Rode auto’s, vogelpoep en waterkevers

Eindelijk weer eens een column in het radio 1 programma ‘Vroege Vogels‘ . Het is de twintigste, uitgesproken zondag 26 augustus 2012. Hier is de uitgeschreven tekst. [en hier is ie te beluisteren]

Na de files, de benzineprijzen, de maximumsnelheid en de wegenbelasting is vogelpoep de grootste ergernis van de autobezitter. Ik spreek uit ervaring. Neem de houtduif die stelselmatig zijn darmen leegt boven de motorkap van mijn oude Saab. Als ik die gore prut niet snel met lauwwarm water verwijder, droogt het in tot een mix van papier-maché en cement. Zelfs nummer 6 in de wasstraat haalt dan niets meer uit. Het leed is helemaal niet te overzien als je per ongeluk je auto onder een spreeuwenslaapboom parkeert,  of in de buurt van een vliegroute van reigers.

De gevolgen van vogelstront op autolak zijn wetenschappelijk vastgesteld: de verteringsenzymen in de uitwerpselen tasten de doorzichtige extra beschermlaag aan, waardoor de onderliggende lak dof wordt. Poepjes met pitjes, van zaadeters, zijn schadelijker dan meeuwenflotsen. In Engeland becijferde verzekeraars dat vogelpoep jaarlijks 57 miljoen pond kost aan lakreparaties. Dat wil niemand, toch?

De vraag is: hoe voorkom je dat je auto bescheten wordt? De Britse tak van firma Halfords die poetsmiddelen en autoaccessoires verkoopt, deed daar afgelopen zomer een leuk onderzoek naar. Conclusie: koop geen rode auto. Waarom? Zij stelden in twee opeenvolgende dagen de aanwezigheid van vogelpoep vast op 1140 auto’s in vijf steden in het Verenigd Koninkrijk, en relateerden de resultaten aan de kleur van het koetswerk. Groene auto’s werden het minst bevuild, rode het meest. De meest voorkomende autokleuren, zwart en zilver, ontvingen een gemiddeld aantal vogelpoepjes.

Grappig natuurlijk, maar de resultaten zeggen meer over waar de auto’s geparkeerd stonden dan over gericht poepen op rode auto’s. Vogels kunnen uitstekend kleuren zien. Ze gebruiken dat vermogen om voedsel te vinden, gevaar te ontdekken, concurrenten af te schrikken en een partner te selecteren – niet om autootje te pesten.

Toch hebben rode auto’s een bijzondere aantrekkingskracht. Waterinsecten, zoals haften, wantsen en waterkevers, blijken in de periode dat ze vliegen massaal op rode autodaken te landen. Rode autolak en gladde wateroppervlakten polariseren het licht namelijk op exact dezelfde manier. De insecten zien rode auto’s dus aan voor water. De gevolgen zijn desastreus: zowel de insecten als de eieren die ze leggen drogen uit op het hete autodak. De autobezitter blijft ook niet schadevrij, want bij hoge temperaturen produceren insecteneieren zwavelzuur. Dat brandt lekker in de lak, meer nog dan vogelpoep.

Bronnen

‘Bright red cars attract more bird droppings than vehicles of any other colour, according research from Halfords.’ Press Release, 19 June 2012. (www.halfordspressoffice.com)

György Kriska, Zoltán Csabai, Pál Boda, Péter Malik & Gábor Horváth, 2006 – Why do red and dark-coloured cars lure aquatic insects? The attraction of water insects to car paintwork explained by reflection–polarization signals – Proceedings of the The Royal Society B 273: 1667-1671 doi: 10.1098/rspb.2006.3500

Nilsson A.N., 1997 – On flying Hydroporus and the attraction of H. incognitus to red car roofs – Latissimus 9: 12–16

van Vondel B.J, 1998 Another case of water beetles landing on a red car roof. Latissimus 10: 29

Stevani C.V, Faria D.L.A, Porto J.S, Trindade D.J, Bechara E.J.H, 2000 – Mechanism of automotive clearcoat damage by dragonfly eggs investigated by surface enhanced Raman scattering – Polym. Degrad. Stab. 68: 61–66. doi:10.1016/S0141-3910(99)00165-2

Dode vogels

In 2011 ben ik elke maand één keer ‘columnist van de week’ bij Vroege Vogels op radio 1. Zondag 6 februari om 8.30 uur was de tweede column in de reeks ‘Uit de Koker van Kees’ te beluisteren:

Terwijl overal ter wereld melding gedaan werd van vogels die massaal dood uit de lucht vielen, leek Nederland aan deze mysterieuze vogelsterfte te zijn ontkomen. Ik wilde eigenlijk ook niets meer zeggen of schrijven over de zwaar overtrokken berichtgeving dat een paar duizend dode spreeuwen het einde der tijden zou betekenen. En toen – halleluja – net toen de hype leek overgewaaid, verscheen afgelopen dinsdag het bericht dat er in Groningen dode vogels uit de lucht waren gevallen.

De bron van het nieuws staat op internet: een filmpje waarop te zien is dat de Marktstraat bezaaid ligt met een stuk of wat dode vogels terwijl er links en rechts nog een paar op het plaveisel kwakken. Voorbijgangers staan verbaasd stil en degene die het filmpje zo te zien met zijn mobiele telefoon had gemaakt, roept ‘ieuw, ieuw, wat is dit’. Ik rook onraad toen er op een dode vogel werd ingezoomd: het was een merel. Merels leven niet in groepen en vallen ook niet gezamenlijk (dood) uit de lucht. Het nieuws bleek een hoax te zijn. Het filmpje was knap in elkaar gefotoshopt door Giso Spijkerman en één slimme tweet van Bram Willemse deed de rest. Het WTF-gebeurt-hier-dode-vogel-filmpje verspreidde zich razendsnel over het internet. Een geslaagde grap waarvoor – ik zeg het er maar even bij – geen vogels moedwillig zijn gedood. Ook de volksgezondheid is niet in gevaar geweest. De Dierenambulance leverde één diepgevroren merel en Computer Graphics zorgden voor de speciale effecten.

Als de Groningse creatieven het spreeuwen hadden laten regenen, dan was ik er zeker in getuind. De massale vogelregen tijdens oudejaarsavond in Arkansas die zoveel aandacht trok, betrof namelijk spreeuwen en in alle andere gevallen die volgden was er ook sprake van vogels die in grote groepen slapen. De dood van deze vogels was overigens niets bijzonders: ze vielen niet dood uit de lucht, maar vlogen zich in paniek dood tegen daken en de grond. De ophef over deze incidentele sterfte van algemene vogels is zwaar overdreven. Er zijn wereldwijd miljarden vogels. Een jaarlijkse sterfte van 50% is niet uitzonderlijk en deert de populaties niet.

Het zijn de dramatische doodsoorzaken die de aandacht trekken. Maar mensen en media zouden meer aandacht moeten hebben voor sluipende processen die vogels echt bedreigen, zoals ontbossing, verdroging, landschapsversnippering en klimaatverandering. Denkt u daar maar eens aan als u dit voorjaar via de fenolijn hoort dat de bonte vliegenvangers weer te laat terug zijn uit Afrika om van de steeds vroeger optredende insectenpiek te profiteren. Ze gaan er niet dood van, maar hun broedsels mislukken. Dat is echt funest.

bonus: Dead Birds Falling From The Sky: the making of

zie ook: Dead Birds don’t Fly en Showers of Organic Matter

Pavlov 13 november 2010: Dagdromen maakt ongelukkig

In november ben ik elke zaterdag tegen 19.00 uur de ‘uitsmijter’ van het radio 1 programma Pavlov. Ik praat dan over nieuws dat mij opviel in de afgelopen week. Deze week:

Dagdromen maakt ongelukkig – Mensen hebben de tijd en het vermogen om na te denken over iets wat ze niet aan het doen zijn. Wij kunnen nadenken over iets uit het verleden, over iets dat in de toekomst zou kunnen gebeuren of over iets dat nooit gebeuren zal. Dit dagdromen, het nadenken zonder directe stimulus (mind wanderings in het Engels) is een unieke eigenschap die ons van andere zoogdieren onderscheidt: wij kunnen leren, redeneren en plannen. Dat is een overlevingsvoordeel. Het succes van de mens als soort schuilt in die eigenschap.

Recent onderzoek van Matthew Killingsworth en Daniel Gilbert van de Harvard Universiteit (zie Science 330: 932) toonde aan dat dagdromen een keerzijde heeft: het maakt ons ongelukkig. De onderzoekers toonden dat aan door 2250 mensen via een iPhone applicatie (www.trackyourhappiness.org) op willekeurige momenten te vragen (1) hoe ze zich voelden, (2) wat ze deden, en (3) of ze daar aan dachten of niet. Het bleek dat de proefpersonen voor bijna de helft (46.9%) van de tijd niet met hun hoofd bij hun activiteiten waren. De dagdromers werd gevraagd of die gedachten plezierig, neutraal of onplezierig waren. Los van het soort activiteit van de dagdromers, waren die gedachten vaker neutraal of onplezierig. Conclusie: dagdromen maakt ongelukkig. Hoe vaak we wegdromen van onze activiteiten is een betere voorspeller van ons geluk dan onze activiteiten zelf, aldus Killingsworth en Gilbert.

Gelukkig is geluk een menselijk fenomeen. Dieren hebben wel wat anders aan hun hoofd: eten, zorgen dat je niet opgegeten wordt, en je voortplanten. Dieren die dagdromen overleven niet.

Pavlov, radio 1: Deed de Neanderthaler aan veelwijverij?

In november ben ik ‘maandgast’ in het radio 1 programma Pavlov. Elke zaterdag omstreeks 18.55 uur bespreek ik iets uit de actualiteit vanuit mijn achtergrond, mijn belangstelling, mijn passie. Pavlov is een programma over menselijk gedrag, ik moet mij er dus toe zetten om niet over beesten te vertellen.

Een kort berichtje op nu.nl trok deze week mijn aandacht: ‘Neanderthalers hadden wisselende sekscontacten’. Mijn eerste gedachte was, hoe zijn ze daar nu achter gekomen? Wat bleek? De Britse wetenschappers Emma Nelson, Campbel Rolian, Lisa Cashmore en Susanne Shultz maten (de verhouding van) de lengte van fossiele botten (de kootjes) van de ring- en wijsvingers van Neanderthalers, andere vroege mensachtigen en de vingerkootjes van de moderne mens. Deze zogenaamde 2D : 4D ratio (een getal kleiner, gelijk aan, of groter dan 1) is een indicator van de mate waarin de foetus is blootgesteld aan het mannelijke geslachtshormoon testosteron. Mannen hebben (daardoor) een kortere wijsvinger dan vrouwen (2D : 4D < 1). Bij vrouwen is de wijsvinger even lang of een beetje langer dan de ringvinger (2D : 4D > 1). Deze vingerindex is in verband gebracht met alle mogelijke fysiologische toestanden en vormen van gedrag: mannen met een relatief korte wijsvinger hebben meer zaadcellen in hun sperma, zijn competitiever en promiscue.

Deze laatste vorm van sociaal en seksueel gedrag is nu op de Neanderthaler geplakt, want ze hadden een relatief lange ringvinger ten opzichte van hun wijsvinger, en een duidelijk lagere 2D : 4D index dan Homo sapiens de moderne mens. Conclusie: de Neanderthaler man deed aan veelwijverij. Het negatieve beeld van deze harige, botte, primitieve woesteling wordt hiermee versterkt. Gezien de omstandigheden waarin ze leefden (koud, woest landschap; jagend bestaan) lijkt me dat een hele slimme voortplantingsstrategie.

Overigens wijzen de vingerkootjesmetingen bij Australopithecus er op dat deze zeer oude mensachtige (2-4 miljoen jaar) monogaam was. Mijn 2D : 4D index (lengte wijsvinger gedeeld door lengte ringvinger) is 0.88. Dat is vast vergelijkbaar met die van Silvio Berlusconi en Bill Clinton.

Het onderzoek van Nelson et al. is afgelopen week gepubliceerd in Proceedings of the Royal Society B (doi: 10.1098/rspb.2010.1740).

De laatste huisbioloog (Atlas – Radio 1) 29 augustus 2010

Nog even dan ben ik bioloog zonder huis, want straks om 18.15 uur begint de laatste uitzending van Atlas op radio 1. Het is tegelijkertijd de laatste uitzending van Omroep Llink. Heel jammer vind ik het, dat Atlas stopt en dat Llink uit de ether en van de televisie verdwijnt. De biodiversiteit van het publieke bestel verarmt daarmee, want Llink had een fijne eigen niche, een eigen plek met een eigen geluid. Jammer, echt jammer.

Mijn radio-werk is bij Llink begonnen, in 2007 met 747-live (op radio 5) met John Buisman en Loes Luca, met Mieke van der Linde als drijvende kracht, uitgezonden vanuit Rotterdam. Ik ging toen op woensdagmiddag met een een dood beest op de fiets van het museum naar het restaurant langs de Boompjes (Blitz, heette dat toen). Daarna verhuisde het programma naar Amsterdam en werd vanuit de Desmet Studio’s uitgezonden. Kay Mastenbroek noemde me toen ‘de huisbioloog’. Desmet Live werd voor Llink eerst gepresenteerd door Fransisco van Jole en Dieuwertje Blok. Later was Teun van der Keuken mijn sparring partner. Leuke, relaxte uitzendingen en goede koffie daar in Desmet. In september 2008 promoveerde ik naar radio 1, naar het programma Atlas. Mijn blog-archief telt bijdragen aan 86 van de 103 uitzendingen (u kunt ze hier allemaal terugvinden). Ik vond het een fijn podium om luisteraars te verbazen (en aan het denken te zetten) over onwaarschijnlijk (maar echt) onderzoek, over nieuwe diersoorten die ontdekt worden en tegelijkertijd met bosjes uitsterven en over andere opmerkelijke nieuwtjes uit natuur en wetenschap. Met het Dode Dier van de Week heb ik geprobeerd de natuurhistorie en het opgezette dier uit het stof te halen, door er simpelweg over te vertellen. Weet niet of dat gelukt is, maar ik praat nu eenmaal veel makkelijker over een houtsnip als ik er een in mijn hand heb.

Dankzij het wereldverbeterende karakter van de Llink radioprogramma’s ben ik in de studio in contact gekomen met bijzondere en interessante gasten die in programma hun zegje mochten doen. Normaal gesproken zou ik die mensen nooit ontmoeten. Zo herinner ik me een verkoper van papieren (klimaatneutrale) doodskisten en urnen die ik zo lang aan zijn kop heb gezeurd dat hij me ten einde raad een prachtige urn in de vorm van een eikel gaf (altijd handig om in huis te hebben). Ook de lieve dames die uitwasbare luiers aan de man probeerden te brengen, schonken mij een kennismakingspakket (nooit gebruikt). Ronduit onthutsend was de ontmoeting met Gertjan van Leeuwen, alias Gummbah, de tekenaar van absurdistische cartoons die ik zeer bewonder. Hij herkende mij als ‘de eendenman’ en vroeg wat ik in de radiostudio deed. Ik antwoordde dat ik de huisbioloog was. “Ah, u bent zoiets als de homoseksuele huisvriend.” zei hij om daarna verder te zwijgen, ook in het legendarische radio-interview dat volgde. Ik ga Atlas missen, en alle Llinkmensen die het programma maakten. Emmie Kollau, Yvette Nieuwstad, Rolf Hartogensis, Barbara Kathman, Bram Vollaers, Jade van Doornik, Marcel van der Steen, Mirjam de Winter en iedereen die ik nu vergeet: dank voor de fijne radiotijd bij Llink.

De huisbioloog (Atlas – radio 1), zondag 22 augustus 2010

In uitzending 102 van ATLAS (Radio 1, zondag 22 augustus 2010, 18.15-20.30 uur) spreek ik in mijn rubriek ‘de huisbioloog’ (ongeveer om 19.00 uur) over:

Nieuws – De Atlantische plasticsoep groeit niet. Eerder dit jaar werd duidelijk dat ook de noordelijke Atlantische Oceaan een plasticsoep heeft. Het gaat hierbij om kleine stukjes plastic afval die door zeestromen tussen 22 en 28 graden Noorderbreedte en een drijvend eiland – een ‘soep’ – onder het wateroppervlak vormen. De plastic soep in de Grote Oceaan geniet grote bekendheid, mede door de indringende foto’s van Chris Jordan die laten zien dat jonge albatrossen met plastic afval gevoerd worden (en daaraan sterven). Inmiddels is de Atlantische plasticsoep onderzocht door 6136 zeewater-monsters, genomen tussen 1986 en 2008 te analyseren. Hierover is in het wetenschappelijke tijdschrift Science gerapporteerd.

Voor het eerst zijn er nu kwantitatieve gegevens. De concentraties verschilden van nul tot 580.000 stukjes (van hooguit enkele millimeters) per vierkante kilometer. Hoewel de wereldplasticproductie tussen 1976 en 2008 vervijfvoudigde, nam de concentratie niet toe in de loop der jaren. Een verklaring daarvoor is er niet. Wellicht dat het internationale verbod om plastic in zee te dumpen, dat sinds de jaren ‘70 is ingesteld, hierop invloed heeft gehad. Ook zou het plastic in kleinere partikels uiteengevallen kunnen zijn, en door de netten zijn geglipt.

Het Dode Dier van de Week is de ‘giant rat’ die afgelopen dagen het Engelse Bradford (en omstreken) in zijn greep houdt. Berichten in de populaire media spreken van twee exemplaren die geschoten zijn en een lengte van 76 cm hebben. Alle berichten zijn gebaseerd op ‘ooggetuigenverslagen’ en tot de verbeelding sprekende foto’s van ratten waarvan het formaat niet vast te stellen is. Zolang de kadavers nog niet door serieuze zoogdierkundigen zijn onderzocht, kunnen we de Britse reuzenratten als een hoax beschouwen.

De mogelijkheid bestaat dat het om de beverrat (Mycastor coypus) gaat, maar deze exoot schijnt uitgeroeid te zijn in het Verenigd Koninkrijk. Er bestaan wel reuzenratten, maar die komen voor in de tropen van Zuid-Amerika, Afrika en Nieuw-Guinea. Bijvoorbeeld de buidelrat Cricetomys uit West-Afrika of de reuzenrat Kunsia uit Zuid-Amerika. Vorig jaar werd er een nieuwe soort Mallomys rat ontdekt in Papua Nieuw Guinea. Die heeft met een lichaamslengte van 82 cm het formaat van een (kleine) hond. In Engeland en de rest van Europa inheemse bruine rat (Rattus norvegicus) kan 27 cm lang worden.

Onwaarschijnlijk Onderzoek – De gevaren van pizza. Twee Britse studies concluderen dat pizza’s, of je ze nu eet of bezorgt, slecht voor je zijn. Chris R. Mclean en collega J. Bernard van Mayday University Hospital in Croydon stellen in hun case study ‘Ethnicity as a factor in Pizza Delivery Crashes’ (Traffic Injury Preventions 4: 276-277) dat pizza-bezorgers die brommers gebruiken bij hun werk als ze zelf bij het ziekenhuis bezorgd worden, vaak botbreuken vertonen, vooral als ze van buitenlandse komaf zijn en geen rijbewijs hebben.

Het andere onderzoek, van James Catton en Dileep Lobo van Queen’s Medical Centre in Nottingham, zeer toepasselijk gepubliceerd in het medische vakblad Gut (doi:10.1136/gut.2009.184010), verhaalt over een voorheen gezonde 16-jarige student die na het eten van twee large pizza’s en vijf pinten bier met acute buikpijn in het ziekenhuis werd opgenomen (‘Pizza, beer, amylase, lipase and the acute abdomen’). De arme pizza-liefhebber was te gulzig geweest en de onverteerde pizza-punten werden operatief verwijderd.

[Bonus] Een aantal (jawel) Italiaanse studies toont aan dat het eten van pizza’s juist een gunstig effect op de gezondheid heeft. Bijvoorbeeld Dario Giugliano, Francesco Nappo en Ludovico Coppola (Second University Naples), gepubliceerd in Circulation: ‘Pizza and Vegetables Don’t Stick to the Endothelium’. En niet te vergeten de studies van Silvano Gallus van Istituto di Ricerche Farmacologiche, in Milaan, waaronder de klassieker Does Pizza Protect Against Cancer?, in International Journal of Cancer.

De huisbioloog (Atlas-radio 1), zondag 8 augustus 2010

In uitzending 100 (!) van ATLAS (Radio 1, zondag 8 augustus 2010, 18.15-20.30 uur) spreek ik in mijn rubriek ‘de huisbioloog’ (ongeveer om 19.00 uur) over:

De eendenpenis – Het was al langer bekend dat mannetjeseenden in het broedseizoen een gedraaide, wokkel-vormige, soms zeer lange penis ontwikkelen die in het najaar weer verdwijnt. De strijd tussen de seksen is hiervan de drijvende kracht. Nieuw onderzoek van Patricia Brennan en collega’s van Yale University laat zien dat de lengte van het geslachtsorgaan afhankelijk is van de (aanwezigheid van) concurrenten. Bij toppereenden die met andere mannetjes moeten concurreren om schaarse vrouwtjes is de penis 15-25 % langer dan bij mannetjes die geen concurrenten hebben. Dit is een sterke aanwijzing dat sociale competitie de lengte van het geslachtsorgaan beïnvloedt. Dat was nooit eerder bij een gewerveld dier vastgesteld.

De resultaten van dit onderzoek zijn nog niet gepubliceerd, maar bekend gemaakt tijdens de 47th Annual Meeting of the Animal Behavior Society, gehouden op 25-29 juli 2010 in Williamsburg, Virginia.

Het Dode Dier van de Week is de vliegensoort Thyreophora cynophila, die in het Duits ook wel Hundefliege genoemd wordt, omdat hij (in 1798) in Mannheim werd ontdekt op het kadaver van een hond. Dit ongeveer 1 centimeter grote insect met een zeer opvallende, helder oranjerode kop werd als enige Europese vliegensoort als uitgestorven beschouwd omdat hij sinds 1850 (160 jaar) niet meer gezien was. De laatste werd toen nabij Parijs verzameld. Zijn bestaan werd uitsluitend gedocumenteerd door 16 exemplaren die in zeven Europese natuurhistorische musea op spelden worden bewaard. Daardoor heeft hij onder vliegenkenners een bijna mythische status.

Deze week werd bekend (Systematic Entomology 2010 en Bol. Soc.Ent.Aragonesa 46: 1-7) dat de soort in Spanje – waar de soort nooit eerder was gevonden – is herontdekt. Twee groepen insectenkenners vonden onafhankelijk van elkaar in de berken- en eikenbossen nabij Madrid en in de Rioja-streek drie populaties. De vliegen werden gevangen in vallen met dode inktvis en rottend beenmerg als aas. Gebleken is dat de vliegen voornamelijk ’s nachts in februari en maart actief zijn en uitsluitend op in staat van ontbinding verkerende kadavers van runderen en herten leven. Vermoedelijk zijn ze daardoor niet eerder opgemerkt. Vliegmensen noemen de herontdekking sensationeel, en dat is het ook. Zie (Spaanstalig) filmpje. [met dank aan Ruud van der Weele]

Onwaarschijnlijk Onderzoek -  Heeft u altijd al een dierbare, begraven overledene een prettige verjaardag of ‘vrolijk Kerstfeest’ willen wensen, of de dode zijn of haar lievelingsmuziek of favoriete radioprogramma laten horen? Dat kan met de uitvinding van Jeff Dannenberg uit Florida. Hij verkreeg afgelopen week het patent (US # 7,765,655 B2) op een apparaat, getiteld ‘Apparatus and method for generating post-burial audio communication in a burial casket’. Het apparaat kan gemakkelijk achter een fotolijstje (met een foto van de overledene) in de kist geplaatst worden, en bevat opgenomen geluidsframenten die middels een geprogrammeerde tijdklok op elk gewenst moment afgespeeld kunnen worden. Een draadloze applicatie (US # 7,765,656 B2 ‘Remote Update Feature’) stelt nabestaanden in staat om de geluidsfragmenten te updaten, wissen en/of te redigeren. Op het ingebouwde flatscreen kunnen video-beelden vertoond worden.

De uitvinding is zowel geschikt voor communicatie met overleden en begraven mensen als huisdieren. [met dank aan Martin Gardiner, Rio de Janeiro Desk Chief, Improbable Research]

De huisbioloog (Atlas – Radio 1), zondag 1 augustus 2010

In uitzending 99 van ATLAS (Radio 1, zondag 1 augustus 2010, 18.15-20.30 uur) spreek ik in mijn rubriek ‘de huisbioloog’ (ongeveer om 19.00 uur) over:

Een nieuwe Nederlandse sprinkhaansoort. Tussen de bielzen en kiezels van het oude spoorwegemplacement langs de Laan op Zuid in Rotterdam is afgelopen week een nieuwe sprinkhaansoort voor Nederland ontdekt. Het gaat om de kiezelsprinkhaan (Sphingonotus caerulans) uit Zuid-Europa die tot dusver nooit dichterbij kwam dan enkele plekken in België en Duitsland. De kiezelsprinkhaan is onopvallend bruin van kleur, maar laat bij het opvliegen zijn helderblauw gekleurde vleugels goed zien. Daarmee lijkt deze nieuwkomer sterk op de van oudsher in Nederland voorkomende blauwvleugelsprinkhaan, die een duidelijke voorliefde heeft voor zanderige terreinen. De kiezelsprinkhaan leeft op droge, zanderige of stenige grond en voedt zich met gras en andere planten. Het in onbruik zijnde, deels overwoekerde rangeerterrein vormt dus een perfect leefgebied voor dit insect. Er zijn tenminste veertig exemplaren aanwezig, vermoedelijk meer. Hoe de kiezelsprinkhanen in Rotterdam verzeild zijn geraakt is niet bekend. Het zijn goede vliegers en ze kunnen via het spoorwegennetwerk naar de Laan op Zuid zijn gevlogen. Het is ook goed mogelijk dat er een aantal is mee gekomen met een lading grind of dat ze een lift van een trein hebben gekregen.

Binnenkort krijgt het oude rangeerterrein een andere bestemming en moet de nieuwe sprinkhaan op zoek naar een ander leefgebiedje. Of dat gaat lukken, is de vraag.

Het Dode Dier van de Week is de zuidelijke boomsprinkhaan (Meconema meridionale). Deze kleine groene sprinkhaansoort werd in 1993 voor het eerst in Nederland gevonden, in Vlaardingen. Ook een soort uit het Middellandse Zee gebied (Italië, Zuid-Frankrijk) die met autoverkeer meegelift is naar Nederland en inmiddels overal in steden voorkomt. Leeft van bladluizen.

Onwaarschijnlijk Onderzoek – Ik ben nog maar een paar dagen terug van een zeer ontspannende vakantie. Dat fijne vakantiegevoel ben ik nu al volledig kwijt. Is vakantie eigenlijk goed voor gezondheid en welzijn, en hoe lang houdt het vakantiegevoel aan? Het is onderzocht door Jessica de Bloom (Radboud Universiteit) en collega’s van de universiteiten van Utrecht en Konstanz. Zij ondervroegen 96 Nederlanders voor, tijdens en na hun vakantie over hoe gezond, energiek, tevreden en gespannen ze zich voelden. In de vakantie was de spanning een rapportcijfer minder dan ervoor en erna. Bijna alle proefpersonen waren hun vakantiegevoel na de eerste werkdag al kwijt. Toch vinden de onderzoekers dat we wel met vakantie moeten blijven gaan. Zie: De Bloom et al., 2010 – Effects of vacation from work on health and well-being: Lots of fun, quickly gone – Work & Stress 24(2): 196-216

De huisbioloog (Atlas – Radio 1), zondag 4 juli 2010

In uitzending 95 van ATLAS (Radio 1, zondag 4 juli 2010, 18.15-20.30 uur) spreek ik in mijn rubriek ‘de huisbioloog’ (ongeveer om 19.00 uur) over:

Jonge zeehonden in de Nederlandse en Duitse Waddenzee worden gemiddeld bijna een maand vroeger geboren dan ruim dertig jaar geleden. Dat blijkt uit langjarige tellingen door onderzoekers van IMARES, het instituut voor marien ecologisch onderzoek van Wageningen UR. Overbevissing is de belangrijkste verklaring, omdat die met name gericht is op de grotere vissen. Daarvan profiteren de kleinere vissoorten, waarvoor zeehonden een voorkeur hebben. De kleine vissoorten zorgen voor een groter voedselaanbod voor de zeehonden. De onderzoekers publiceerden hun bevindingen eerder deze week in het wetenschappelijke tijdschrift Biology Letters.

Als verklaring van het vroegere geboortetijdstip zien de onderzoekers de verbeterde leefomstandigheden en dan met name het grotere voedselaanbod voor zeehonden als belangrijkste factor. Vrouwelijke zeehonden maken na de bevruchting een periode door van de zogenaamde stille zwangerschap. Die houdt in dat de bevruchte eicel zich niet meteen innestelt in de baarmoeder. Doorgaans begint die innesteling en daarmee de actieve zwangerschap na ongeveer 2½ maand. Die tijd heeft het vrouwtje nodig om aan te sterken na de vorige intensieve zoogtijd waarbij haar vetvoorraad sterk is afgenomen. Kennelijk, wordt die herstelperiode korter door een groter voedselaanbod.

Het Dode Dier van de Week is het teringlijertje (Caprella linearis). Dit kleine, 1-2 centimeter grote, kreeftachtige diertje heb ik verzameld op de Westerschelde. Ze leven daar op de bodem, met hun achterpootjes vastgehecht aan sponzen. Met de voorste schaarpoten slaan ze wild om zich heen om dierlijk plankton uit het water te vissen. Ze hebben een spookachtig, geleed lichaam en worden daarom ook wel ‘wandelend geraamte’ genoemd. Ik neem er een paar mee, geconserveerd in alcohol, gisteren opgevist door de mosselkotter ZZ-10 van schipper Jaap van der Schot, nabij Terneuzen. De naam ‘teringlijertje’ komt vermoedelijk voort uit hun magere, uitgeteerde gestalte.

Onwaarschijnlijk Onderzoek – ‘Love is in the air’. Laat jonge vrouwen naar romantische song-teksten luisteren en de kans is groot dat ze een verzoek tot een date accepteren. Professor Nicolas Guéguen heeft weer toegeslagen met een fijn stukje (onwaarschijnlijk) onderzoek, gepubliceerd in Psychology of Music 38(3): 303-307. Hij liet 183 alleenstaande studentes van gemiddeld 18.7 jaar naar twee song-teksten luisteren. De ene tekst (‘Je l’aime à mourir’) werd door de studentes als ‘romanistisch’ beoordeeld; de andere (‘L’heure du thé’) kreeg het predicaat ‘neutraal’. De studentes die naar het romantische liedje luisterden, reageerden vervolgens in 52.2% van de gevallen positief op de vraag ‘Mag ik je telefoonnummer?, dan bel ik je volgende week om samen wat te gaan drinken’. De versierder, Antoine genaamd, was een 20 jarige knappe jongen. Meisjes die naar het neutrale liedje luisterden, gaven hem veel minder vaak (27.9%) hun telefoonnummer. Professor Guéguen heeft een patent op dergelijke onderzoeken, naar verleidingsgedrag bij mensen. Zie Atlas 30 november 2008.

De huisbioloog (Atlas – Radio 1), zondag 27 juni 2010

In uitzending 94 van ATLAS (Radio 1, zondag 27 juni 2010, 18.15-20.30 uur) spreek ik in mijn rubriek ‘de huisbioloog’ (ongeveer om 19.00 uur) over:

Potvispoep helpt kooldioxide-absorptie. Australische onderzoekers hebben berekend dat potvissen die in de zuidelijke oceanen leven, via hun ontlasting jaarlijks 50.000 kilo ijzer aan het zeewater toevoegen. IJzer stimuleert de groei van plantaardig plankton dat op zijn beurt CO2 uit de lucht opneemt. Wanneer plakton sterft zinkt het gebonden CO2 mee naar de bodem. Op die manier wordt CO2 in de atmosfeer gereduceerd. Potvispoep zorgt voor de absorptie van 400.000 ton CO2, twee keer zoveel als de hoeveelheid die potvissen uitademen. Zie Proceedings of the Royal Society B doi: 10.1098/rspb.2010.0863.

Het bleek belangrijk te zijn dat de potvissen niet poepen waar ze eten (diep in de oceaan, voornamelijk inktvis), maar onder het oppervlak waar het plankton leeft. Gezien deze rol van grote zeezoogdieren bij het reguleren van de CO2 balans, is het van belang de walvisjacht te stoppen, aldus de auteurs van de publicatie.

Het Dode Dier van de Week is het harnasmannetje (Agonus cataphractus) dit zeevisje dat algemeen voorkomt in de Noordzee en andere Noordwest-Europese wateren wordt ook wel ‘neushangertje’ genoemd. Waarom werd mij gisteren door vissers op Noordzee gedemonstreerd: de vis heeft twee weerhaakjes op de neus waarmee hij overal aan blijft hangen. Ik neem er een mee, en demonstreer het fenomeen.

Onwaarschijnlijk Onderzoek – Er is een ludieke toepassing van het ‘beesie’ (WK-promotie artikel van een bekende grootgrutter) gevonden: als kunstaas om snoek mee te vangen. De website topvisser.nl heeft er een wedstrijd aan verbonden.

Wanneer het serieus aangepakt zou worden, zou het een mooi vervolg zijn op het klassieke onderzoek van J.J. Beukema uit 1970 (‘Acquired hook-avoidance in the pike Esox lucius L. fished with artificial and natural baits’ – Journal of Fish Research 2: 155-160), waaruit bleek dat snoeken zich geen tweede keer met kunstaas lieten vangen. Suggestie voor de onderzoeksvraag: In welke kleur beesie bijten snoeken het meest?