Join the 20th Dead Duck Day: June 5th

DDD20 logo DEF DT (1)Friday June 5th, 2015 is the 20th edition of Dead Duck Day. At exactly 17:55 h we will honor the mallard duck that became known to science as the first (documented) ‘victim’ of homosexual necrophilia in that species, and earned its discoverer (me) the 2003 Ig Nobel Biology Prize.

Dead Duck Day also commemorates the billions of other birds that die(d) from colliding with glass buildings, and challenges people to find solutions to this global problem.

Please join the free, short open-air ceremony next to the new wing of the Natural History Museum Rotterdam (the Netherlands), right below the new Dead Duck Memorial Plaque— the very spot where that duck (now museum specimen NMR 9989-00232) met his dramatic end.

This is what will happen:

The traditional six-course (dead) duck dinner at the famous Tai Wu Restaurant is also open to the public (at your own expense). Reserve you seat by e-mailing to: info [at] hetnatuurhistorisch.nl

Dead_Duck_Day-Anjes_Gesink-2014

More on the history of Dead Duck Day on the official Dead Duck Day website: www.deadduckday.com. Informatie in het Nederlands: hier.

Het moderne vogelen

Zondag 31 mei 2015 sprak ik een column uit in het radio 1 programma Vroege Vogels. Het was een bijzondere uitzending want Vroege Vogels en ‘Weer of Geen Weer’ bestonden samen 60 jaar. Dit is de uitgeschreven tekst van de column: [beluisteren (en lezen) kan (ook) hier]

Hoewel ik zelf gelukkig nog niet kan bogen op een zestigjarig bestaan, loop ik al wel 45 jaar met een verrekijker om mijn nek. In die periode, vooral sinds de eeuwwisseling, is het vogelen ingrijpend veranderd.

Allereerst is er de invloed van de wetenschap. Uit één veertje is tegenwoordig genoeg DNA te trekken om de oude, vertrouwde vogelstamboom keer op keer te laten schudden. Futen blijken ‘familie’ van de flamingo’s te zijn en daarom staan ze niet meer vooraan in het vogelboek. Die ereplaats is overgenomen door de eenden. En de kraaien – lange tijd hekkensluiters van de vogelsystematiek – staan nu voor de goudhaantjes. Nee – goudhanen moet ik zeggen, want hier dient zich verandering nummer twee aan: geen verkleinvormen meer in vogelland. Begin deze eeuw verloren onder andere baardman, visdief, paap, winterkoning, woudaap en witgat hun liefkozende -je of -tje. Walters_1997Tegenstanders van deze taalzuivering vrezen dat deze vogeltjes daarmee hun aaibaarheid verliezen en dat zit vogelbescherming weer in de weg. In Zweden gingen ze nog verder door racistische vogelnamen te schrappen. Gelukkig ontbeert de officiële lijst van Nederlandse vogelsoorten aanstootgevende namen, maar de handige ‘Complete Checklist Vogels van de wereld’ (1997) die ik nog steeds gebruik, zal bij een tweede editie vermoedelijk wel afscheid nemen van de kaffergierzwaluw, de hottentottaling en de bleekkopnegervink. In Engeland doen ze nog niet moeilijk. Daar heet de koolmees (great tit) simpelweg nog ‘grote tiet’, en de kuifaalscholver (shag) zonder gekheid ‘neuk’.

En dan het noteren van vogelwaarnemingen. Gebeurde dat in de vorige eeuw nog met potlood in een notitieboekje, sinds 2005 doet een beetje vogelaar dat op waarneming.nl. Die website heeft inmiddels 64.000 gebruikers die samen ruim 34 miljoen waarnemingen invoerden, waarvan 24 miljoen van vogels. De smartphone is het nieuwe opschrijfboekje en iedereen kan de waarnemingen zien en gebruiken. Minder dan 20 jaar geleden moest je daarvoor de gortdroge en verre van complete rubrieken in de vogelblaadjes doorspitten. Nu is zelfs de vevogelaars_anno_2015rspreiding van de soepgans volledig in kaart gebracht met maar liefst 19.388 waarnemingen. Fantastisch toch?

Een minpuntje van het vogelen in de eenentwintigste eeuw is de vogelaarsklederdracht: een foeilelijk fleecevest, het waterdichte-maar-toch-lekker-fris-ademende-windjack en (het ergste van alles) de zevenzakken-afritsbroek, met daaronder als het tegenzit de Teva-sandaal. Kom op collega-vogelaars, dat doet onze branche geen goed! De klassieke vogelaarsbaard daarentegen, die is nu juist weer hip.

Bonus: lees hier mij vorige feestcolumn voor Vroege Vogels, bij gelegenheid van de uitbreiding van de zendtijd, op 5 januari 2014.

Here is our new Dead Duck Day logo

The new Dead Duck Day logo

The new Dead Duck Day logo. (Mark Prinsen, 2015)

Today, exactly one month to go before the 20th Dead Duck Day, we proudly present our new logo. Still based on the classic Figure 2a of the Ig Nobel winning paper ‘The first case of homosexual necrophilia in the mallard Anas platyrhynchos (Aves: Anatidae)‘, graphic designer Mark Prinsen has given the logo a new and more powerful look. He used the same sign-language he developed for the Natural History Museum Rotterdam.

This year’s Dead Duck Day is the 20th. As usual, the short open air ceremony will be at June 5th, starting at exactly at 17:55h just outside the Natural History Museum Rotterdam, right below the Dead Duck Day Memorial Plaque.

It is on a Friday. Save the date: June 5th. We will keep you posted, and – please – do follow us on twitter: @Dead_Duck_Day

Dead_Duck_Day_Memorial_2015

The north wing of the Natural History Museum Rotterdam, with the Dead Duck Day Memorial Plaque, just left of the museum logo. (Photo Garry Bakker)

 

De Capelsebrugboulevard

Sinds eind november 2014 is er ook werk van mij te horen (!) in de publieke ruimte.
Erik Sandifort nodigde mij uit ‘om te reageren’ op het 70 meter lange panorama van Rotterdam dat hij heeft gemaakt ter verlevendiging van de ooit suffe en groezelige fietstunnel onder metrostation Capelsebrug, in Rotterdam. De vraag was eenvoudig, maar ik reageer zelden op kunst in de openbare ruimte. Daarom kostte het mij nog wel enige hoofdbrekens hoe ‘te reageren’. Uiteindelijk ben ik afgelopen nazomer een paar keer naar het metrostation gefietst (ik woon er in de buurt) om het werk van Sandifort op mij in te laten werken. Geheel volgens het boekje schreef ik wat mij inviel op, in het notitieboekje dat ik altijd bij mij draag. Het resultaat schreef ik op.

Het panorama, overigens, bestaat uit een serie superscherpe foto’s van Rotterdam langs de lijn Botlek – Noordereiland met de Nieuwe Maas als rode draag. Het is verbluffend wat er allemaal op te zien is. Ik zag warempel niets-vermoedende gebruikers van het openbaar vervoer en loslopende passanten kijken, jawel kijken. Dat deed ik ook, en nu is er dus ook wat te luisteren – naar een tekst van Jules Deelder en mijn woorden:

Capelsebrugboulevard

Dit is niet zomaar een plek, dit is het Capelsebrugpad: een tunnel door het metrotalud, een grens tussen stad en buitenwijk. Hier houdt de stad op en begint de polder – of andersom, zoals u wilt. Hierboven brengt de metro u zeker tien keer per uur de stad in of uit. Mijn reisadvies: blijf waar u bent!

Kijk hier. Van het stadshart naar het Noordereiland, de Kop van Zuid, Katendrecht, de Waalhaven, van Delfshaven tot de Botlek – een wijds panorama waarin de Nieuwe Maas alles verbindt. Met zo’n geweldig uitzicht op de stad is dit geen pad meer maar een boulevard, de Capelsebrugboulevard.

Sta even stil. Haal een patatje en een blikje fris, en kijk uw ogen uit. De waterbus vaart, een vlag hangt halfstok. Vliegt daar nu ook een meeuw? En dan het groen, ziet u dat ook? Op Zuid staan meer bomen dan gebouwen, en overal, zelfs tussen haven en industrie, kruipt de polder de stad in, of juist weg.

Open land, weidsheid. Koeien rukken op. U ruikt welhaast het veen, de klei, het natte gras. En stop, hoor het goed: de roep van de kievit. De stad is niet meer wat het was, geen stapel steen en staal. Het groen vecht terug en wint terrein. U ziet het hier: de stad is ook natuur.

Capelsebrugboulevard_2015
Zelf heb ik het ‘geluidsdocument’ ondanks vier (!) pogingen nooit gehoord, maar vermoedelijk trof ik iedere keer een storing. Ga eens kijken en luisteren langs de Capelsebrugboulevard, het is zeker de moeite waard. Al is het maar om het geluid van een baltsende kievit. Volgens de RET is het zelfs een belevenis.

Luister hier naar een reportage over dit onderwerp op Radio Rijnmond.

Rapid decapitation, followed by homosexual necrophilia

Rackelhahn_in_copula_2004Here is a gem that I found in the depths of the Internet. It adds to my ‘Animal Necrophilia Files’ and documents one of the most dramatic cases of avian homosexual necrophilia, and the first case I know of in Galliformes.

The three-minute video was first posted on the Internet on 7 April 2007 and titled ‘Der Rackelhahn – Ein unfruchtbarer Bastard’. It is dated 2004 and was taken and edited by Herbert Rödder *. ‘Professional hunter’ Hilmar Wichmann acted as biological consultant and producer (Rödder 2004). The location where the video was taped is unclear, but it was probably somewhere in northern Germany. Spoken comments are in the German language. Main character is a ‘Racklehahn’ – a male hybrid between a Capercaillie (Tetrao urogallus) and a Black Grouse (Tetrao tetrix). Both species occur across much of northern Eurasia and yield this hybrid throughout the zones of overlap within their respective distribution ranges and habits, especially in Scandinavia (Cramp & Simmons 1980; McCarthy 2006).

The video shows a snowy, forested landscape. It is a Black Grouse lek – an aggregation of males that gather to engage in competitive displays that may entice visiting females who are surveying prospective partners (for copulation). Two male Black Grouses are displaying. They do not attract females, but a Racklehahn. This cock quickly and vigorously attacks one of the Black Grouses. The much bigger bird tramples the grouse, hits him with his wings and forcefully pecks his head, with special attention for the bright red combs. After a mere 40 seconds the Racklehahn ends the fight by ripping off the head and throwing it away. Then he immediately mounts the lifeless mess and copulates for 20 seconds. After dismounting, the cock keeps pecking into the decapitated body.

The wording of the voice-over is carefully chosen, and spoken with appropriate diction:

‘Seine Kampf entsteigt er so weit das er den Kopf abreißt und weg schmeißt. Es ist kaum zu glauben das ein Vogel zu solch eine grausame Tat fähig ist. Was vor und hinten ist an dem zerfetztem Birkhahn ist kaum erkennbar. Trotzdem kopuliert der Rackelhahn mehrere Male auf dem leblosen Körper [ … ] Die Natur kann schön sein, aber auch grausam.’

[As he loses himself in the fight, he tears off the head and throws it away. It is hard to believe that a bird is capable of doing such a cruel act. What’s the front or rear of the tattered Black Grouse is barely visible. Nevertheless, the Rackelhahn copulates the lifeless body several times. Nature can be beautiful, but also cruel.]

Hybrids between male Black Grouse and female Capercaillie are the most common grouse hybrids (Porkert et al. 1997). They mostly turn out to be males (McCarthy 2006), and are known to occur solitary on black grouse leks where they display aggressively towards male black grouse (Hjorth 1970; Porkert et al. 1997). What this video documents – a fight that ends with the violent death (by decapitation) of a black grouse, immediately followed by a (homosexual necrophiliac) copulation – was not documented before. It is a unique case in animals. Homosexual necrophilia after non-violent death is known, in ducks and other vertebrates.

male hybrid 'Rackelhahn' mating with female capercaillie. [from: Porkert et al. (1997)]

Male hybrid ‘Rackelhahn’ mating with female capercaillie. [from: Porkert et al. (1997)]

Although the decapitated grouse was a complete mess, the Racklehahn did mount the rear end, and mated while holding the neck (as the head was missing) with the drooped position of the partly spread wings (the classic copulatory position of Capercaillie – contrary to beating the wings during copulation by black grouse [Porkert et al. 1997]). The shivering body of the copulating Racklehahn clearly indicates penetration and ejaculation.

* I tried to trace and contact the people who took and produced this video, but failed. Should any know them, please let me know as I am interested to see the uncut footage.

References

McCarthy, E.M. 2006 – Handbook of Avian Hybrids – Oxford University Press [PDF]

Hjorth, I. 1970 – Reproductive behaviour in Tetraonidae with special reference to males – Viltrevy 7(4): 181-596

Porkert, J., Solheim, R. & Flor. A. 1997 – Behaviour of hybrid male Tetrao tetrix (male) x T. urogallus (female) on black grouse leks – Wildlife Biology 3(3/4): 169-176

Rödder, H. 2004 – ‘Der Rackelhahn – Ein unfruchtbarer Bastard’ –  HR-Studio, http://www.myvideo.de/watch/1195637/Der_Rackelhahn_Ein_unfruchtbarer_Bastard

Bond, … James Bond, vogelaar

Zondag 12 oktober 2014 sprak ik een column uit in het Radio 1 programma Vroege Vogels. Hij is hier te beluisteren en hieronder na te lezen:

Bollinger_Kunsthal_2014_2Het is geen goede combinatie. Op zaterdagavond naar de opening van ‘Designing 007’ de James Bond tentoonstelling in de Kunsthal, en zondagochtendvroeg hier een column voordragen. Ik ben nog een beetje beneveld van de Bollinger, de champagne die er rijkelijk vloeide. Voordeel is wel dat ik mij goed heb kunnen verdiepen in de relatie tussen James Bond en ‘de natuur’.

Het begint al in de eerste Bondfilm, Dr No uit 1962. De Zwitserse actrice Ursula Andress speelt daarin de schelpenduikster Honey Rider die met haar voluptueuze lichaam gracieus uit zee opduikt. Hoewel haar witte bikini doorgaans de meeste aandacht krijgt van filmliefhebbers, mogen de twee grote tropische schelpen waarmee ze boven water komt er ook zijn. De twee mooie roze vleugelhoorns (Strombus gigas) zijn kennelijk niet bewaard gebleven in de Bondarchieven maar de legendarische bikini is wel op de tentoonstelling in Rotterdam te zien.

Ook in de film Dr No plegen schurken een aanslag op James Bond’s leven met een vogelspin, maar onze held – die als de dood is voor spinnen – slaat de achtpotige heldhaftig dood met zijn schoen. En zo zien we in de loop van 50 jaar filmgeschiedenis agent 007 strijd leveren met piranha’s in You Only Live Twice, met talloze gevaarlijke haaien in Thunderball, en met krokodillen en giftige slangen in Live and Let Die. Schorpioen zorgen voor de nodige doden in Diamonds Are Forever. In Skyfall, de laatste Bond-film, wordt 007 uit de handen van moordenaars gered door een komodovaraan.

Bond_birds of the west indies_1936_edited-1De ware liefde voor de natuur van geheimagent 007 komt aan het licht in Die Another Day uit 2002. Daarin zien we hem langs een Cubaans strand met een verrekijker de zee afturen, met het boek ‘The Birds of the West Indies’ (de gids voor de vogels van het Caribisch gebied) onder handbereik. Dat hij geen onschuldige vogelaar is, blijkt al gauw als we door de sterk vergrotende lenzen van zijn verrekijker Bond-girl Halle Berry uit zee zien stappen – met lege handen maar zeker niet minder gevuld dan Ursula Andress. Ik geef Bond gelijk. Wanneer ik bij Hoek van Holland zo’n vrouw uit het water zie komen, zou ik de zeevogels en duinpiepers ook even uit het oog verliezen.

Toch heeft 007 een verrassend hechte band met de vogelkunde. Zijn schepper, de op Jamaica wonend Britse schrijver Ian Fleming, zocht namelijk in 1952 naar een doodgewone naam voor zijn flamboyante geheimagent. Die vond hij op de kaft van zijn favoriete vogelgids ‘The Birds of the West-Indies’ geschreven door, jawel, James Bond. De echte James Bond is dus een vooraanstaand ornitholoog. Hij was conservator van de vogelcollectie van het Natuurhistorisch Museum in Philadelphia, en overleed in 1989 op 89-jarige leeftijd.

Bonus: Een videofragment waarin schrijver en creator van 007 Ian Fleming vertelt hoe en waar hij de naam ‘James Bond’ vond, en als ‘Angelsaksische, gewone maar toch masculine’ naam voor zijn geheimagent gebruikte.

Schaamluis en schaamhaarverwijdering

schaamluisLandoisEindelijk is er weer een wetenschappelijke studie verschenen naar het verband tussen het verdwijnen van de schaamluis (Pthirus pubis) en het verwijderen van schaamhaar. In 2006 trokken twee Britse artsen, Nicola Armstrong en Janet Wilson, aan de bel in het vakbad ‘Sexually Transmitted Infections’ (STI – 82 [2006]: 265-266). Onder de intrigerende titel ‘Did the Brazilial kill the Pubic Louse‘ beschreven zij voor het eerst een sterke afname van het aantal gevallen van schaamluis in hun SOA-kliniek terwijl het aantal gevallen van andere seksueel overdraagbare aandoeningen zoals gonorroe en chlamydia juist toenam. Dit was in de periode 1997 – 2004, precies toen schaamhaarverwijdering in zwang kwam. De link tussen deze twee fenomenen was snel gelegd: schaamluizen zijn nu eenmaal aan schaamhaar gebonden. Dankzij de vondst van Armstrong & Wilson vertel ik nu te pas en te onpas dat biotoopvernietiging op het eigen lichaam ook van invloed is op de lokale biodiversiteit.

Figure 1 Dholakia et al. 2014De nieuwe studie, ‘Pubic Lice: An Endangered Species?’, staat in in het juni-nummer van Sexually Transmitted Diseases [41(6): 388-391]. Shamik Dholakia, Jonathan Buckler, John Paul Jeans, Andrew Pillai, Natasha Eagles en Shruti Dholakia van het Milton Keynes General Hospital in Buckinghamshire, analyseerden 3850 geretourneerde vragenlijsten over schaamluis en schaamhaar. Over de periode 2003 – 2013 vonden zij een aantal opvallende trends, die de voorspelling van Armstrong & Wilson stevig bevestigen:

Results: A significant and strong correlation between the falling incidence of pubic lice infections and increase in pubic hair removal was observed.

Conclusions: The increased incidence of hair removal may lead to atypical patterns of pubic lice infestations or its complete eradication as the natural habitat of this parasite is destroyed.

Voor het uitsterven van de soort hoeven we gelukkig niet te vrezen want Dholakia et al. zien ook een lichtpuntje:

As culture and practice changes, we may see a changing atypical pattern of pubic lice infestations, as they try to colonize other habitats such as chest or eyebrow hair.

Hoewel 3850 een mooi aantal respondenten is, zien de onderzoekers ook de beperkingen: de gemiddelde leeftijd is 24 jaar en bijna 80% valt in de categorie ‘white/European’. Geen representatieve weerspiegeling van de Britse samenleving, dus. Voor het uitsterven van de schaamluis hoeven we niet te vrezen, maar op micro-niveau is het nu wel duidelijk dat de soort op zijn retour is.

Hieronder een mooi geconserveerd monster schaamluizen uit de collectie van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, uit een periode waarin de schaamluis nog niets te vrezen had.

Phthirus pubis NMR