De huisbioloog (Atlas – Radio 1), 16 augustus 2009

In uitzending 50 van ATLAS (Radio 1, zondag 16 augustus 2009, 18.15-20.30 uur) spreek ik in mijn rubriek ‘de huisbioloog’ (vandaag rond 19.50 uur) over:

De lieveheersbeestjesinvasie – Noordwest-Europa gaat gebukt onder zwermen van miljoenen en miljoenen lieveheersbeestjes die op stranden neerstrijken en badgasten verjagen. De Duitse Oostzeekust kreeg er mee te maken, de stranden van Terschelling en Den Helder gingen gebukt onder de roodzwartgestippelde kevertjes, en ook van de oostkust van Engeland kwamen berichten over zwermen met ontelbare aantallen. Waar komen deze insecten zo plotseling vandaan?

Het Dode Dier van de Week is de Tasmaanse Jan van Gent (Sula tasmani). Deze grote zeevogel leefde tot het eind van de 18e eeuw op eilanden in de Noordelijke Tasmaanse Zee (Norfolk en Lord Howe Eiland). In 1988 werd deze vogel ‘ontdekt’ en beschreven aan de hand van losse fossiele botten. Men ging er van uit dat de Tasmaanse Gent door Polynesische zeelui werd uitgeroeid: de laatste werd in 1788 waargenomen.
Deze week werd bekend dat de zeevogel helemaal niet uitgestorven is. Tammy Steeves en collega’s van de University of Canterbury in Christchurch, Nieuw Zeeland, toonden dat aan door oud-DNA uit de fossiele botten met DNA van Jan van Genten die nu leven te vergelijken. Metingen aan de botten had al laten zien dat de bepaalde lichaamsmaten van de Tasmaanse Gent grote overlap vertoonden met de nog algemeen voorkomende maskergent (Sula dactrylata). Het DNA gaf de doorslag: de Tasmaanse gent is geen aparte soort, maar een ondersoort van de maskergent (Sula dactrylata tasmani genaamd) die – behalve op Norfolk en Lord Howe Eiland – ook nog voorkomt op Kermadec Eiland in de Tasmaanse Zee. Het is voor het eerst dat een uitgestorven gewaande vogel wordt ‘herontdekt’ (ontmaskerd) dankzij een combinatie van klassiek morfologisch onderzoek en moderne DNA-technieken. Zie Current Biology (DOI 10.1098/rsbl.2009.0478)

Onwaarschijnlijk Onderzoek – De middelbare scholier Victor E. Cross uit Phenix City, Alabama, deed voor het vak ‘science’ een onderzoek naar het effect van alcohol op spinnen. Hij bespoot daartoe spinnenwebben met wodka, gooide een huiskamervlieg in het web en wachtte tot dat de spin de vlieg had ingesponnen (en alcohol in zijn systeem had opgenomen). Daarna bestudeerde hij het nieuwe web dat de (dronken) spin maakte. De resultaten logen er niet om: de webben waren incompleet en het aantal cellen was veel lager dan bij nuchtere spinnen. Victor Cross publiceerde zijn opmerkelijke onderzoek in 2006 in ‘The American Biology Teacher’ 68(6): 347-350. NASA deed onderzoek naar de webben van spinnen die onder invloed van drugs waren. Spinnen blijken heel goed de toxiciteit van stoffen te kunnen aantonen.

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s