Fruitvleermuizenstudie, in een museumcollectie

DMNH_gebouw_0314webTerwijl de zon scheen, de vogels floten en de loofbossen van de Amerikaanse staat Delaware lokten, heb ik mijzelf de afgelopen drie dagen vrijwillig opgesloten in het collectiedepot van het Delaware Museum of Natural History. Een raamloze verdieping, met ronkende airco’s, met rijen kasten, kasten, en nog eens kasten. Het museum herbergt een van de grootste schelpencollecties van de Verenigde Staten, bijna 120.000 vogels (met name uit de Filipijnen en Mexico) en een bijzondere collectie zoogdieren, deels uit de Filipijnen. Deze collectie is in relatief korte tijd bijeengebracht, grotendeels door de grondlegger van het museum, de excentrieke miljardair (en moordenaar) John E. duPont.

Mijn belangstelling (en reden om mij drie dagen in het depot op te sluiten) gaat uit naar een serie fruitvleermuizen die in de jaren 1960-1975 is verzameld in de Filipijnen. Het is een langlopende studie die ik, samen met Erwin Kompanje, eind vorige eeuw opstartte: het catalogiseren van de verzameling Indonesische fruitvleermuizen van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Die kleine maar bijzondere collectie werd door Kees Heij tijdens zijn reizen door de archipel samengebracht. Het eerste deel van die studie werd in 2001 gepubliceerd in Deinsea, het wetenschappelijke jaarbericht van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, en resulteerde in de beschrijving van de nieuwe ondersoort van Macroglossus minimus boensis. Deel twee van die studie, over de fruitvleermuizen van de Talaud Eilanden is lang blijven liggen, maar nu weer nieuw leven ingeblazen.

Probleem met fruitvleermuizen is het determineren. Je pakt niet eenvoudigweg het boek ‘Gids van de fruitvleermuizen van de wereld’. Dat is er niet. Je moet het doen met (vaak) obscure publicaties, en in veel gevallen moet je terugvallen op exemplaren soms al meer dan een eeuw in museumcollecties bewaard worden. Vanwege de ligging van de Talaud Eilanden – tussen Sulawesi (Indonesië) en de Filipijnen – is het vergelijken met materiaal uit de Filipijnen onontbeerlijk. En zo toog ik naar Delaware.

Het werk bestaat uit het minutieus opmeten van de schedels en onderkaken, en het beschrijven en fotograferen van de geconserveerde huiden. Gegevens verzamelen dus – het uitwerken komt later. Hieronder een impressie van mijn werktafel, met balgen van Nyctimene rabori Heaney & Peterson, 1984.

DMNH_workspace_rabori_0025web

DMNH_rabori_verzamel_0059web

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s