Pavlov 13 november 2010: Dagdromen maakt ongelukkig

In november ben ik elke zaterdag tegen 19.00 uur de ‘uitsmijter’ van het radio 1 programma Pavlov. Ik praat dan over nieuws dat mij opviel in de afgelopen week. Deze week:

Dagdromen maakt ongelukkig – Mensen hebben de tijd en het vermogen om na te denken over iets wat ze niet aan het doen zijn. Wij kunnen nadenken over iets uit het verleden, over iets dat in de toekomst zou kunnen gebeuren of over iets dat nooit gebeuren zal. Dit dagdromen, het nadenken zonder directe stimulus (mind wanderings in het Engels) is een unieke eigenschap die ons van andere zoogdieren onderscheidt: wij kunnen leren, redeneren en plannen. Dat is een overlevingsvoordeel. Het succes van de mens als soort schuilt in die eigenschap.

Recent onderzoek van Matthew Killingsworth en Daniel Gilbert van de Harvard Universiteit (zie Science 330: 932) toonde aan dat dagdromen een keerzijde heeft: het maakt ons ongelukkig. De onderzoekers toonden dat aan door 2250 mensen via een iPhone applicatie (www.trackyourhappiness.org) op willekeurige momenten te vragen (1) hoe ze zich voelden, (2) wat ze deden, en (3) of ze daar aan dachten of niet. Het bleek dat de proefpersonen voor bijna de helft (46.9%) van de tijd niet met hun hoofd bij hun activiteiten waren. De dagdromers werd gevraagd of die gedachten plezierig, neutraal of onplezierig waren. Los van het soort activiteit van de dagdromers, waren die gedachten vaker neutraal of onplezierig. Conclusie: dagdromen maakt ongelukkig. Hoe vaak we wegdromen van onze activiteiten is een betere voorspeller van ons geluk dan onze activiteiten zelf, aldus Killingsworth en Gilbert.

Gelukkig is geluk een menselijk fenomeen. Dieren hebben wel wat anders aan hun hoofd: eten, zorgen dat je niet opgegeten wordt, en je voortplanten. Dieren die dagdromen overleven niet.

Pavlov, radio 1: Deed de Neanderthaler aan veelwijverij?

In november ben ik ‘maandgast’ in het radio 1 programma Pavlov. Elke zaterdag omstreeks 18.55 uur bespreek ik iets uit de actualiteit vanuit mijn achtergrond, mijn belangstelling, mijn passie. Pavlov is een programma over menselijk gedrag, ik moet mij er dus toe zetten om niet over beesten te vertellen.

Een kort berichtje op nu.nl trok deze week mijn aandacht: ‘Neanderthalers hadden wisselende sekscontacten’. Mijn eerste gedachte was, hoe zijn ze daar nu achter gekomen? Wat bleek? De Britse wetenschappers Emma Nelson, Campbel Rolian, Lisa Cashmore en Susanne Shultz maten (de verhouding van) de lengte van fossiele botten (de kootjes) van de ring- en wijsvingers van Neanderthalers, andere vroege mensachtigen en de vingerkootjes van de moderne mens. Deze zogenaamde 2D : 4D ratio (een getal kleiner, gelijk aan, of groter dan 1) is een indicator van de mate waarin de foetus is blootgesteld aan het mannelijke geslachtshormoon testosteron. Mannen hebben (daardoor) een kortere wijsvinger dan vrouwen (2D : 4D < 1). Bij vrouwen is de wijsvinger even lang of een beetje langer dan de ringvinger (2D : 4D > 1). Deze vingerindex is in verband gebracht met alle mogelijke fysiologische toestanden en vormen van gedrag: mannen met een relatief korte wijsvinger hebben meer zaadcellen in hun sperma, zijn competitiever en promiscue.

Deze laatste vorm van sociaal en seksueel gedrag is nu op de Neanderthaler geplakt, want ze hadden een relatief lange ringvinger ten opzichte van hun wijsvinger, en een duidelijk lagere 2D : 4D index dan Homo sapiens de moderne mens. Conclusie: de Neanderthaler man deed aan veelwijverij. Het negatieve beeld van deze harige, botte, primitieve woesteling wordt hiermee versterkt. Gezien de omstandigheden waarin ze leefden (koud, woest landschap; jagend bestaan) lijkt me dat een hele slimme voortplantingsstrategie.

Overigens wijzen de vingerkootjesmetingen bij Australopithecus er op dat deze zeer oude mensachtige (2-4 miljoen jaar) monogaam was. Mijn 2D : 4D index (lengte wijsvinger gedeeld door lengte ringvinger) is 0.88. Dat is vast vergelijkbaar met die van Silvio Berlusconi en Bill Clinton.

Het onderzoek van Nelson et al. is afgelopen week gepubliceerd in Proceedings of the Royal Society B (doi: 10.1098/rspb.2010.1740).