Groeneveldprijs 2017!

Op 19 mei 2017 ontvingen Jelle Reumer en ik de Groeneveldprijs, in Kasteel Groeneveld. Deze prijs wordt sinds het jaar 2000 uitgereikt aan een persoon of organisatie die zich bijzonder heeft ingezet voor het debat over natuur en landschap in Nederland.

Dat is natuurlijk een grote eer, zeker ook gezien de namen en de wapenfeiten van de laureaten die ons voorgingen: Geert Mak (2000), Koos van Zomeren (2001), Helen Mayer Harrison & Newton Harrison (2002), Matthijs Schouten (2003), Jared Diamond (2004), Willem Overmars (2005), Frans van der Hoff (2006), Benny Jolink (2007), Louise Fresco (2008), Auke van der Woud (2009), Willem van Toorn (2010), John Berger (2011), Tracy Metz (2012), de Groene redactie van dagblad Trouw (2013/2014), Wouter Helmer (2015) en Digna Sinke (2016).

Op de oorkonde die Wim van Helden (voorzitter van de stichting Groeneveld) overhandigde, staat te lezen waarom we met deze prijs werden beloond.

[De stichting Groeneveld reikt met bijzonder veel genoegen de Groeneveldprijs 2017 uit aan Kees Moeliker]:

die door zijn lichtvoetige aanpak van ogenschijnlijk triviale details betreffende de stedelijke natuur ons anders leert kijken in de stad.

Op de oorkonde van Jelle Reumer staat hetzelfde. We kregen de prijs voor onze publicaties over natuur in de stad en voor de tentoonstellingen en activiteiten over stadsnatuur in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Het persbericht dat Stichting Groeneveld op 19 april 2017 verspreidde, verwoordt het als volgt:

De sprankelende presentatie van wetenswaardigheden over de natuur, in het bijzonder de stedelijke natuur is het eigenzinnige waarmerk geworden van beide laureaten en van Het Natuurhistorisch. Op speelse wijze plaatst het Natuurhistorisch Museum Rotterdam ogenschijnlijk triviale details uit de natuur in een ruimer maatschappelijk en natuurlijk perspectief. De nadrukkelijk open communicatie met de lokale instellingen van onderwijs en wetenschap is een al even kenmerkende karakteristiek van beide laureaten. Ook in hun publicitaire activiteiten zijn Reumer en Moeliker opmerkelijk actief en gericht op een stedelijk, nationaal en internationaal publiek.

GroeneveldPrijs_2017

Jelle Reumer (links) en Kees Moeliker met de Groeneveldprijs 2017.

Na de officiële uitreiking volgde de Groeneveldlezing 2017 waarbij Jelle Reumer de natuur in Nederland kenschetste als ‘zombienatuur’ en stelde ‘voor biodiversiteit  moet je de eeuwige raaigrasvelden en de letterlijk onoverzienbare maisakkers achter je laten en de stadspoort binnentreden.’ Ik kon daar mooi op aansluiten met een bloemlezing over een aantal ‘ogenschijnlijk triviale details betreffende de stedelijke natuur’. Deze lezingen zullen te zijner tijd in druk verschijnen.

Erken de stad als biotoop!

Zondag 17 maart 2013 mocht ik weer eens een column uitspreken in het Radio 1 programma Vroege Vogels. Hij is hier te beluisteren en hieronder na te lezen:

U kent dat wel. Drukke kantoorbaan, te veel nevenactiviteiten, het huishouden, sociale verplichtingen: ik kom eigenlijk nooit meer ‘buiten in de natuur’. En met mij inmiddels de helft van de wereldbevolking die in steden woont. Wat ik mis is de frisse lucht, maar de planten en dieren die de stad als leefgebied hebben, maken veel goed. Ik hoef eigenlijk niet zo nodig naar het Naardermeer, de Ackersdijkse Plassen of naar andere postzegelgrote natuurgebieden. De stadsnatuur bevredigt mij dicht bij huis.slechtvalk op EMC-logo (Garry Balkker)

Neem nu de slechtvalken die de nieuwbouwtoren van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam als nieuwe hangplek hebben ontdekt. Een paartje van deze prachtige roofvogels zit regelmatig op de grote blauwe E van Erasmus in het logo dat hoog aan de gevel hangt. Ze overzien de stad en pendelen van daaruit naar de Maasbruggen. ‘Kijk, daar, een slechtvalk!’ zeg ik vaak tegen wandelaars in het Museumpark. Ik wijs dan naar het stipje op het 130 meter hoge gebouw of op een piepklein vogelsilhouet dat hoog in de lucht rondjes draait. Meestal krijg ik meewarige of ongelovige reacties en loopt men snel door, maar soms kan ik mijn verhaal kwijt over de slechtvalk die hoge bouwwerken als aanvulling op zijn natuurlijke leefgebied (klifkusten en ravijnen) heeft ontdekt.  Honderd paar broedt er al in Nederland, van Nijmegen tot Den Bosch en van Amsterdam tot Rijswijk, eigenlijk overal waar hoge gebouwen en andere hoge structuren met vrij uitzicht staan.

Rotsduiven, in de vorm van verwilderde postduiven, volgden dezelfde gang naar de steden en vormen nu het hoofdvoedsel van stadsslechtvalken. In Rotterdam vinden we het bewijs daarvan op de Willemsbrug: er liggen talloze afgekloven duivenkarkassen. Slechtvalken kijken ook al met een schuin oog naar een andere smakelijke stadsvogel, de halsbandparkiet die als exoot eigenlijk nog geen natuurlijke vijanden heeft. Nog even en die lawaaipapegaaien moet er ook aan geloven. De stad doet niet onder voor een natuurlijk ecosysteem.

Met de prognose dat in 2050 ongeveer 70% van de wereldbevolking in steden woont en dat steden groeien in aantal en qua oppervlakte, wordt dat leefgebied voor zowel mens, dier als plant steeds belangrijker. Het is de hoogste tijd de stad te erkennen als een biotoop in het rijtje regenwoud, woestijn en oceaan. Dat leefgebied is weliswaar door de mens gemaakt en heeft de mens als hoofdbewoner, maar dieren en planten vinden en verdienen er ook een plek. Dat maakt de stad tot een fijnere leefomgeving, niet alleen voor slechtvalken, stadsduiven en halsbandparkieten, maar vooral ook voor onszelf.

slechtvalk op EMC logo (Garry Bakker)