Ik kan wel inpakken met mijn necro-eend!

Bijna dertien jaar heb ik schaamteloos kunnen koketteren met mijn waarneming van het eerste geval van homoseksuele necrofilie bij de wilde eend. De observatie uit juni 1995 bleef onovertroffen, tot P.J. Nico de Bruyn, Cheryl A. Tosh en Marthan N. Bester onlangs een waarneming pubiceerden in Journal of Ethology 26: 295-297 getiteld ‘Sexual harassment of a king penguin by an Antarctic fur seal‘. Hoewel deze waarneming geen homoseksuele necrofilie betreft, is het beschreven gedrag van de pelsrob nog onwaarschijnlijker en nooit eerder wetenschappelijk gedocumenteerd. Ik kan wel inpakken met mijn necro-eend!

Hierover sprak ik op 25 mei 2008 als ‘Columnist van de Week‘ in het Radio 1 programma Vroege Vogels de volgende tekst uit:

Seksuele kwelling

Bijzondere natuurwaarnemingen draag je lang met je mee. Een Alpenheggenmus op Vlieland, een Butskop bij Den Helder, de ontdekking van een Wilde Kat in Limburg. Zelf teer ik al dertien jaar op het eerste geval van homoseksuele necrofilie bij de Wilde Eend, dat ik toevallig waarnam onder de glazen gevel van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam. Sinds ik met de publicatie over dat tot dan toe onbekende eendengedrag de prestigieuze Ig Nobel prijs won, voor onderzoek dat je eerst aan het lachen maakt en daarna aan het denken zet, is de opgezette woerd – de dode van het homopaar – mijn vaste metgezel. Met de eend in mijn koffer, reis ik van hot naar her om op verzoek voordrachten over homoseksuele necrofilie te geven.

Op het onderwerp rust een taboe, maar zo gauw blijkt dat het om eenden gaat, hangt zelfs het publiek in de preutse Verenigde Staten aan mijn lippen. In Engeland lusten ze wel pap van het onderwerp en in Italië heb ik zelfs magistraten en geestelijken met bizarre eendenseks vermaakt. Mijn opgezette, dode eend maakt diversiteit in seksueel gedrag bespreekbaar. Deze zomer houd ik mijn necrofiliepraatje voor een deftig Technologie Forum in Oostenrijk. Ben benieuwd hoe ze daar op het onderwerp reageren.

Na dertien jaar koketteren met mijn necro-eend is het nu afgelopen, denk ik. Mijn waarneming is namelijk overtroffen door Nico de Bruyn, een zoöloog uit Pretoria. Hij zag – zo blijkt uit het laatste nummer van Journal of Ethology – op het Zuidpooleiland Marion hoe een 120 kilo zware mannelijke Antarctische pelsrob verwoede pogingen deed om met een koningspinguïn te paren. De hooguit twintig kilo zware pinguïn was van onbekend geslacht, wat paringstechnisch niet uit maakt want vogels hebben onder de staart slechts één multifunctionele in- en uitgang.

Het voorval duurde drie kwartier, waarbij de pelsrob twee keer (drie en acht minuten) de stotende bewegingen van zijn bekken staakte, maar wel met zijn logge lichaam op de pinguïn bleef liggen. Uiteindelijk lukte het hem niet om tot een succesvolle penetratie te komen. De rob verdween in zee en de pinguïn bleef in goede gezondheid maar versuft achter. Met een fijn gevoel voor understatement betichtte Nico de Bruyn de pelsrob van ‘seksuele kwelling’.

Het unieke aan deze waarneming en de reden dat ik wel kan inpakken met mijn eend, is dat deze aanranding ‘klasse-overstijgend’ is. De pelsrob is een zoogdier en de pinguïn een vogel. Ze behoren dus tot twee verschillende klassen binnen de gewervelde dieren. Seks buiten je eigen klasse, dat is eigenlijk not done en nooit vertoond, bij zeerobben. Het zoogdier mens, met zijn ongekende vindingrijkheid, vormt hierop natuurlijk een uitzondering. U kent vast wel een kippeneuker bij u in de buurt.

[© Kees Moeliker, 2008]

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s