Meeuwenschreeuwen

Zondag 29 april 2018 sprak ik in het radioprogramma Vroege Vogels de volgende column uit: [hij is hier ook terug te luisteren]

KrauseVorig jaar verscheen in Duitsland een opmerkelijk boek, getiteld ‘Singt der Vogel, ruft er oder schlägt er?’ [‘Zingt de vogel, roept hij of slaat hij?’] Het is een handwoordenboek voor vogelgeluiden, maar je hebt er buiten helemaal niets aan om vogelzang te kunnen thuisbrengen. Het gaat de schrijver, Peter Krauss een gepensioneerde leraar Duits, namelijk niet om de vogels zelf, maar om de manier waarop mensen vogelgeluiden onder woorden brengen. Hij heeft daarmee een uitstervende woordenschat op papier gezet die in de Duitse taal uitzonderlijk rijk is. Alleen al voor het beschrijven van het geluid van de watersnip – wist u dat ze überhaupt geluid maakten – kent het Duits elf werkwoorden, waaronder murksen, pfeiffen, locken, gackern, knebbern, rätchen en meckern. Mezen zirpen, zerpen, finken, binken, zinzelieren, schnerrbsen en pritschen. Hoe noemen wij het mezengeluid?

In het Nederlands kunnen we het zingen, fluiten en roepen van vogels ook kwinkeleren, kwetteren en kwelen noemen, en op soortniveau kom ik niet verder dan klepperen bij ooievaars, gakken bij ganzen, kwaken bij eenden, miauwen bij buizerds, ‘(te)pieten’ bij scholeksters, jodelen bij wulpen, blaten bij watersnippen, koeren bij duiven, gieren bij gierzwaluwen, oehoeën bij oehoes, koekoeken bij koekoeken, snorren bij snorren, tjilpen bij mussen, parelen bij roodborstjes, slaan bij vinken, krassen bij kraaien en kraaien bij hanen. Mijn oude Petersons Vogelgids beschrijft de zang van de spreeuw als een ‘onsamenhangende mengeling van heldere fluittonen, kwetterende, klikkende, klokkende en ratelende geluiden’. Daar zijn vijf werkwoorden uit te destilleren en dat is taalkundig een zeldzaam hoogstandje. Tegenwoordig zijn dergelijke beschrijvingen niet meer nodig – er zijn namelijk apps voor op de smartphone die vogelgeluiden identificeren, zonder dat je er zelf naar hoeft te luisteren. Ik vind dat een verarming van de natuurbeleving.

Toch is er zelfs bij het grote publiek sprake van een hernieuwde belangstelling voor vogelgeluiden. Introduceerden wij vorig jaar in Rotterdam met succes de Spreeuwenkaraoke, kortgeleden werd in navolging van België het Nederlands kampioenschap Meeuwenschreeuwen georganiseerd. De winnaar, Jade van der Lelie, blaast als geen ander de ‘miauwende, blaffende en lachende (meeuwen)geluiden’ uit mijn vogelgids nieuw leven in. Hoe knap ook, het blijft bij meeuwen toch bij rauw geschreeuw. Om uw hart voor de ware vogelzang te winnen, draag ik hierbij het gedicht ‘Nachtegaal’ voor uit de bundel ‘Betreffende vogels’ (1974) van de door mij bewonderde Zeeuwse schrijver Hans Warren. Ik stel voor, lieve luisteraars, dat u de radio hierbij tenminste wat zachter zet.

“Tio, tió, tio, tio, tio, tio, tio, tix
Tzu, tzu, tzu, tzu, tzu, tzu, tzu, tzu, tzu, tzi
Dzorre, dzorre, dzorre, dzorre, hi
Wiet, wiet, tjie, tjie, tjie, tjie, retsuwo!
Orr, Orr, etsjetsjetsjetsjetsjetsjetsjetsjetsj, woi-oit!
U, u……, u……, u……, u……, u……, u……., u ………
Orr, oewatl, oewatl, oewatl, at, at, at, ahoedojat!”

Bronnen:

Krauss, P. 2017 – Singt der Vogel, ruft er oder schlägt er? Handwörterbuch der Vogellaute – Naturkunden 33, Matthes & Seits, Berlin

Warren, H. 1974 – Betreffende Vogels – Erven Thomas Rap, Amsterdam

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s