De huisbioloog (Atlas – Radio 1), zondag 8 maart 2009

In uitzending 28 van ATLAS (Radio 1, zondag 8 maart 2009, 18.15-20.30 uur) spreek ik in mijn rubriek ‘de huisbioloog’ (rond 19.50 uur) over:


Merels die in de stad wonen, beginnen vroeger met zingen dan hun soortgenoten in het bos. Dat komt omdat de stadsmerels het lawaai van de ochtendspits willen vermijden. Door al het verkeer dat voorbij raast, zijn ze niet meer te horen voor hun soortgenoten. Dit is een slimme aanpassing aan het stadsleven. Als een zingende mannetjesmerel niet meer gehoord wordt, vindt hij geen partner en stopt de voortplanting. Van koolmezen in Londen, Parijs en Amsterdam was al bekend dat zij meer hoge toonsoorten in hun zang hebben dan hun soortgenoten in het bos, ook om in het stadsgewoel beter gehoord te worden. Wetenschappers vermoeden dat op den duur twee soorten koolmezen en twee soorten merels ontstaan: een in de stad en een in het bos die door het verschil in zang genetisch van elkaar gescheiden zijn.


De huismusHet is ongelofelijk. Deze week verscheen weer een mussenboek. Het gaat om een geheel vernieuwde en up to date heruitgave van ‘De Huismus’ geschreven door Minouk van der Plas-Haarsma. Dit boek, sfeervol geïllustreerd met tekeningen van Peter Vos, is de enige monografie over de huismus in het Nederlandse taalgebied en geeft een overzicht van alles wat er over Passer domesticus bekend is. De oorspronkelijke uitgave dateert van 1980 en is nu zeldzaam en slechts antiquarisch verkrijgbaar. De heruitgave bevat veel informatie over recent mussenonderzoek en informatie over de dramatische afnamen van de huismuspopulatie in met name de grote steden. Een dikke aanrader van de huisbioloog.


Onwaarschijnlijk Onderzoek – het geheim van de navelpluis is ontrafeld. De wetenschapper Georg Steinhauser, van de Technische Universiteit Wenen, deed drie jaar onderzoek naar de vraag hoe de opeenhoping van wollig materiaal in (voornamelijk) mannennavels terecht komt. Hij publiceert zijn bevindingen binnenkort in het vakblad ‘Medical Hypotheses’. Eerder bestudeerde hij de slijtage van zijn trouwring. Steinhauser bouwt voort op het pionierswerk dat de Australier Karl Kruszelnicki deed op het gebied van ‘Belly Button Lint‘ (BBL). Hij kreeg er in 2002 de Ig Nobelprijs voor interdiciplinair onderzoek voor.

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s