Google-vogelen

Zondag 9 december 2019 sprak ik in het radioprogramma Vroege Vogels de volgende column uit: [hij is hier ook terug te luisteren]

Bijna hand in hand met het verschijnen van de vuistdikke Vogelatlas, kwamen Sovon Vogelonderzoek Nederland en het Centraal Bureau voor de Statistiek afgelopen vrijdag ook met een loodzware boodschap: ‘Stadse broedvogels zijn als groep sinds 1990 met meer dan de helft achteruitgegaan.’ Het gaat om twintig soorten die langdurig en nauwkeurig geteld zijn, uiteenlopend van zwarte roodstaart tot houtduif. Geen van die soorten doet het in de stad beter dan in het buitengebied. Alleen met de huiszwaluw gaat het goed, karakteristieke huis-tuin-en-keuken soorten als spreeuw, huismus en gierzwaluw zijn in aantal afgenomen. De kuifleeuwerik is zelfs compleet verdwenen.

Dat is zorgwekkend nieuws, niet alleen voor vogels maar ook voor mensen. Steden worden groter, er wonen steeds meer mensen, en juist met de echte mensenvrienden onder de vogels gaat het slecht. Ik heb het hier vaker geroepen: het is de hoogste tijd dat we steden niet alleen behandelen als leefgebied voor mensen, maar ook voor planten en dieren.

Zeker ook omdat de wilde natuur onder druk staat. Biologen ontdekten dat in Braziliaanse bossen waar mobiel telefoonbereik is, beduidend minder zoogdiersoorten voorkomen dan in bossen waar de smartphone geen bereik heeft. Toen ze daarna de wereldwijde verspreiding van dik 23 miljoen GSM-zendmasten in kaart brachten, bleek dat mooi samen te vallen met gebieden waar de Human Footprint – zeg maar de mate waarin wij onze planeet vertrappen – maximaal is.

kraai_googleU kunt dus zelf bepalen, met uw mobiele telefoon, hoe het met natuur en milieu is gesteld. Prima bij minder dan één streepje bereik, belabberd als u kunt u bellen en verbinding met internet heeft. Heeft u optimaal bereik, dan heeft dat wel als voordeel dat u kunt meedoen aan de allernieuwste trend op het gebied van natuurgenot. Ik heb het over vogels kijken op Google Street View – de tot gigantische proporties uitgegroeide verzameling panoramafoto’s die je via het computerprogramma Google Maps in alle hoeken en gaten kunt bekijken. Je hebt er niet alleen onbeperkte toegang tot straten en pleinen, maar ook bergtoppen, bospaden, rivierbeddingen en woestijnen op alle continenten. En vogels zijn natuurlijk overal. Ze zijn ongemerkt vereeuwigd op paaltjes, elektriciteitsdraden, voedertafels, boomtakken en in de lucht.

De meeste vogels die Street View Birders zien zijn meeuwen, reigers en stadsduiven, maar er zijn ook waarnemingen van condors in de Andes, een kolibrie in Alaska, een zeldzame rode tiran op een Galapagos-eiland en pinguïns op Antarctica. Een groeiende club van momenteel 750 waarnemers heeft al 580 vogelsoorten afgetikt, dat is ongeveer vijf procent van alle vogelsoorten die onze planeet rijk is. Probeer het maar eens. Het bespaart u lange vliegreizen, 7 euro vliegtaks, benzine en vermindert uw eigen ecologische voetafdruk. Zoek vooral in steden en doe het snel. Wanneer Google de straatbeelden ververst, zullen er minder vogels te zien zijn.

Nuttige bronnen zijn aanklikbaar in de tekst

 

Advertisements

Het grote vogelbrein

In 2011 ben ik elke maand één keer ‘columnist van de week’ bij Vroege Vogels op radio 1. Zondag 8 mei om 8.30 uur was de vijfde in de reeks ‘Uit de Koker van Kees’ te beluisteren. Dit is de uitgeschreven tekst:

Ongelofelijk eigenlijk, dat de stad zo’n grote vogelsoortenrijkdom kent. Neem nu de straat waar ik woon, in Rotterdam. Er broeden drie soorten mezen, merel, zanglijster, spreeuw, huismus, vink, roodborst, heggenmus, winterkoning, kauw, gaai, ekster – en dan heb ik het alleen over de zangvogels. Ze nemen genoegen met wat losstaande bomen en struiken, een grasveldje hier, een dakpan daar en storen zich niet aan rijtjeshuizen, stoeptegels, spelende kinderen, lawaai en gemotoriseerd verkeer. Het is niet niks. Tot 30.000 jaar geleden was er in heel Europa nog geen menselijke nederzetting te vinden en de eerste echte stad ontstond slechts 9000 jaar geleden, ver weg in Anatolië. Tot die tijd vonden dramatische en ingrijpende veranderingen in de leefomgeving van vogels niet plaats.

Met de komst van steden hebben vogels een eenvoudige keuze: aanpassen of wegwezen. De aanpassers noemen we nu stadsvogels en de vluchters hebben zich teruggetrokken in de schamele restjes van het min of meer ongerepte buitengebied. Met veel van de vluchters gaat het slecht. Ze hebben te weinig ruimte, want steden, dorpen, wegen en industrieterreinen domineren het landschap.

Wat maakt nu dat een vogel zich in de stad kan handhaven of niet? Wetenschappers stelden vast dat de aanpassers van oorsprong wijdverbreide bosvogels zijn die ’s winters niet wegtrekken. Ze nestelen hoog, zijn alleseter, hebben een flinke vleugelspanwijdte en – in verhouding met hun lichaamsgewicht – relatief grote hersenen. Het geheim van de stadsvogel schuilt in dat grote brein. Het stelt de vogel in staat om in reactie op een veranderde omgeving vernieuwend gedrag te vertonen en dat ook in het vaste repertoire op te nemen – dat is wat we leren noemen. De aanpassers weten aan nieuwe roofvijanden te ontsnappen, nieuwe voedselbronnen aan te boren en hun broedgedrag aan te passen aan nieuwe omgevingsfactoren – allemaal met slechts één doel: overleven in een vijandige omgeving. Dat lukt kraaien, mezen, vinken, mussen, spreeuwen en lijsters prima in de stad; gorzen, leeuweriken, waterspreeuwen en klauwieren met hun relatief kleine hersenen niet.

Wat hebben we aan die wetenschap? Door naar de hersengrootte te kijken, kunnen we op wereldschaal voorspellen welke vogelsoorten de verstedelijking het hoofd kunnen bieden. Met het vooruitzicht dat spoedig meer dan driekwart van de ook nog eens groeiende wereldbevolking in steden leeft, zullen steeds meer vogelsoorten de keuze ‘aanpassen’ of ‘vluchten’ moeten maken. Door steden op een slimme manier ecologisch te beheren, krijgen ook vogels met kleine hersenen een kans zich blijvend in de stad te vestigen. Dat zal de biodiversiteit en ons eigen leven in de stad alleen maar verrijken.

Bronnen:

Alexei A. Maklakov, Simone Immler, Alejandro Gonzalez-Voyer, Johanna Rönn and Niclas Kolm – Brains and the city: big-brained passerine birds succeed in urban environments – Biol. Lett. published online 27 April 2011 [doi: 10.1098/rsbl.2011.0341]

Croci, S., Butet, A. & Clergeau, P. 2008 –  Does urbanization filter birds on the basis of their biological traits?– Condor 110: 223–240 [doi:10.1525/cond.2008. 8409]

Sol, D., Duncan, R. P., Blackburn, T. M., Cassey, P. & Lefebvre, L. 2005 – Big brains, enhanced cognition, and response of birds to novel environments – Proc. Natl Acad. Sci. USA 102: 5460–5465 [doi:10.1073/pnas. 0408145102]