Botsende stadsnatuur

Zondag 1 juni 2014 sprak ik een column uit in het radio 1 programma Vroege Vogels. Het was een bijzondere uitzending vanuit het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, in het kader van de IABR 2014 – Urban by Nature – en de expo Pure Veerkracht.  Dit is de uitgeschreven tekst van de column: [beluisteren kan hier]

meerkoet_op_fontein_Westersingel_RotterdamDe stad is ook natuur. Dit motto geven we in het Natuurhistorisch Museum mee aan de nieuwe tentoonstelling ‘Pure Veerkracht’. Die titel verwijst naar de ongekende aanpassingen die dieren en planten laten zien wanneer ze zich in de stad vestigen. Neem de stadsduif die nog maar een paar eeuwen geleden als rotsduif in het hooggebergte nestelde en nu onze bouwwerken bevolkt alsof het kliffen zijn. Of de scholekster die het wad voor de stad omruilt en steeds meer op platte grinddaken broedt. Ze schakelen qua voedsel om van schelpdieren naar wormen en insectenlarven die ze vinden in kort gemaaide grasvelden waar de stad rijk aan is.

Dit is natuurlijk razend slim en veerkrachtig, maar we zien de natuur en de stad ook keihard botsen, en andersom. Neem diezelfde scholeksters. Daar waar ze op daken broeden die aan ramen grenzen, houden ze urenlange schijngevechten met hun spiegelbeeld. Ze knallen tegen de ruiten en houden daarmee complete kantoorverdiepingen van het werk. De vogels zelf komen niet aan broedzorg toe.

Ook het knobbelzwaanpaar dat hier in Rotterdam in de wijk Blijdorp langs een singel broedde, botste – letterlijk. Het mannetje joeg niet alleen honden en wandelaars weg bij het nest, maar viel ook geparkeerde auto’s aan, omdat hij zichzelf als indringer zag in het spiegelende koetswerk. Resultaat: zowel zwaan als buurtbewoners opgefokt en lakschade aan talloze auto’s. De arme watervogel botste later nog harder met de stad: hij vloog tegen een stoplicht, overleed en leidt nu hier (in Het Natuurhistorisch) een tweede leven als ‘de autozwaan’.

Dan zijn er nog de meerkoeten, waarmee het ook goed gaat in de stad. Bijna elke Rotterdamse singel telt meerdere nesten, gemaakt van takken en drijfvuil. Ze hebben voedsel genoeg en het aantal nesten lijkt gereguleerd te worden door de aanwezigheid van een vlondertje, het wrak van een supermarktkarretje of iets anders dat het nest in het water houvast biedt. In steeds meer singels en plassen gebruiken ze nu ook fonteinkoppen om hun nesten op te verankeren. Het zijn prachtplekken, tot de fonteinen gaan spuiten. Dan klettert het water met grote kracht op het takkenbouwsel neer. Meestal blijven de stakkers onverstoorbaar broeden. Terwijl de ene koet op het nest het water trotseert, brengt de andere weggespoeld nestmateriaal terug. Buurtbewoners die dit meerkoetenleed niet kunnen aanzien vragen Gemeentewerken om clementie. De fontein stopt met spuiten. “En de vissen dan?” roept een andere stadsnatuurliefhebber “die hebben toch zuurstof nodig?” Ook daar botst de stadsnatuur.

//

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s