We also paid tribute to the 60th anniversary of Bob Dickerman’s observation of ‘Davian Behavior Complex in Ground Squirrels‘ (in 1959).

Images (also by Maarten Laupman) of other things that happened, including O.C. Hooymeijer’s performance, are here.

Advertisements

Join the 24th Dead Duck Day: June 5th, 2019

Wednesday 5 June 2019 is the 24th edition of Dead Duck Day. At exactly 17:55 h we will honor the mallard duck that became known to science as the first (documented) ‘victim’ of homosexual necrophilia in that species, and earned its discoverer (me) the 2003 Ig Nobel Biology Prize. [programma in Nederlands]

Dead Duck Day also commemorates the billions of other birds that die(d) from colliding with glass buildings, and challenges people to find solutions to this global problem.

Dead Duck Day 2018.

Please join the free, short open-air ceremony next to the new wing of the Natural History Museum Rotterdam (the Netherlands), right below the new Dead Duck Memorial Plaque — the very spot where that duck (now museum specimen NMR 9989-00232) met his dramatic end.

This is what will happen: [not necessarily in this sequence]

O.C. Hooymeijer.

Dr Kaeli Swift (Jacob Gaposchkin)

Dickerman’s specimen, from 1959.

The traditional six-course (dead) duck dinner at the famous Tai Wu Restaurant is also open to the public (at your own expense). Reserve your seat by e-mailing to: info [at] hetnatuurhistorisch.nl

More on (the history of) Dead Duck Day: here. And for Dutch readers: here.

We botsen, keihard

Zondag 12 mei 2019 sprak ik in het radioprogramma Vroege Vogels de volgende column uit: [hij is hier binnenkort ook terug te luisteren]

Het kan de beste columnist overkomen: geen idee voor een onderwerp. Zelf heb ik ooit uit pure wanhoop een willekeurig boek met een interessante titel uit de museumbibliotheek getrokken – ‘De Zwarte Vliegen van Guatemala’ – en mezelf gedwongen daar een column uit te persen, uiteindelijk over genitale vorken bij kriebelmuggen. Maakt u zich geen zorgen, luisteraars, dat ik u nu ga vervelen met een verhaaltje over insectengeslachtsorganen. Nee, de actualiteit biedt inspiratie genoeg.
                  Neem die 343 gezonde zomereiken in de Achterhoek die de verkeersveiligheid in de weg staan en daarom gekapt moeten worden. Sommige van die bomen zijn anderhalve eeuw oud! Wie botst nu tegen wie? En wat dacht u van die arme beluga, de tamme witte walvis die in Noorwegen het gezelschap van zeevissers opzocht en een Russisch tuigje bleek te dragen, waarschijnlijk bestemd voor een spionagecamera. Ik dacht dat dit soort vormen van militaire dierenuitbuiting sinds het mislukken van het brandbomvleermuisexperiment wel waren uitgebannen. Nee dus.
                  Dan het nieuws over ‘Cor de Schijtende Scholekster’ uit het Brabantse Bladel. Deze steltloper kreeg grote bekendheid en het predicaat ‘modderfokker’ op social media door een suf bedrijvenparkje wat leven in te blazen met het verdrijven van zijn eigen spiegelbeeld dat reflecteert in een raam. Dat de schaduwbokser daarbij flink wat ontlasting achterlaat, droeg bij aan zijn populariteit: Cor heeft nu een eigen kledinglijn. Grappig, ja – maar de vogel levert een eindeloze en ongelijke strijd met keihard glas, en verliest tijd en energie om simpelweg te overleven.
                  Ook viel mijn oog op een wetenschappelijke publicatie over de vondsten van wilde dieren in voorverpakte verse salades. Met een beetje zoeken op internet vonden de onderzoekers alleen al in de Verenigde Staten in een periode van tien jaar veertig gevallen van dode kikkers, padden, slangen, hagedissen, vleermuizen, knaagdieren en vogels die in van die handige zakjes en bakjes terecht gekomen waren. Voor muizen moet je vooral uitkijken in zakken spinazie, voor boomkikkertjes in bakjes gemengde salade. Vreemd genoeg vonden ze minder beesten in onbespoten ‘organic’ salademengels dan in niet-biologisch geteeld groenvoer. Het geeft te denken, zeker als je weet dat lang niet iedereen aan de bel trekt als er een hagedis tussen de rucola zit.
                  Wat er deze week echt inhakt, is het 1800 pagina’s dikke rapport van het internationale biodiversiteitspanel IPBES. Stevig onderbouwd voorspelt het dat een miljoen planten- en diersoorten de komende decennia dreigen uit te sterven ten gevolge van (1) verwoesting van leefgebied, (2) directe exploitatie van de natuur, (3) klimaatverandering, (4) vervuiling van land, lucht en water, en (5) invasieve exoten. Mens en moeder natuur botsen, keihard. Daar kunnen de Achterhoekse eiken, de Russische witte walvis, Cor de Scholekster en de kikkers in de sla over meepraten, en wij straks ook.

Bronnen en nuttige verwijzingen zijn aanklikbaar in de tekst.

Geen pardon voor de eekhoorn

Zondag 24 februari 2019 sprak ik in het radioprogramma Vroege Vogels de volgende column uit: [hij is hier ook terug te luisteren]

Amerikaanse Rode Eekhoorn Bureau Stadsnatuur 29 januari 2019 (1)

Amerikaanse rode eekhoorn in het Kralingse Bos. (Garry Bakker)

Nog steeds ben ik een beetje opgewonden van het goede natuurnieuws van de laatste tijd. Ga maar na: al het insectenleven is niet binnen een eeuw van de aardbol verdwenen; op het Galapagoseiland Fernandina heeft de lokale reuzenschildpad (Chelonoidis phantastica) zich 113 jaar voor de mensheid verborgen weten te houden en is dus niet uitgestorven (er leeft welgeteld nog één vrouwtje); in Indonesië is de eveneens uitgestorven gewaande Molukse reuzenbehangersbij (Megachile pluto), herontdekt, en -tadaa! – in Rotterdam is in het Kralingse Bos na een afwezigheid van dik 20 jaar plotseling een eekhoorn opgedoken. 
                  Van dat laatste dierennieuwtje ging mijn hart echt sneller kloppen. Ik ben als Rotterdammer namelijk opgegroeid met en gevormd door het dierenleven van dat stadspark. Ik zocht en vond er kramsvogels, koperwieken, kuifmezen en kruisbekken, en onder de zoogdieren was de rode eekhoorn mijn favoriet. Ze aten er pinda’s uit je hand. Het voeren van die eekhoorntjes is voor vele Rotterdammers een onvergetelijke ervaring geweest. 
                  Mijn enthousiasme over de terugkeer van de eekhoorn was van korte duur. Ecologen van Bureau Stadsnatuur, die het Rotterdamse dierenleven nauwgezet in kaart brengen, kregen hem scherp in beeld en concludeerden dat het een Amerikaanse rode eekhoorn was – Tamiasciurus hudsonicus, een exoot die moedwillig in het bos moet zijn losgelaten.
                  De geschiedenis had zich herhaald, maar dan met de foute soort. Twee jaar nadat ‘de Kralingerhout’ in 1953 officieel werd geopend zaten er al rode eekhoorns, terwijl het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort zich ook toen al beperkte tot de bosrijke zandgronden en de Hollandse duinstreek. Iemand moet gedacht hebben ‘wat is een bos zonder eekhoorns’ en heeft er vervolgens een kooitje met die knaagdieren opengezet. Na een kleine halve eeuw is die populatie vermoedelijk door inteelt uitgestorven, op een plaats waar ze eigenlijk niet thuishoorden. Zo gaat dat in de natuur.
                  En nu zorgt die exotische eekhoorn voor discussie. Geholpen door de aaibaarheid van het knaagdier zijn er Rotterdammers die fel pleiten voor een ‘eekhoornpardon’, anderen zijn voor de wettelijke gedwongen uitzetting. Hoewel ik zelf niet in het anti-exoten kamp zit, zeg ik wel ‘weg met die eekhoorn!’. Niet omdat hij het ecosysteem van het bos zal verstoren, maar simpelweg omdat het een beestje uit de dierenwinkel is die daar moedwillig is losgelaten. Het kost de planten- en dierenwereld al genoeg moeite om in evenwicht te komen met invasieve exoten die zonder directe hulp van mensen de boel verstoren. Door deze eekhoorn op een voetstuk te plaatsen, stimuleer je anderen om ook kooitjes met wat voor soort gedierte dan ook open te zetten. Dat mag niet en dat doe je niet, met geen enkel dier.

Google-vogelen

Zondag 9 december 2018 sprak ik in het radioprogramma Vroege Vogels de volgende column uit: [hij is hier ook terug te luisteren]

Bijna hand in hand met het verschijnen van de vuistdikke Vogelatlas, kwamen Sovon Vogelonderzoek Nederland en het Centraal Bureau voor de Statistiek afgelopen vrijdag ook met een loodzware boodschap: ‘Stadse broedvogels zijn als groep sinds 1990 met meer dan de helft achteruitgegaan.’ Het gaat om twintig soorten die langdurig en nauwkeurig geteld zijn, uiteenlopend van zwarte roodstaart tot houtduif. Geen van die soorten doet het in de stad beter dan in het buitengebied. Alleen met de huiszwaluw gaat het goed, karakteristieke huis-tuin-en-keuken soorten als spreeuw, huismus en gierzwaluw zijn in aantal afgenomen. De kuifleeuwerik is zelfs compleet verdwenen.

Dat is zorgwekkend nieuws, niet alleen voor vogels maar ook voor mensen. Steden worden groter, er wonen steeds meer mensen, en juist met de echte mensenvrienden onder de vogels gaat het slecht. Ik heb het hier vaker geroepen: het is de hoogste tijd dat we steden niet alleen behandelen als leefgebied voor mensen, maar ook voor planten en dieren.

Zeker ook omdat de wilde natuur onder druk staat. Biologen ontdekten dat in Braziliaanse bossen waar mobiel telefoonbereik is, beduidend minder zoogdiersoorten voorkomen dan in bossen waar de smartphone geen bereik heeft. Toen ze daarna de wereldwijde verspreiding van dik 23 miljoen GSM-zendmasten in kaart brachten, bleek dat mooi samen te vallen met gebieden waar de Human Footprint – zeg maar de mate waarin wij onze planeet vertrappen – maximaal is.

kraai_googleU kunt dus zelf bepalen, met uw mobiele telefoon, hoe het met natuur en milieu is gesteld. Prima bij minder dan één streepje bereik, belabberd als u kunt u bellen en verbinding met internet heeft. Heeft u optimaal bereik, dan heeft dat wel als voordeel dat u kunt meedoen aan de allernieuwste trend op het gebied van natuurgenot. Ik heb het over vogels kijken op Google Street View – de tot gigantische proporties uitgegroeide verzameling panoramafoto’s die je via het computerprogramma Google Maps in alle hoeken en gaten kunt bekijken. Je hebt er niet alleen onbeperkte toegang tot straten en pleinen, maar ook bergtoppen, bospaden, rivierbeddingen en woestijnen op alle continenten. En vogels zijn natuurlijk overal. Ze zijn ongemerkt vereeuwigd op paaltjes, elektriciteitsdraden, voedertafels, boomtakken en in de lucht.

De meeste vogels die Street View Birders zien zijn meeuwen, reigers en stadsduiven, maar er zijn ook waarnemingen van condors in de Andes, een kolibrie in Alaska, een zeldzame rode tiran op een Galapagos-eiland en pinguïns op Antarctica. Een groeiende club van momenteel 750 waarnemers heeft al 580 vogelsoorten afgetikt, dat is ongeveer vijf procent van alle vogelsoorten die onze planeet rijk is. Probeer het maar eens. Het bespaart u lange vliegreizen, 7 euro vliegtaks, benzine en vermindert uw eigen ecologische voetafdruk. Zoek vooral in steden en doe het snel. Wanneer Google de straatbeelden ververst, zullen er minder vogels te zien zijn.

Nuttige bronnen zijn aanklikbaar in de tekst

Groen heeft de toekomst

Op zaterdag 29 september 2018 mocht ik in Rotterdam met een column de conferentie ‘Groen van de toekomst‘ aftrappen. Voordat ik begon, heb ik onderstaand filmpje laten zien:

 

Daarna sprak ik de column uit:

Dit is de zogenaamde ‘leader’ van de televisieserie ‘Rotterdammers in het Groen‘ die  RTV-Rijnmond vanaf 22 september 2018 wekelijks uitzendt. Mijn rol is die van presentator, hoewel ‘presenteren’ een groot woord is – ik fiets door de stad, praat met ‘Rotterdammers in het Groen’ en af en toe roep ik wat. Wat ik zeg in dit filmpje, klopt. Ik ben eigenlijk altijd met dieren bezig, met dode dieren in het Natuurhistorisch Museum waar ik werk, of als ik buiten ben, met het rijke dierenleven in het Rotterdamse groen. Mensen in het groen heb ik eigenlijk altijd als hinderlijk ervaren. Ze jagen de vogels weg, vertrappen de planten, zagen bomen om, maaien het gras. En nu wilde Rijnmond juist mij mensen in de stadsnatuur laten bestuderen. Ze zochten een antwoord op de vraag ‘Wat doen ze er, waar en waarom?’.

Uiteindelijk heb ik het met veel plezier gedaan, vijf afleveringen – ‘Het stadspark’, ‘De singel’, ‘De stadstuin’, ‘De productietuin’ en ‘De volkstuin’. Kilometers gemaakt op een vouwfiets, van IJsselmonde tot in Overschie en van Schoonoord tot de Spoortuin. Ik moet toegeven dat mijn blik regelmatig afdwaalde af naar een tikkende specht of een jagende sperwer, maar toch kreeg ik de smaak te pakken, op mijn zoektocht naar mensen in parken en tuinen, op daken en langs singels.

Ik ben op groene plekken geweest die zelfs ik nog niet kende. Hippe dakakkers, verborgen stadstuintjes, braakliggende terreinen, volkstuinen, zelfs een verlaten treinspoor dat als onderdeel van ‘de Groene Connectie’ nu door een heuse stadsjungle voert. Met overal enthousiaste mensen die er van genieten en er letterlijk zelf wat van maken.

Ik heb ontdekt hoe Rotterdammers parken, tuinen en singels op verschillende manieren omarmen als een natuurlijk verlengstuk van hun leefgebied. Stadsnatuur is echt onmisbaar, voor iedereen!

Dat besef hebben we nog niet zo lang. Ik beweeg mij al een halve eeuw door het Rotterdamse groen. Heb de eekhoorns van het Kralingse Bos nog gekend. Heb de eerste Nijlgans zien komen, en ken de stad nog zonder aalscholvers en halsbandparkieten. Met mijn verrekijker had ik er tot een jaar of tien geleden bijna het rijk alleen. Hoe komt het dat de Rotterdammer openbaar groen terecht steeds meer als zijn natuurlijke habitat beschouwt en benut?

Dat heeft te maken met het besef dat natuur goed voor je is – je voelt je er fijn. Er is inmiddels een dikke stapel wetenschappelijk onderzoek die bewijst dat stadsmensen die een flinke portie buurtnatuur tot zich kunnen nemen, geestelijk en lichamelijk gezonder zijn dan mensen die dat moeten missen. Ziektecijfers zijn aanmerkelijk lager in groenere woongebieden. Lagere niveaus van depressie, angst en stress blijken geassocieerd met het aantal vogels dat mensen in hun omgeving kunnen zien. Het horen van vogelzang doet daar nog een schepje bovenop: het is rustgevender dan het geluid van kabbelend water en het zachtjes tikken van regen. Zelfs het voeren van vogels levert een heilzame klik tussen mens en natuur. Patiënten die in het ziekenhuis uitkijken op groen, genezen sneller dan zieken die uitzicht hebben op een blinde muur.

Na vijf weken filmen in de Rotterdamse stadsnatuur heb ik gezien hoe bestaande parken en andere groenvoorzieningen steeds intensiever gebruikt worden. Ik heb buurtbewoners letterlijk stadsnatuur zien maken, de BBQ-rookwolken boven het Vroesenpark zien opstijgen, en ben door een vrolijk dansend festivalpubliek op de schouders genomen. Ook heb ik kritische geluiden gehoord over wat wel en niet kan in een park. Waar ligt die grens?

De draagkracht van een park verschilt natuurlijk wezenlijk van die van een asfaltvlakte. De grens die gesteld moet worden, moet mensen de kans geven van het stadsgroen te genieten zonder uit het oog te verliezen dat juist het planten- en dierenleven de aantrekkelijkheid van parken bepaalt. Ik ken de veerkracht van de stadsnatuur en ben er van overtuigd dat ook uitzinnige festivalgangers liefhebbers zijn van het Rotterdamse groen. De grens van wat wel en niet kan, is een delicaat evenwicht tussen mens en natuur.

Natuurbesef is hierbij van groot belang, en biodiversiteit het toverwoord. Het toepassen van ecologische kennis in de stedelijke omgeving komt niet alleen plant en dier maar juist ook stadsmensen ten goede. Daar zou bij het groenbeheer vol op ingezet moeten worden. Benut braakliggende terreinen, maak groene verbindingen (ook met het buitengebied), maai bewust en met mate, geef insecten een kans, betrek burgers bij aanleg en onderhoud, en garandeer dat parken niet opgeofferd worden voor woningbouw of wegenaanleg.

Met het gestaag groeiende aantal mensen dat in een stedelijke omgeving leeft – nu al ruim 50 procent en in 2050 zeker 70 procent van de wereldbevolking – is het belang van stadsnatuur groter dan ooit.

Deze conferentie heet ‘Groen van de toekomst’. Ik zeg ‘Groen heeft de toekomst’.

.

De Ig Nobelprijzen van 2018

the_2018_Ig_Nobel_Prize_Photo_Eric_Workman-Improbable_ResearchIn de nacht van 13/14 september 2018 zijn in het Sanders theater van de Harvard Universiteit in de Verenigde Staten de tien nieuwe Ig Nobelprijzen uitreikt aan wetenschappers die met hun werk ‘mensen eerst aan het lachen maken en daarna aan het denken zetten’. Het was de 28e Ig Nobelprijs Ceremonie.

De prijzen gingen dit jaar (naar onderzoek) naar ‘Achtbaanritten tegen nierstenen’ (Geneeskunde), ‘Chimpansee imiterende mensen – en andersom’ (Antropologie), ‘Het ruiken van vliegen in een glas wijn’ (Biologie), ‘Menselijk speeksel als schoonmaakmiddel’ (Scheikunde), ‘Doe-het-zelf colonoscopie’ (Geneeskunde-onderwijs), ‘Calorie-inname van een menselijk kannibalisme dieet (Voedingsleer), ‘Het wel of niet lezen van gebruiksaanwijzingen’ (Literatuur), ‘Schreeuwen en vloeken achter het stuur’ (Vrede), ‘Het meten van nachtelijke erecties met postzegels’ (Voortplantingsgeneeskunde) en ‘Voodoo-poppen om wraak te nemen op foute bazen’ (Economie)

In de nu 28 jarige Ig Nobel geschiedenis, met 280 prijzen, zijn Nederlanders dertien keer bekroond. Dit jaar vielen er er geen Nederlanders in de prijzen.

Ig Nobel Geneeskundeprijs – [USA]*

Marc Mitchell & David Wartinger, 

voor het gebruiken van achtbaanritten ter bespoediging van de passage van nierstenen.

REFERENCE: “Validation of a Functional Pyelocalyceal Renal Model for the Evaluation of Renal Calculi Passage While Riding a Roller Coaster,” Marc A. Mitchell, David D. Wartinger, The Journal of the American Osteopathic Association, vol. 116, October 2016, pp. 647-

Ig Nobel Antropologieprijs – [SWEDEN, ROMANIA, DENMARK, THE NETHERLANDS, GERMANY, UK, INDONESIA, ITALY]*

Tomas Persson, Gabriela-Alina Sauciuc & Elainie Madsen, 

voor het verzamelen van bewijsmateriaal, in een dierentuin, dat chimpansees mensen ongeveer net zo vaak en net zo goed imiteren als mensen chimpansees imiteren.

REFERENCE: “Spontaneous Cross-Species Imitation in Interaction Between Chimpanzees and Zoo Visitors,” Tomas Persson, Gabriela-Alina Sauciuc, and Elainie Madsen, Primates, vol. 59, no. 1, January 2018, pp 19–29.

Ig Nobel Biologieprijs – [SWEDEN, COLOMBIA, GERMANY, FRANCE, SWITZERLAND]*

Paul Becher, Sebastien Lebreton, Erika Wallin, Erik Hedenstrom, Felipe Borrero-Echeverry, Marie Bengtsson, Volker Jorger & Peter Witzgall, 

voor het aantonen dat wijndeskundigen op betrouwbare wijze met behulp van geur de aanwezigheid van een enkele vlieg in een glas wijn kunnen herkennen.

REFERENCE: “The Scent of the Fly,” Paul G. Becher, Sebastien Lebreton, Erika A. Wallin, Erik Hedenstrom, Felipe Borrero-Echeverry, Marie Bengtsson, Volker Jorger, and Peter Witzgall, bioRxiv, no. 20637, 2017. (ook: Journal of Chemical Ecology, May 2018, Volume 44, Issue 5, pp 431–435)

Ig Nobel Scheikundeprijs – [PORTUGAL]*

Paula Romão, Adília Alarcão & wijlen César Viana, 

voor het meten van de mate waarin menselijk speeksel een goed reinigingsmiddel is voor vuile oppervlakken.

REFERENCE: “Human Saliva as a Cleaning Agent for Dirty Surfaces,” by Paula M. S. Romão, Adília M. Alarcão and César A.N. Viana, Studies in Conservation, vol. 35, 1990, pp. 153-155.

self-colonoscopyIg Nobel Geneeskunde-onderwijsprijs – [JAPAN]*

Akira Horiuchi, 

voor het medische rapport ‘Colonoscopie in de zittende positie: ervaringen met zelf-colonoscopie’ (‘Colonoscopy in the Sitting Position: Lessons Learned From Self-Colonoscopy’)

REFERENCE: “Colonoscopy in the Sitting Position: Lessons Learned From Self-Colonoscopy by Using a Small-Caliber, Variable-Stiffness Colonoscope,” Akira Horiuchi and Yoshiko Nakayama, Gastrointestinal Endoscopy, vol. 63, No. 1, 2006, pp. 119-20.

Ig Nobel Letterenprijs – [AUSTRALIA, SERBIA, EL SALVADOR, UK]*

Thea Blackler, Rafael Gomez, Vesna Popovic and M. Helen Thompson, 

voor het documenteren dat de meeste mensen die gecompliceerde producten gebruiken de gebruiksaanwijzing niet lezen.

REFERENCE: “Life Is Too Short to RTFM: How Users Relate to Documentation and Excess Features in Consumer Products,” Alethea L. Blackler, Rafael Gomez, Vesna Popovic and M. Helen Thompson, Interacting With Computers, vol. 28, no. 1, 2014, pp. 27-46.

Ig Nobel Voedingsleerprijs – [ZIMBABWE, TANZANIA, UK]*

James Cole, 

voor het berekenen dat de calorie-inname van een menselijk kannibalisme-dieet significant lager is dan de calorie-inname van de meeste andere traditionele vleesdiëten.

REFERENCE: “Assessing the Calorific Significance of Episodes of Human Cannibalism in the Paleolithic,” James Cole, Scientific Reports, vol. 7, no. 44707, April 7, 2017.

Ig Nobel Vredesprijs – [SPAIN, COLOMBIA]*

Francisco Alonso, Cristina Esteban, Andrea Serge, Maria-Luisa Ballestar, Jaime Sanmartín, Constanza Calatayud & Beatriz Alamar, 

voor het meten van de frequentie, motivatie en effecten van schreeuwen en vloeken tijdens het besturen van een auto.

REFERENCE: “Shouting and Cursing While Driving: Frequency, Reasons, Perceived Risk and Punishment,” Francisco Alonso, Cristina Esteban, Andrea Serge and Maria-Luisa Ballestar, Journal of Sociology and Anthropology, vol. 1, no. 12017,, pp. 1-7.

REFERENCE: “La Justicia en el Tráfico: Conocimiento y Valoración de la Población Española” [“Justice in Traffic: Knowledge and Valuation of the Spanish Population”)], F. Alonso, J. Sanmartín, C. Calatayud, C. Esteban, B. Alamar, and M. L. Ballestar, Cuadernos de Reflexión Attitudes, 2005.

Ig Nobel Geneeskunde-onderwijsprijs – [USA, JAPAN, SAUDI ARABIA, EGYPT, INDIA, BANGLADESH]*

John Barry, Bruce Blank & Michel Boileau, 

voor het gebruik van postzegels om te testen of het mannelijk geslachtsorgaan goed functioneert – zoals beschreven in hun publicatie ‘Nachtelijke peniszwelling-bewaking met postzegels’ (‘Nocturnal Penile Tumescence Monitoring With Stamps’).

REFERENCE: “Nocturnal Penile Tumescence Monitoring With Stamps,” John M. Barry, Bruce Blank, Michael Boileau, Urology, vol. 15, 1980, pp. 171-172.

stamps

Ig Nobel Economieprijs – [CANADA, CHINA, SINGAPORE, USA]*

Lindie Hanyu Liang, Douglas Brown, Huiwen Lian, Samuel Hanig, D. Lance Ferris & Lisa Keeping, 

voor het onderzoeken of het effectief is voor werknemers om Voodoo-poppen te gebruiken om wraak te nemen op foute bazen.

REFERENCE: “Righting a Wrong: Retaliation on a Voodoo Doll Symbolizing an Abusive Supervisor Restores Justice,” Lindie Hanyu Liang, Douglas J. Brown, Huiwen Lian, Samuel Hanig, D. Lance Ferris, and Lisa M. Keeping, The Leadership Quarterly, February 2018.

 * De landennamen na de categorie verwijzen naar de landen waar de prijswinnaars opgeleid zijn, werken of gewerkt hebben en verwijzen niet noodzakelijkerwijs naar de nationaliteit van de personen.