Weg met de grasmaaier!

Op zondag 14 juni 2020 sprak ik deze column uit in het radioprogramma ‘Vroege Vogels’: [hij is hier ook terug te luisteren]

Hij moet het met een eenvoudige gedenkplaat doen, maar als Edwin Beard Budding – de uitvinder van de grasmaaier – een standbeeld had gehad, dan was hij deze week vast en zeker van zijn sokkel getrokken. De grasmaaier, die kan echt niet meer. Gepatenteerd in Engeland 1830 als mechanische vervanger van de zeis, sikkel en grazende geiten, bracht de uitvinding uitkomst voor het millimeteren van golfbanen en voetbalvelden. Tegenwoordig is het een machine die elke vorm van wildgroei coupeert. Er zijn nu cirkelmaaiers, klepelmaaiers, zitmaaiers, robotmaaiers en – de ergste van allemaal – bosmaaiers, een soort staafmixer voor de moeilijke hoekjes. Vanwege het onuitroeibare ‘Alles Moet Kapot’ is er zelfs een in Amerika gepatenteerde motormaaier die via de uitlaatgassen een chemisch goedje vernevelt dat insecten doodt en, afhankelijk van het gifmengsel, ook ongewenste vegetatie uitroeit. Tel uit je winst.

Het maaien beperkt zich niet tot het gras van suffe gazons en speelweiden, nee ook bloemrijke bermen en braakliggende terreinen gaan onder het mes. Daar waar zich straatgras en andere flora tussen stoeptegels vertoont en maaimachines kansloos zijn, wordt zwaarder geschut ingezet: zogenaamd milieuvriendelijke stoomspuiten en – jawel – vlammenwerpers. Zelfs voor je eigen straatje of tuinpad zijn er de ‘Thermoflamm Bio Classic’ (op gas), de ‘Thermo Kill Trio’ (elektrisch), en de ‘Green Power Evolution’ (ook elektrisch). De strijd tegen alles wat zich boven het maaiveld vertoont, is big business en dat allemaal onder het mom van ‘groenbeheer’.

De coronacrisis leerde mij dat het anders kan en dat zelfs saaie gazons kunnen opfleuren. Vanuit mijn vrijwillige isolatie in het Natuurhistorisch Museum, waar ik werk, kijk ik uit op het Rotterdamse Museumpark. Daar werd vlak voor het paasweekend een hek omheen gezet, omdat de picknick- en andere coronaparty’s niet meer te handhaven waren. De trieste aanblik van een stadspark zonder mensen veranderde opvallend snel in een park met bloemrijk grasland. Doordat ook de motormaaier wegbleef, bloeiden de madeliefjes en paardenbloemen op tot een ongekende oppervlaktedekking. Ze stonden overal, dicht opeen en het gonsde er van de wilde bijen en zweefvliegen. Toen begin juni de coronamaatregelen versoepelden, de musea weer openden en het hek verdween, werd het gras met bloemen en al gemaaid. Alles was weer ‘zoals het hoort’ – kort en netjes – ongetwijfeld volgens een door de gemeentelijke groenbeheerders goedgekeurd maaiprotocol.

Positieve uitzonderingen daargelaten, vermorzelt de grasmaaier nog veel te veel spontane natuur in de stad en daarbuiten. Waar stadsbewoners, bioboeren en ecologen de handen ineenslaan om de biodiversiteit naar een hoger plan te tillen, volharden groenbeheerders in achterhaalde ideeën hoe parken, tuinen, bermen en slootkanten er uit moeten zien. Het is tijd voor verandering. Weg met de grasmaaier!

Het Stadsnatuurreservaat achter het Natuurhistorisch Museum Rotterdam werd eind mei 2020 per abuis gemaaid.

Dead Duck Day 2020, some photo’s

Due to the global COVID-19 pandemic, the 25th Dead Duck Day on June 5th, 2020, went back to basics: me, the stuffed duck and a bottle of beer. The same setting as 25 years ago. Despite the low profile – and the announcement the special anniversary edition will be postponed till 2021 – still five spectators attended. Here is a photographic report. Images by Niels de Zwarte.

Dead Duck Day 2020 postponed till 2021

The 25th Dead Duck Day, on June 5th, will be postponed till 2021. Due to the COVID-19 pandemic, public open air gatherings are not allowed. So be on the lookout for the special (postponed) 25th anniversary edition in 2021.

This year, Dead Duck Day will have only two participants – me and the stuffed duck, accompanied by a bottle of beer, just as on the very first Dead Duck Day celebration, 25 years ago.

Kees Moeliker

Of course everybody is free and invited to have private Dead Duck Day celebrations, anywhere in the world, to commemorate the dramatic death of the duck — and the tragedy of billions of other birds that die from colliding with glass buildings.

Photographic and/or video images of the private short Dead Duck Day ceremony in Rotterdam will be posted here and on social media. #DeadDuckDay

Here is a photo from Dead Duck Day, when a paucity of pandemics permitted people to gather together in celebration. (photo Maarten Laupman)

De verrekijker 2.0

Zondag 23 februari 2020 sprak ik in het radioprogramma Vroege Vogels de volgende column uit: [hij is hier ook terug te luisteren]

In plaats van hier voor de microfoon te zitten, beste luisteraars, zoek ik op zondagochtend eigenlijk het liefst mijn topmodellen op. Dat gaat vandaag niet meer lukken, maar ze wachten geduldig tot ik ze uit het zachte kalfsleer rits. De geur van rijke oliën en leren riempjes, het fijne reliëf van de huid, de harde, strakke lijnen of juist de wulpse rondingen winden me op. Ja, mijn verrekijkerverzameling is me dierbaar.

Ik heb er bijna honderd en specialiseer me in modellen van de Duitse topmerken Leitz en Zeiss, gefabriceerd vanaf mijn geboortejaar 1960. Het zijn wondertjes van optische en mechanische techniek die ik, hoewel sommigen meer dan een halve eeuw oud, intensief gebruik. Voor vogels kijken in een donker bos is de 7×42 ideaal, in de polder en langs de kust zweer ik bij de 10×40, en in de stad heb ik altijd een compacte, opvouwbare 10×25 in mijn jaszak. Bij zwaar weer neem ik er een waarmee je zelfs kan snorkelen.

Hoewel militairen, spionnen en zeevarenden het nut van verrekijkers al vroeg door hadden, heeft het opmerkelijk lang geduurd voordat het optische hulpmiddel ook bij de vogelstudie werd gebruikt. In 1889 verscheen weliswaar in de Verenigde Staten het boekje ‘Birds through an opera-glass’, maar denk nu niet dat vroege vogelkundigen met een toneelkijkertje het veld in gingen. Nee, zij pakten het geweer als ze wilde weten wat er rondvloog. De eerste serieuze vogelstudies waarbij verrekijkers gebruikt werden, zijn nog maar een eeuw oud en pas toen er relatief goedkope Japanse prismakijkers op de markt kwamen, nam het hobbyvogelen een vlucht. De Duitse kwaliteitsoptiek was toen slechts weggelegd voor vogelende notabelen. Mijn eerste verrekijker was een ‘Primax’, een loodzware 7×50, bij elkaar gespaard met auto’s wassen.

De verrekijker is de levensgezel van de vogelaar. Samen met het vogelboek, de boterham-met-pindakaas, een thermosfles koffie en een platvink single malt is het een ijzersterke combinatie die in elk geval mij veel natuurgenot heeft gebracht. Kijken, bladeren, slok koffie, vergelijken, beter kijken, bladeren. Het zijn dierbare momenten op een duintop, maar die intieme, individuele natuurbeleving gaat verdwijnen.

Afgelopen week kondigde de Oostenrijkse fabrikant van hoogwaardige optische apparatuur Swarovski het nieuwe vogelen aan met de dG die vanaf 1 april verkrijgbaar is. Het is een soort 8×25 verrekijker met een ingebouwde 13-megapixel camera én wifi-hotspot waarmee je dankzij een beproefde identificatie app onmiddellijk op je smartphone ziet welke vogelsoort je in beeld hebt. Andere hippe vogelaars in de buurt kunnen de live stream volgen, en met nog een druk op de knop deel je de waarneming op social media. Ik heb het voor u nog even nagevraagd in Tirol: het is géén grap. De verrekijker 2.0 komt er aan!

Nuttige links en bronnen aanklikbaar in de tekst

           

           

Red de houtsnip!

Zondag 10 november 2019 sprak ik in het radioprogramma Vroege Vogels de volgende column uit:

Als ik één vogel associeer met het najaar is dat de houtsnip. Dat heeft twee redenen. De eerste is het verenkleed van de steltloper – werkelijk prachtig uitgevoerd in alle mogelijke herfsttinten. Het samenspel van de kleuren bruin, zwart en grijs is zodanig dat elke met zorg samengestelde herfsttafel er bij verbleekt. De tweede reden is de najaarstrek. Precies nu, in de eerste twee weken van november, is die op zijn hoogtepunt en trekken er duizenden door ons land. Ze komen uit Scandinavië en Oost-Europa, sommigen van ver achter de Oeral, en zijn onderweg naar Frankrijk, Engeland en Spanje om te overwinteren. Hoewel de houtsnip in zijn broedgebied een schuwe bewoner van bossen is die pas in het schemerdonker actief wordt, is de kans groot dat u er dit najaar midden op de dag een ziet of heeft gezien – vooral als u in een grote stad woont. De kans is ook groot dat die houtsnip dood was.

Dat zit zo. Ze trekken ’s-nachts en worden door het licht dat nooit dooft steden ingezogen. Wanneer de dag aanbreekt en de vogels vliegend een veilig heenkomen zoeken, blijkt dat ze niet aangepast zijn aan het leven in de stad. Hun ogen staan opvallend ver naar achteren. Dat is een prettige aanpassing voor een op bosgrond broedende vogel – dan zie je zonder je kop te bewegen roofvijanden van alle kanten aankomen. Maar helaas is recht vooruit het zicht van de houtsnip ronduit slecht. In de stad vliegen ze zich daardoor vroeg of laat dood, tegen etalageruiten, glazen gevels, in portieken en bushokjes.

Afgelopen vrijdag bracht een bezoeker van het Natuurhistorisch Museum een gecrashte houtsnip binnen: “Een soort grutto, hiernaast tegen het gebouw geknald!” zei de man omringd door zijn zichtbaar geschokte gezin. Ik pakte de vogel aan. Hij keek nog kwiek uit zijn grote zwarte ogen, maar het kopje hing al een beetje scheef. Geen goed teken. Binnen een uur was hij dood. Weer een houtsnip minder.

Wereldwijd sterven jaarlijks miljarden vogels door botsingen met glazen gebouwen en andere doorzichtige of spiegelende structuren. De oplossing – niet meer bouwen met glas, maar natuurinclusief – vergt een mentaliteitsverandering bij architecten en stedenbouwkundigen die slechts langzaam indaalt. Lokaal zijn er snelle successen te boeken. Zo bleek uit een recent onderzoek in Polen, waar zich jaarlijks ongeveer een miljoen vogels tegen glazen bushokjes te pletter vliegen, dat bushokjes waarvan de ruiten (clandestien) van graffiti-schilderingen waren voorzien veel minder raamslachtoffers eisten dan brandschone hokjes. Tegen bushaltes waarvan het glas én bespoten én vuil (niet gezeemd) was, botsten nauwelijks vogels.

Lieve luisteraars van Vroege Vogels als jullie nu allemaal in je eigen buurt een glazen bushokje met een spuitbus onder handen nemen, dan gaat dat veel raamslachtoffers schelen. Ook de houtsnip is jullie dankbaar.

De Ig Nobelprijzen van 2019

In de nacht van 12/13 september 2019 zijn in het Sanders theater van de Harvard Universiteit in de Verenigde Staten de tien nieuwe Ig Nobelprijzen uitreikt aan wetenschappers die met hun werk ‘mensen eerst aan het lachen maken en daarna aan het denken zetten’. Het was de 29e Ig Nobelprijs Ceremonie.

De prijzen gingen dit jaar (naar onderzoek) naar ‘Pizza en gezondheid’ (Geneeskunde), ‘Scrotum-temperatuur bij Franse postbodes’ (Anatomie), ‘Magnetische kakkerlakken’ (Biologie), ‘Speekselproductie bij kleuters’ (Scheikunde), ‘Klikker-training voor orthopedisch chirurgen’ (Geneeskunde-onderwijs), ‘Een luierverschoonmachine’ (Machinebouw), ‘Het meten van het plezier van krabben bij jeuk’ (Vrede), ‘een pen in de mond die blij maakt, of niet’ (Psychologie) en ‘Vierkante wombat-drollen’ (Natuurkunde).

Andreas Voss, hoogleraar infectiepreventie aan het Radboud UMC in Nijmegen, won samen met zijn zoon Timothy en een Turkse collega de Ig Nobel economieprijs voor hun onderzoek naar bacterieoverdracht via bankbiljetten uit verschillende landen.

Dit zijn de winnaars:

Ig Nobel geneeskundeprijs 2019 [Italië]

Silvano Gallus,

voor het verzamelen van bewijs dat pizza kan beschermen tegen ziekte en dood, mits de pizza in Italië wordt gemaakt en gegeten.

REFERENCE: “Does Pizza Protect Against Cancer?” Silvano Gallus, Cristina Bosetti, Eva Negri, Renato Talamini, Maurizio Montella, Ettore Conti, Silvia Franceschi, and Carlo La Vecchia, International Journal of Cancer, vol. 107, no. 2, November 1, 2003, pp. 283-284.

REFERENCE: “Pizza and Risk of Acute Myocardial Infarction” Silvano Gallus, A. Tavani, and C. La Vecchia, European Journal of Clinical Nutrition, vol. 58, no. 11, November 2004, pp. 1543-1546. 

REFERENCE: “Pizza Consumption and the Risk of Breast, Ovarian and Prostate Cancer” Silvano Gallus, Renato Talamini, Cristina Bosetti, Eva Negri, Maurizio Montella, Silvia Franceschi, Attilio Giacosa, and Carlo La Vecchia, European Journal of Cancer Prevention, vol. 15, no. 1, February 2006, pp. 74-76.

Ig Nobel geneeskunde-onderwijsprijs 2019 [Verenigde Staten]

Karen Pryor en Theresa McKeon,

voor het gebruik van een eenvoudige dierentrainingstechniek – ‘clickertraining’ genaamd – om orthopedisch chirurgen op te leiden.

REFERENCE: “Is Teaching Simple Surgical Skills Using an Operant Learning Program More Effective Than Teaching by Demonstration” I. Martin Levy, Karen W. Pryor, and Theresa R. McKeon, Clinical Orthopaedics and Related Research, vol. 474, no. 4, April 2016, pp. 945–955.

Ig Nobel biologieprijs 2019 [Singapore, China, Australië , Polen, Verenigde Staten, Bulgarije]

Ling-Jun Kong, Herbert Crepaz, Agnieszka Górecka, Aleksandra Urbanek, Rainer Dumke en Tomasz Paterek,

voor het ontdekken dat dode gemagnetiseerde kakkerlakken zich anders gedragen dan levende gemagnetiseerde kakkerlakken.

REFERENCE: “In-Vivo Biomagnetic Characterisation of the American Cockroach” Ling-Jun Kong, Herbert Crepaz, Agnieszka Górecka, Aleksandra Urbanek, Rainer Dumke, Tomasz Paterek, Scientific Reports, vol. 8, no. 1, 2018: 5140.

Ig Nobel anatomieprijs 2019 [Franrijk]

Roger Mieusset en Bourras Bengoudifa,

voor het meten van de ongelijkheid van de scrotumtemperatuur bij naakte en geklede postbodes in Frankrijk.

REFERENCE: “Thermal Asymmetry of the Human Scrotum” Bourras Bengoudifa and Roger Mieusset, Human Reproduction, vol. 22, no. 8, 2007, pp. 2178-2182.

Ig Nobel scheikundeprijs 2019 [Japan]

Shigeru Watanabe, Mineko Ohnishi, Kaori Imai, Eiji Kawano en Seiji Igarashi,

voor het schatten van het totale speekselvolume dat een vijfjarig kind per dag produceert.

REFERENCE: “Estimation of the Total Saliva Volume Produced Per Day in Five-Year-Old Children” Shigeru Watanabe, M. Ohnishi, K. Imai, E. Kawano, and S. Igarashi, Archives of Oral Biology, vol. 40, no. 8, August 1995, pp. 781-782.

Ig Nobel techniekprijs 2019 [Iran]

Iman Farahbakhsh,

voor het uitvinden van een luierverwisselmachine voor gebruik bij menselijke zuigelingen.

REFERENCE: “Infant Washer and Diaper-Changer Apparatus and Method” US patent 10034582, granted to Iman Farahbakhsh, July 31, 2018.

Ig Nobel economieprijs 2019 [Turkije, Nederland, Duitsland]

Habip Gedik, Timothy A. Voss en Andreas Voss,

voor het testen uit welk land papiergeld het beste gevaarlijke bacteriën overbrengt.

REFERENCE: “Money and Transmission of Bacteria” Habip Gedik, Timothy A. Voss, and Andreas Voss, Antimicrobial Resistance and Infection Control, vol. 2, no. 2, 2013.

Ig Nobel vredesprijs 2019 [Verenigd Koninkrijk, Saudi Arabie , Singapore, Verenigde Staten]

Ghada A. bin Saif, Alexandru Papoiu, Liliana Banari, Francis McGlone, Shawn G. Kwatra, Yiong-Huak Chan, and Gil Yosipovitch,

voor het meten van de plezierigheid van het krabben bij jeuk.

REFERENCE: “The Pleasurability of Scratching an Itch: A Psychophysical and Topographical Assessment” G.A. bin Saif, A.D.P. Papoiu, L. Banari, F. McGlone, S.G. Kwatra, Y.-H. Chan and G. Yosipovitch, British Journal of Dermatology, vol. 166, no. 5, 2012, pp. 981-985.

Ig Nobel psychologieprijs 2019 [Duitsland]

Fritz Strack,

voor de ontdekking dat je lacht wanneer je een pen in je mond houdt, wat je ook gelukkiger maakt, en voor het voortschrijdend inzicht dat het niet zo is.

REFERENCE: “Inhibiting and facilitating conditions of the human smile: a nonobtrusive test of the facial feedback hypothesis” Fritz Strack, Leonard L. Martin, and Sabine Stepper, Journal of Personality and Social Psychology, vol. 54, no. 5, 1988, pp. 768-777.

REFERENCE: “From Data to Truth in Psychological Science. A Personal Perspective,” Fritz Strack, Frontiers in Psychology, May 16, 2017.

Ig Nobel natuurkundeprijs 2019 [Verenigde Staten, Taiwan, Australië, Nieuw Zeeland, Zweden, Verenigd Koninkrijk]

Patricia Yang, Alexander Lee, Miles Chan, Alynn Martin, Ashley Edwards, Scott Carver en David Hu,

voor het onderzoeken hoe en waarom wombats vierkante drollen produceren.

REFERENCE: “How Do Wombats Make Cubed Poo?” Patricia J. Yang, Miles Chan, Scott Carver, and David L. Hu, paper presented at the 71st Annual Meeting of the APS Division of Fluid Dynamics, Abstract: E19.0000, November 18–20, 2018.

Stenen voor een bosuil

Voor de uitzending van het radioprogramma Vroege Vogels van zondag 28 juli 2019 schreef en sprak ik onderstaande column uit (hij is hier ook terug te luisteren):

Luisteraars, tegen mijn gewoonte in zit ik niet live achter de microfoon om deze column voor te dragen, maar praat ik in een opnameapparaat. Wanneer u dit hoort, ben ik namelijk met vakantie langs de westkust van Turkije. Bij de keuze van die bestemming speelden mijn kinderen een grote rol, want zij wilden wel weer eens ‘naar dat land met die uil’. Dat zit zo. Vijf jaar geleden waren we er ook, in een badplaatsje niet ver van Bodrum, zonder hoogbouw, met olijfboomgaarden in het achterland, een gezellige autovrije boulevard met zitzakken, hangmatten, eettentjes en een fijne mix van nationale en internationale toeristen. 

Op een avond zaten we daar te eten toen er op het terras van het restaurant tumult ontstond: ‘baykuşbaykuş’ werd er geroepen. In het schemerdonker vloog een uil geruisloos over onze hoofden en landde op een lantarenpaal. Het was een bosuil, zag ik als doorgewinterde vogelaar. Wat er toen gebeurde, maakte blijvende indruk op mij en mijn gezin. Ongeveer de helft van de vakantiegangers pakte enthousiast de mobiele telefoon en begon de uil te fotograferen, de andere helft zocht stenen en bekogelde de vogel die natuurlijk onmiddellijk wegvluchtte.

Gebaseerd op fabels en bijgeloof, staan uilen enerzijds symbool voor het goede en de wijsheid, en anderzijds voor de dood en ander onheil. Verwondering (en respect) van de toeristen met hun mobieltjes tegenover angst (en agressie) van de stenengooiers – dat is misschien wel de ultieme tegenstelling die ten grondslag ligt aan onze omgang met de levende natuur.

Waar komt die angst toch vandaan? Zit het in onze genen? Stamt het nog uit de tijd dat we met stenen bijlen achter mammoeten aanjoegen terwijl er sabeltandkatten op de loer lagen? Of zijn het de media die ons in de nieuwsluwe zomermaanden de stuipen op het lijf jagen met verhalen over meeuwen die chihuahua’s opslokken, de eikenprocessierupsenjeuk, rennende reuzenteken en het verschrikkelijke draaigatje dat ons het leven zuur maakt? Nog even en dan stapt er weer en badgast in de rugvin van een pieterman (‘Ga niet in zee, ze zijn er weer!’), de limonadewespen zijn in aantocht (‘Niet drinken!’), vale gieren zeilen ons land binnen (‘Houd peuters binnen!’) en binnenkort krijgt een Veluwse veeboer geheid een knauw van een wolf. 

Oké, kijk uit voor teken in je bilnaad, mep irritante steekmuggen dood, maar zoek vooral de natuur op, en geniet. Ik heb het hier vaker geroepen: mensen die regelmatig een flinke portie natuur tot zich kunnen nemen, zijn geestelijk en lichamelijk gezonder dan mensen die dat moeten missen. Keukentrapjes en bijtgrage honden veroorzaken veel meer ellende dan de 39.732 soorten wilde dieren, planten, schimmels en slijmzwammen die de Nederlandse natuur rijk is. 

In Turkije is dat niet anders. Vanavond gaan we voor een kebab naar de boulevard en hopen op de terugkeer van de bosuil.

/

Dead Duck Day 2019: ‘May we continue to welcome and honor the unexpected’

Knowing the 1st Dead Duck Day in 1996 had only two participants (me and the duck), the record number of 75 people attending the 24th Dead Duck Day ceremony, 5 June 2019, was heartwarming. Sixteen of them showed-up wearing the official Dead Duck Day t-shirt – also a milestone.

With me, the audience was very pleased with the ‘Special Dead Duck Day Message’, send in by corvid researcher dr Kaeli Swift, first-author of the 2018 paper ‘Occurrence and variability of tactile interactions between wild American crows and dead conspecifics’. I had the honor to read it aloud:

Greetings to the participants of the 2019 annual Dead Duck Day! It is with great delight and a strong sense of surrealism that I address you here today. I can still remember when I first learned of the original event over a decade ago while I was an undergraduate dreaming of a career in animal behavior. Today, my work is the latest contribution to the growing list of non-human animals whose occasional behaviors with their dead rattle our puritan instincts. Writing the words “putting the crow in necrophilia” is perhaps one of the most delightful and unexpected outcomes of my life and I’m not sure what else to say about it other than “yes kids, sometimes you grow up to be even more strange than you already are and it’s more wonderful than you can imagine.” May we continue to welcome and honor the unexpected. Happy Dead Duck Day!

We also paid tribute to the 60th anniversary of Bob Dickerman’s observation of ‘Davian Behavior Complex in Ground Squirrels‘ (in 1959).

Images (also by Maarten Laupman) of other things that happened, including O.C. Hooymeijer’s performance, are here.

Join the 24th Dead Duck Day: June 5th, 2019

Wednesday 5 June 2019 is the 24th edition of Dead Duck Day. At exactly 17:55 h we will honor the mallard duck that became known to science as the first (documented) ‘victim’ of homosexual necrophilia in that species, and earned its discoverer (me) the 2003 Ig Nobel Biology Prize. [programma in Nederlands]

Dead Duck Day also commemorates the billions of other birds that die(d) from colliding with glass buildings, and challenges people to find solutions to this global problem.

Dead Duck Day 2018.

Please join the free, short open-air ceremony next to the new wing of the Natural History Museum Rotterdam (the Netherlands), right below the new Dead Duck Memorial Plaque — the very spot where that duck (now museum specimen NMR 9989-00232) met his dramatic end.

This is what will happen: [not necessarily in this sequence]

O.C. Hooymeijer.

Dr Kaeli Swift (Jacob Gaposchkin)

Dickerman’s specimen, from 1959.

The traditional six-course (dead) duck dinner at the famous Tai Wu Restaurant is also open to the public (at your own expense). Reserve your seat by e-mailing to: info [at] hetnatuurhistorisch.nl

More on (the history of) Dead Duck Day: here. And for Dutch readers: here.

We botsen, keihard

Zondag 12 mei 2019 sprak ik in het radioprogramma Vroege Vogels de volgende column uit: [hij is hier binnenkort ook terug te luisteren]

Het kan de beste columnist overkomen: geen idee voor een onderwerp. Zelf heb ik ooit uit pure wanhoop een willekeurig boek met een interessante titel uit de museumbibliotheek getrokken – ‘De Zwarte Vliegen van Guatemala’ – en mezelf gedwongen daar een column uit te persen, uiteindelijk over genitale vorken bij kriebelmuggen. Maakt u zich geen zorgen, luisteraars, dat ik u nu ga vervelen met een verhaaltje over insectengeslachtsorganen. Nee, de actualiteit biedt inspiratie genoeg.
                  Neem die 343 gezonde zomereiken in de Achterhoek die de verkeersveiligheid in de weg staan en daarom gekapt moeten worden. Sommige van die bomen zijn anderhalve eeuw oud! Wie botst nu tegen wie? En wat dacht u van die arme beluga, de tamme witte walvis die in Noorwegen het gezelschap van zeevissers opzocht en een Russisch tuigje bleek te dragen, waarschijnlijk bestemd voor een spionagecamera. Ik dacht dat dit soort vormen van militaire dierenuitbuiting sinds het mislukken van het brandbomvleermuisexperiment wel waren uitgebannen. Nee dus.
                  Dan het nieuws over ‘Cor de Schijtende Scholekster’ uit het Brabantse Bladel. Deze steltloper kreeg grote bekendheid en het predicaat ‘modderfokker’ op social media door een suf bedrijvenparkje wat leven in te blazen met het verdrijven van zijn eigen spiegelbeeld dat reflecteert in een raam. Dat de schaduwbokser daarbij flink wat ontlasting achterlaat, droeg bij aan zijn populariteit: Cor heeft nu een eigen kledinglijn. Grappig, ja – maar de vogel levert een eindeloze en ongelijke strijd met keihard glas, en verliest tijd en energie om simpelweg te overleven.
                  Ook viel mijn oog op een wetenschappelijke publicatie over de vondsten van wilde dieren in voorverpakte verse salades. Met een beetje zoeken op internet vonden de onderzoekers alleen al in de Verenigde Staten in een periode van tien jaar veertig gevallen van dode kikkers, padden, slangen, hagedissen, vleermuizen, knaagdieren en vogels die in van die handige zakjes en bakjes terecht gekomen waren. Voor muizen moet je vooral uitkijken in zakken spinazie, voor boomkikkertjes in bakjes gemengde salade. Vreemd genoeg vonden ze minder beesten in onbespoten ‘organic’ salademengels dan in niet-biologisch geteeld groenvoer. Het geeft te denken, zeker als je weet dat lang niet iedereen aan de bel trekt als er een hagedis tussen de rucola zit.
                  Wat er deze week echt inhakt, is het 1800 pagina’s dikke rapport van het internationale biodiversiteitspanel IPBES. Stevig onderbouwd voorspelt het dat een miljoen planten- en diersoorten de komende decennia dreigen uit te sterven ten gevolge van (1) verwoesting van leefgebied, (2) directe exploitatie van de natuur, (3) klimaatverandering, (4) vervuiling van land, lucht en water, en (5) invasieve exoten. Mens en moeder natuur botsen, keihard. Daar kunnen de Achterhoekse eiken, de Russische witte walvis, Cor de Scholekster en de kikkers in de sla over meepraten, en wij straks ook.

Bronnen en nuttige verwijzingen zijn aanklikbaar in de tekst.