Dead Duck Day 2019: ‘May we continue to welcome and honor the unexpected’

Knowing the 1st Dead Duck Day in 1996 had only two participants (me and the duck), the record number of 75 people attending the 24th Dead Duck Day ceremony, 5 June 2019, was heartwarming. Sixteen of them showed-up wearing the official Dead Duck Day t-shirt – also a milestone.

With me, the audience was very pleased with the ‘Special Dead Duck Day Message’, send in by corvid researcher dr Kaeli Swift, first-author of the 2018 paper ‘Occurrence and variability of tactile interactions between wild American crows and dead conspecifics’. I had the honor to read it aloud:

Greetings to the participants of the 2019 annual Dead Duck Day! It is with great delight and a strong sense of surrealism that I address you here today. I can still remember when I first learned of the original event over a decade ago while I was an undergraduate dreaming of a career in animal behavior. Today, my work is the latest contribution to the growing list of non-human animals whose occasional behaviors with their dead rattle our puritan instincts. Writing the words “putting the crow in necrophilia” is perhaps one of the most delightful and unexpected outcomes of my life and I’m not sure what else to say about it other than “yes kids, sometimes you grow up to be even more strange than you already are and it’s more wonderful than you can imagine.” May we continue to welcome and honor the unexpected. Happy Dead Duck Day!

We also paid tribute to the 60th anniversary of Bob Dickerman’s observation of ‘Davian Behavior Complex in Ground Squirrels‘ (in 1959).

Images (also by Maarten Laupman) of other things that happened, including O.C. Hooymeijer’s performance, are here.

Advertisements

Groen heeft de toekomst

Op zaterdag 29 september 2018 mocht ik in Rotterdam met een column de conferentie ‘Groen van de toekomst‘ aftrappen. Voordat ik begon, heb ik onderstaand filmpje laten zien:

 

Daarna sprak ik de column uit:

Dit is de zogenaamde ‘leader’ van de televisieserie ‘Rotterdammers in het Groen‘ die  RTV-Rijnmond vanaf 22 september 2018 wekelijks uitzendt. Mijn rol is die van presentator, hoewel ‘presenteren’ een groot woord is – ik fiets door de stad, praat met ‘Rotterdammers in het Groen’ en af en toe roep ik wat. Wat ik zeg in dit filmpje, klopt. Ik ben eigenlijk altijd met dieren bezig, met dode dieren in het Natuurhistorisch Museum waar ik werk, of als ik buiten ben, met het rijke dierenleven in het Rotterdamse groen. Mensen in het groen heb ik eigenlijk altijd als hinderlijk ervaren. Ze jagen de vogels weg, vertrappen de planten, zagen bomen om, maaien het gras. En nu wilde Rijnmond juist mij mensen in de stadsnatuur laten bestuderen. Ze zochten een antwoord op de vraag ‘Wat doen ze er, waar en waarom?’.

Uiteindelijk heb ik het met veel plezier gedaan, vijf afleveringen – ‘Het stadspark’, ‘De singel’, ‘De stadstuin’, ‘De productietuin’ en ‘De volkstuin’. Kilometers gemaakt op een vouwfiets, van IJsselmonde tot in Overschie en van Schoonoord tot de Spoortuin. Ik moet toegeven dat mijn blik regelmatig afdwaalde af naar een tikkende specht of een jagende sperwer, maar toch kreeg ik de smaak te pakken, op mijn zoektocht naar mensen in parken en tuinen, op daken en langs singels.

Ik ben op groene plekken geweest die zelfs ik nog niet kende. Hippe dakakkers, verborgen stadstuintjes, braakliggende terreinen, volkstuinen, zelfs een verlaten treinspoor dat als onderdeel van ‘de Groene Connectie’ nu door een heuse stadsjungle voert. Met overal enthousiaste mensen die er van genieten en er letterlijk zelf wat van maken.

Ik heb ontdekt hoe Rotterdammers parken, tuinen en singels op verschillende manieren omarmen als een natuurlijk verlengstuk van hun leefgebied. Stadsnatuur is echt onmisbaar, voor iedereen!

Dat besef hebben we nog niet zo lang. Ik beweeg mij al een halve eeuw door het Rotterdamse groen. Heb de eekhoorns van het Kralingse Bos nog gekend. Heb de eerste Nijlgans zien komen, en ken de stad nog zonder aalscholvers en halsbandparkieten. Met mijn verrekijker had ik er tot een jaar of tien geleden bijna het rijk alleen. Hoe komt het dat de Rotterdammer openbaar groen terecht steeds meer als zijn natuurlijke habitat beschouwt en benut?

Dat heeft te maken met het besef dat natuur goed voor je is – je voelt je er fijn. Er is inmiddels een dikke stapel wetenschappelijk onderzoek die bewijst dat stadsmensen die een flinke portie buurtnatuur tot zich kunnen nemen, geestelijk en lichamelijk gezonder zijn dan mensen die dat moeten missen. Ziektecijfers zijn aanmerkelijk lager in groenere woongebieden. Lagere niveaus van depressie, angst en stress blijken geassocieerd met het aantal vogels dat mensen in hun omgeving kunnen zien. Het horen van vogelzang doet daar nog een schepje bovenop: het is rustgevender dan het geluid van kabbelend water en het zachtjes tikken van regen. Zelfs het voeren van vogels levert een heilzame klik tussen mens en natuur. Patiënten die in het ziekenhuis uitkijken op groen, genezen sneller dan zieken die uitzicht hebben op een blinde muur.

Na vijf weken filmen in de Rotterdamse stadsnatuur heb ik gezien hoe bestaande parken en andere groenvoorzieningen steeds intensiever gebruikt worden. Ik heb buurtbewoners letterlijk stadsnatuur zien maken, de BBQ-rookwolken boven het Vroesenpark zien opstijgen, en ben door een vrolijk dansend festivalpubliek op de schouders genomen. Ook heb ik kritische geluiden gehoord over wat wel en niet kan in een park. Waar ligt die grens?

De draagkracht van een park verschilt natuurlijk wezenlijk van die van een asfaltvlakte. De grens die gesteld moet worden, moet mensen de kans geven van het stadsgroen te genieten zonder uit het oog te verliezen dat juist het planten- en dierenleven de aantrekkelijkheid van parken bepaalt. Ik ken de veerkracht van de stadsnatuur en ben er van overtuigd dat ook uitzinnige festivalgangers liefhebbers zijn van het Rotterdamse groen. De grens van wat wel en niet kan, is een delicaat evenwicht tussen mens en natuur.

Natuurbesef is hierbij van groot belang, en biodiversiteit het toverwoord. Het toepassen van ecologische kennis in de stedelijke omgeving komt niet alleen plant en dier maar juist ook stadsmensen ten goede. Daar zou bij het groenbeheer vol op ingezet moeten worden. Benut braakliggende terreinen, maak groene verbindingen (ook met het buitengebied), maai bewust en met mate, geef insecten een kans, betrek burgers bij aanleg en onderhoud, en garandeer dat parken niet opgeofferd worden voor woningbouw of wegenaanleg.

Met het gestaag groeiende aantal mensen dat in een stedelijke omgeving leeft – nu al ruim 50 procent en in 2050 zeker 70 procent van de wereldbevolking – is het belang van stadsnatuur groter dan ooit.

Deze conferentie heet ‘Groen van de toekomst’. Ik zeg ‘Groen heeft de toekomst’.

.

Groeneveldprijs 2017!

Op 19 mei 2017 ontvingen Jelle Reumer en ik de Groeneveldprijs, in Kasteel Groeneveld. Deze prijs wordt sinds het jaar 2000 uitgereikt aan een persoon of organisatie die zich bijzonder heeft ingezet voor het debat over natuur en landschap in Nederland.

Dat is natuurlijk een grote eer, zeker ook gezien de namen en de wapenfeiten van de laureaten die ons voorgingen: Geert Mak (2000), Koos van Zomeren (2001), Helen Mayer Harrison & Newton Harrison (2002), Matthijs Schouten (2003), Jared Diamond (2004), Willem Overmars (2005), Frans van der Hoff (2006), Benny Jolink (2007), Louise Fresco (2008), Auke van der Woud (2009), Willem van Toorn (2010), John Berger (2011), Tracy Metz (2012), de Groene redactie van dagblad Trouw (2013/2014), Wouter Helmer (2015) en Digna Sinke (2016).

Op de oorkonde die Wim van Helden (voorzitter van de stichting Groeneveld) overhandigde, staat te lezen waarom we met deze prijs werden beloond.

[De stichting Groeneveld reikt met bijzonder veel genoegen de Groeneveldprijs 2017 uit aan Kees Moeliker]:

die door zijn lichtvoetige aanpak van ogenschijnlijk triviale details betreffende de stedelijke natuur ons anders leert kijken in de stad.

Op de oorkonde van Jelle Reumer staat hetzelfde. We kregen de prijs voor onze publicaties over natuur in de stad en voor de tentoonstellingen en activiteiten over stadsnatuur in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Het persbericht dat Stichting Groeneveld op 19 april 2017 verspreidde, verwoordt het als volgt:

De sprankelende presentatie van wetenswaardigheden over de natuur, in het bijzonder de stedelijke natuur is het eigenzinnige waarmerk geworden van beide laureaten en van Het Natuurhistorisch. Op speelse wijze plaatst het Natuurhistorisch Museum Rotterdam ogenschijnlijk triviale details uit de natuur in een ruimer maatschappelijk en natuurlijk perspectief. De nadrukkelijk open communicatie met de lokale instellingen van onderwijs en wetenschap is een al even kenmerkende karakteristiek van beide laureaten. Ook in hun publicitaire activiteiten zijn Reumer en Moeliker opmerkelijk actief en gericht op een stedelijk, nationaal en internationaal publiek.

GroeneveldPrijs_2017

Jelle Reumer (links) en Kees Moeliker met de Groeneveldprijs 2017.

Na de officiële uitreiking volgde de Groeneveldlezing 2017 waarbij Jelle Reumer de natuur in Nederland kenschetste als ‘zombienatuur’ en stelde ‘voor biodiversiteit  moet je de eeuwige raaigrasvelden en de letterlijk onoverzienbare maisakkers achter je laten en de stadspoort binnentreden.’ Ik kon daar mooi op aansluiten met een bloemlezing over een aantal ‘ogenschijnlijk triviale details betreffende de stedelijke natuur’. Deze lezingen zullen te zijner tijd in druk verschijnen.

Join the 21st Dead Duck Day, on June 5th

DDD20 logo DEF DT (1)Sunday June 5th, 2016 is the 21th edition of Dead Duck Day. At exactly 17:55 h we will honor the mallard duck that became known to science as the first (documented) ‘victim’ of homosexual necrophilia in that species, and earned its discoverer (me) the 2003 Ig Nobel Biology Prize.

Dead Duck Day also commemorates the billions of other birds that die(d) from colliding with glass buildings, and challenges people to find solutions to this global problem.

Please join the free, short open-air ceremony next to the new wing of the Natural History Museum Rotterdam (the Netherlands), right below the new Dead Duck Memorial Plaque— the very spot where that duck (now museum specimen NMR 9989-00232) met his dramatic end.

This is what will happen:

CuratorMuseumOfSex_edited-1

Sarah Forbes

  • The traditional Ten Seconds of Silence.
  • Review of this year’s necrophilia news: two new clear cases in birds became known to science, and the first case in a Dutch mammal (!) will be revealed.
  • The reading of the special ‘Dead Duck Day Message’. This years message is send in by Sarah Forbes, former curator of the Museum of Sex (MoS) in New York and author of the book ‘Sex in the Museum’.
  • The announcement of the second performance of ‘The Homosexual Necrophiliac Duck Opera’ in London, on sacred grounds, June 24th, 2016.
  • The first-ever Dead Duck Day Fashion Show. The first batch of t-shirts, designed by Mark Prinsen, will be for sale.
  • A six-course duck dinner, after the ceremony.

The traditional six-course (dead) duck dinner at the famous Tai Wu Restaurant is also open to the public (at your own expense). Reserve you seat by e-mailing to: info [at] hetnatuurhistorisch.nl

More on (the history of) Dead Duck Day: here. And for our Dutch readers: here.

crowd_Dead-Duck-Day-3208-Anjes_Gesink-2015

The 20th Dead Duck Day: a report

crowd_Dead-Duck-Day-3208-Anjes_Gesink-2015On June 5th, 2015, the 20th Dead Duck Day attracted a crowd of about 50 people. They gathered at the spot where it all began, right below the all glass facade of the Natural History Museum Rotterdam. At exactly 17:55h Kees Moeliker, in company of the stuffed duck (NMR 9989-00232), welcomed everybody. As all people more or less understood Dutch, he proceeded in that language. After a minute of silence on behalf of the duck and the btribute-cropped_Dead-Duck-Day-3236-Anjes_Gesink-2015_edited-1illions of other birds that have died in collision with glas building, Kees Moeliker payed a tribute to the recently deceased Robert W. Dickerman, the
ornithologist who first described (homosexual) necrophilia in a ground squirrel (in 1960) and coined the term ‘Davian Behavior’ for that – distinguishing it from necrophiliac behavior in humans. Bob Dickerman should be remembered as the man who gave necrophilia a good name.

Menno_Schilthuizen_Dead-Duck-Day-3214-Anjes_Gesink-2015

Professor Menno Schilthuizen.

Then professor Menno Schilthuizen read the pages from is recent book ‘Nature’s Nether Regions‘ that are devoted to ‘the first case of homosexual necrophilia in de mallard’ – the reason of this annual gathering. He also presented his insights in the functional anatomy of duck genitals. Then there was an equally joyful announcement: the performance of ‘The Homosexual Necrophiliac Duck Opera’ at the Tête à Tête Opera Festival in Londen, 8/9 August 2015.

A thunderstorm, the first ever experienced in 20 years of Dead Duck Day, forced the crowd to take shelter in the Natural History Museum where ceremony proceeded smoothly, with the presentation of the new Dead Duck Day logo and the accompanying fashion line, designed by Mark Prinsen.

fashion_line_Dead-Duck-Day-3274-Anjes_Gesink-2015

Mark Prinsen (left) shows the DDD fashion line.

This years necrophilia news originated from Azerbaijan. It concerns a free-ranging Central Asian Tortoise (Testudo horsfieldii) that tried to mate with the smelly empty shell of a male congener. Stephen Butler witnessed this in his back yard and donated the shell to the Natural History Museum Rotterdam, where it bears catalogue number NMR 9988-00702. The carapax was shown to the audience, and so was the old shirt in which it was wrapped when the specimen reached the museum.

The special Dead Duck Day Message was written and send in by Anil Aggrawal, professor of forensic medicine, Maulana Azad Medical College, New Delhi, and foremost expert on human necrophilia. It was read aloud, by Kees Moeliker:

Anil_Aggrawal_2015Necrophilia is a behaviour which reveals its unlimited curiosities almost regularly. Kees discovered a curiosity 20 years back. About a decade later as we were studying necrophiles from around the world, we discovered that it could be classified in 10 different types, starting from most innocuous “Role players” to the most dangerous “Exclusive necrophiles”. Gradually as we studied other paraphilias, it dawned upon us, that the very same classification could be extended to zoophiles too. Both studies were published in reputed journals. Were we on to something big? Do all paraphilic behaviors show same 10 gradations? Does a so-called “law of paraphilic equivalence” exist, which might state something to the effect that “all paraphilias are similar to one another, in as far as all of them exist on a continuum of increasing severity ranging from the most innocuous to the most dangerous?” Curiously as we studied more and more paraphilias with this objective in mind, we discovered that the law indeed was true. Most recently we have proved this in relation to even non-contact paraphilias, eg exhibitionism. For quite some time now, we had been thinking to bring together on one platform the necro-academics [my own term for scientists exploring this behavior] from around the world and publish their findings together in one book. Three academicians from around the world, including me got together a year back and were able to do exactly that. We got about 40 necro-academics from around the world and asked them to contribute their own experiences in the field of necrophilia in an anthology called ‘Understanding Necrophilia: A Global Multidisciplinary Approach’. Kees, to our honor, agreed and wrote an excellent chapter on necrophilia in the animal kingdom. I hope one day he discovers the 10 different kinds of necrophilia in the animal kingdom too, just as we have discovered it in humans. Necrophilia, thus, not only is a curious behavior, it is leading us on to new vistas in the study of paraphilic behavior.

The 20th Dead Duck Day ended with the traditional Dead Duck Day Dinner at the famous Tai Wu Restaurant, where about 35 people enjoyed each others company and good food. [all pictures, courtesy of Anjes Geesinkfood_Dead-Duck-Day-3314-Anjes_Gesink-2015

dinner_Dead-Duck-Day-3359-Anjes_Gesink-2015

The Homosexual Necrophiliac Duck Opera, now at Tête à Tête – The Opera Festival, London 8 and 9 August 2015

“The two male singers will also be portraying the mallard ducks in question, through the medium of contemporary dance. A tasteful re-enactment of the duck display, mixing flowing, poetic body movements and extreme sexual violence.”
Daniel Gillingwater, composer

My duck call (book not related).

My duck call (book not related).

This weekend, August 8th and 9th, 2015 ‘Tête à Tête:The Opera Festival‘, King’s Cross, London (also known as The World’s Largest Festival of New Opera) will feature two live performances of probably the first-ever scientific paper that has been converted into an opera – The Homosexual Necrophiliac Duck Opera. The actual words of my classic Ig Nobel winning paper (on that subject) will be sung and the duck’s display re-enacted! For those lovers of opera who are not familiar with homosexual necrophilia in mallards or in any other organism, I will briefly introduce it (using classic images) and then join the ochestra to play a sometimes dominating instrument, the duck call. While I blow the flute(s), soprano Sarah Richmond will take over my role by singing the exact words of my 2001 paper, including ‘Rather startled, I watched …’ which is the final vivace section of a pseudo Mozartian aria.

Here is a bit of history of the try-out in 2014 and the deeper thoughts of the wonderful musicians who composed and sung the opera. Here’s a preview, in The Times (see PDF)

Seats are still available. The performances will take place on 8th and 9th August 2015 at Kings Place, London. Here’s how to get TICKETS.

HomosexualNecDuckPoster-450pix-450x636

Join the 20th Dead Duck Day: June 5th

DDD20 logo DEF DT (1)Friday June 5th, 2015 is the 20th edition of Dead Duck Day. At exactly 17:55 h we will honor the mallard duck that became known to science as the first (documented) ‘victim’ of homosexual necrophilia in that species, and earned its discoverer (me) the 2003 Ig Nobel Biology Prize.

Dead Duck Day also commemorates the billions of other birds that die(d) from colliding with glass buildings, and challenges people to find solutions to this global problem.

Please join the free, short open-air ceremony next to the new wing of the Natural History Museum Rotterdam (the Netherlands), right below the new Dead Duck Memorial Plaque— the very spot where that duck (now museum specimen NMR 9989-00232) met his dramatic end.

This is what will happen:

The traditional six-course (dead) duck dinner at the famous Tai Wu Restaurant is also open to the public (at your own expense). Reserve you seat by e-mailing to: info [at] hetnatuurhistorisch.nl

Dead_Duck_Day-Anjes_Gesink-2014

More on the history of Dead Duck Day on the official Dead Duck Day website: www.deadduckday.com. Informatie in het Nederlands: hier.