Vliegveiligheid

In 2011 was ik elke maand  één keer ‘columnist van de week’ bij Vroege Vogels op radio 1.  Zondag 4 december 2011 om 8.30 uur was de twaalfde (en laatste)  in de reeks ‘Uit de Koker van Kees’ te beluisteren. Dit is de uitgeschreven tekst:

Op een mooie avond in oktober van dit jaar vond in de lucht boven Hilversum een botsing plaats tussen een meeuw en een traumahelikopter. De kokmeeuw sloeg een gat in de cockpit en de helikopter moest een noodlanding maken in een weiland. Kennelijk was doorvliegen met een gat en een meeuw in de cockpit geen optie. Dankzij omstanders kon de piloot de schade provisorisch met plakband repareren en zijn vlucht vervolgen. Opmerkelijk detail: het enige slachtoffer van dit ongeluk – de kokmeeuw – werd achtergelaten. Een foto van de plakbandplakkende traumahelikopterpiloot stond de volgende morgen op de voorpagina van De Telegraaf. Over het lot van de meeuw werd niet gerept. Gelukkig zorgden twee Gooise natuurvrienden, Pieter Schut en André van Soest, ervoor dat de dode meeuw niet anoniem tot ontbinding over zou gaan. Ze speurden het kadaver op en schonken het aan Het Natuurhistorisch. Daar is de traumameeuw nu een museumstuk, het eerste luchtvaartslachtoffer dat prachtig past in de serie dramatische vogeldoden die het Rotterdamse museum rijk is.

De traumameeuw is natuurlijk maar één van de vele slachtoffers van botsingen tussen vogels en vliegverkeer. In de Verenigde Staten houdt de Federal Aviation Administration sinds 1990 een database bij, en de teller staat nu op 129.597 goed gedocumenteerde doden. U vergist zich als u denkt dat dit allemaal vogels zijn. De lijst vermeldt 24 gordeldieren, twee bevers, 114 schildpadden, acht leguanen, 369 coyotes, 1019 herten, vier paarden en een varken. Ik neem aan dat deze slachtoffers geen laagvliegers waren, maar niet uitkeken bij het oversteken van de start- of landingsbaan. De Amerikaanse vliegtuigvogeldodenlijst telt overigens 415 soorten, waaronder zelfs kolibries en grasparkieten. Meeuwen, ganzen en roofvogels vormen de hoofdmoot.

Het mag duidelijk zijn dat deze botsingen in de lucht de vliegveiligheid in gevaar brengen – let wel: men heeft het hierbij altijd over de vliegveiligheid voor de mens. Dat is ook de strekking van het deze week verschenen rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over de hachelijke noodlanding van een Marokkaans passagiersvliegtuig na een botsing met een groep Canadese ganzen boven onze nationale luchthaven. De aanbeveling van de Onderzoeksraad aan de Minister van Infrastructuur en Milieu luidt dan ook ‘ … de populatie van diverse ganzensoorten in Nederland te reduceren tot [ … ] een bepaalde omvang en zo het risico van vogelaanvaringen te beperken.’

Deze aanbeveling gaat voorbij aan het feit dat vogels letterlijk vogelvrij zijn. Ze kunnen en zullen vliegen waar zij willen. Als alle Schipholganzen tot kroketten verwerkt zijn, blijft het luchtruim bevolkt met kieviten, kraaien, meeuwen en andere gevleugelde vrienden. Wij hebben daartussen eigenlijk niets te zoeken. In de aardse biosfeer is het water voor de vissen en de lucht voor de vogels. Viervoeters en de enkele diersoort die op zijn achterpoten is gaan lopen, kunnen maar beter op het land blijven.

Bronnen:

Richard A. Dolbeer, Sandra E. Wright, John R. Weller & Michael J. Begier, 2011 – Wildlife Strikes to Civil Aircraft in the United States, 1990–2009 – Federal Aviaton Adminstration, National Wildlife Strike Database Serial Report Number 16

Onderzoeksraad voor Veiligheid, 2011 – Noodlanding na vogelaanvaring, Boeing 737-4B6, Amsterdam Schiphol Airpport, 6 juni 2011. p 1-138