Hoe is het om een vleermuis te zijn?

In 2011 ben ik elke maand één keer ‘columnist van de week’ bij Vroege Vogels op radio 1. Zondag 2 januari omstreeks 8.30 uur was de eerste column in de reeks ‘Uit de Koker van Kees’ te beluisteren: (luister hier)

Het Jaar van de Vleermuizen is aangebroken. Uitgeroepen door de Zoogdiervereniging om (citaat uit het persbericht) ‘aandacht te vragen voor deze voor veel mensen onbekende, mysterieuze maar wel beschermde en uiterst nuttige vliegende zoogdieren’. 2011 is niet alleen in Nederland maar in heel Europa het Jaar van de Vleermuizen. Dat is slim. Niet de wolf in Duitsland, de zwarte rat in België, de bruine beer in Spanje en de relmuis in Frankrijk, nee overal de vleermuis. Anders krijg je zoiets vaags als het biodiversiteitsjaar dat gelukkig nu achter de rug is.

Ik doe graag mee aan vleermuispopularisering en heb daarom uit het afgelopen jaar twee opmerkelijke wetenschappelijke vondsten voor u. Ongeveer 350 van de 1100 soorten vleermuizen die we wereldwijd kennen eten fruit of nectar in plaats van insecten. Deze zogenaamde fruitvleermuizen leven voornamelijk in de tropen. Ze eten overrijp, rottend fruit dat tot wel vijf procent alcohol kan bevatten. Canadese onderzoekers vroegen zich af of zo’n hoge alcoholconsumptie hun vliegkunst en echolocatie niet belemmert. Ze voerden vleermuizen met suikerwater of met suikerwater waar alcohol aan toegevoegd was en lieten de proefdieren los in een vliegkooi met obstakels. Alcohol in het bloed of niet, alle vleermuizen namen de hindernissen moeiteloos. Kennelijk is de alcoholtolerantie van fruitvleermuizen zo hoog dat zij zonder problemen rottend fruit kunnen eten. Dankzij deze aanpassing hebben fruitvleermuizen de beschikking over voedsel dat vogels onaangeroerd laten omdat ze er dronken van worden. Daar heb je wat aan als vleermuis.

Opzienbarend was de ontdekking dat vleermuizen liefhebbers zijn van fellatio. Let wel, het click to see videogaat niet om een muziektempo zoals allegro of adagio, maar om orale seks waarbij het mannetje de ontvanger is. Dergelijk gedrag was alleen bekend van mensen en mensapen als onderdeel van seksueel (voor)spel. Bij vleermuizen is fellatio echter vaste prik tijdens de feitelijke paring. Dat zit zo. Vleermuizen doen het in de lepeltjespositie – mannetje achter – en hangen daarbij ondersteboven. Het wijfje buigt als zij gepenetreerd wordt naar boven en likt af en toe de schacht van het geslachtsorgaan van het mannetje. Vleermuizen doen dat niet voor de lol. Ze hebben er baat bij, want – zo bleek uit onderzoek – één fellatieseconde zorgt er voor dat de paring zes seconden langer duurt. En dat vergroot de kans op bevruchting. Laat de acrobatiek maar achterwege op deze vroege zondagochtend: bij mensen is dit standje volgens mij onmogelijk.

De Amerikaanse filosoof Thomas Nagel stelde in 1974 een van de meest intrigerende vragen over het menselijke bewustzijn en voorstellingsvermogen: ‘What is it like to be a bat?’ Hoe is het om een vleermuis te zijn? Misschien weten we dat als het Jaar van de Vleermuizen weer ten einde is.

Bronnen

Orbach, D.N. et al. (2010) Drinking and Flying: Does Alcohol Consumption Affect the Flight and Echolocation Performance of Phyllostomid Bats? PLoS ONE 5(2): e8993. doi: 10.1371/journal.phone.0008993

Tan, M. et al. (2009) Fellatio by Fruit Bats Prolongs Copulation Time. PLoS ONE 4(10): e7595. doi: 10.1371/journal.phone.0007595

Nagel, T. (1974) What is it like to be a bat? The Philosophical Review 83(4): 435-450

Pavlov 13 november 2010: Dagdromen maakt ongelukkig

In november ben ik elke zaterdag tegen 19.00 uur de ‘uitsmijter’ van het radio 1 programma Pavlov. Ik praat dan over nieuws dat mij opviel in de afgelopen week. Deze week:

Dagdromen maakt ongelukkig – Mensen hebben de tijd en het vermogen om na te denken over iets wat ze niet aan het doen zijn. Wij kunnen nadenken over iets uit het verleden, over iets dat in de toekomst zou kunnen gebeuren of over iets dat nooit gebeuren zal. Dit dagdromen, het nadenken zonder directe stimulus (mind wanderings in het Engels) is een unieke eigenschap die ons van andere zoogdieren onderscheidt: wij kunnen leren, redeneren en plannen. Dat is een overlevingsvoordeel. Het succes van de mens als soort schuilt in die eigenschap.

Recent onderzoek van Matthew Killingsworth en Daniel Gilbert van de Harvard Universiteit (zie Science 330: 932) toonde aan dat dagdromen een keerzijde heeft: het maakt ons ongelukkig. De onderzoekers toonden dat aan door 2250 mensen via een iPhone applicatie (www.trackyourhappiness.org) op willekeurige momenten te vragen (1) hoe ze zich voelden, (2) wat ze deden, en (3) of ze daar aan dachten of niet. Het bleek dat de proefpersonen voor bijna de helft (46.9%) van de tijd niet met hun hoofd bij hun activiteiten waren. De dagdromers werd gevraagd of die gedachten plezierig, neutraal of onplezierig waren. Los van het soort activiteit van de dagdromers, waren die gedachten vaker neutraal of onplezierig. Conclusie: dagdromen maakt ongelukkig. Hoe vaak we wegdromen van onze activiteiten is een betere voorspeller van ons geluk dan onze activiteiten zelf, aldus Killingsworth en Gilbert.

Gelukkig is geluk een menselijk fenomeen. Dieren hebben wel wat anders aan hun hoofd: eten, zorgen dat je niet opgegeten wordt, en je voortplanten. Dieren die dagdromen overleven niet.

Pavlov, radio 1: Deed de Neanderthaler aan veelwijverij?

In november ben ik ‘maandgast’ in het radio 1 programma Pavlov. Elke zaterdag omstreeks 18.55 uur bespreek ik iets uit de actualiteit vanuit mijn achtergrond, mijn belangstelling, mijn passie. Pavlov is een programma over menselijk gedrag, ik moet mij er dus toe zetten om niet over beesten te vertellen.

Een kort berichtje op nu.nl trok deze week mijn aandacht: ‘Neanderthalers hadden wisselende sekscontacten’. Mijn eerste gedachte was, hoe zijn ze daar nu achter gekomen? Wat bleek? De Britse wetenschappers Emma Nelson, Campbel Rolian, Lisa Cashmore en Susanne Shultz maten (de verhouding van) de lengte van fossiele botten (de kootjes) van de ring- en wijsvingers van Neanderthalers, andere vroege mensachtigen en de vingerkootjes van de moderne mens. Deze zogenaamde 2D : 4D ratio (een getal kleiner, gelijk aan, of groter dan 1) is een indicator van de mate waarin de foetus is blootgesteld aan het mannelijke geslachtshormoon testosteron. Mannen hebben (daardoor) een kortere wijsvinger dan vrouwen (2D : 4D < 1). Bij vrouwen is de wijsvinger even lang of een beetje langer dan de ringvinger (2D : 4D > 1). Deze vingerindex is in verband gebracht met alle mogelijke fysiologische toestanden en vormen van gedrag: mannen met een relatief korte wijsvinger hebben meer zaadcellen in hun sperma, zijn competitiever en promiscue.

Deze laatste vorm van sociaal en seksueel gedrag is nu op de Neanderthaler geplakt, want ze hadden een relatief lange ringvinger ten opzichte van hun wijsvinger, en een duidelijk lagere 2D : 4D index dan Homo sapiens de moderne mens. Conclusie: de Neanderthaler man deed aan veelwijverij. Het negatieve beeld van deze harige, botte, primitieve woesteling wordt hiermee versterkt. Gezien de omstandigheden waarin ze leefden (koud, woest landschap; jagend bestaan) lijkt me dat een hele slimme voortplantingsstrategie.

Overigens wijzen de vingerkootjesmetingen bij Australopithecus er op dat deze zeer oude mensachtige (2-4 miljoen jaar) monogaam was. Mijn 2D : 4D index (lengte wijsvinger gedeeld door lengte ringvinger) is 0.88. Dat is vast vergelijkbaar met die van Silvio Berlusconi en Bill Clinton.

Het onderzoek van Nelson et al. is afgelopen week gepubliceerd in Proceedings of the Royal Society B (doi: 10.1098/rspb.2010.1740).

De huisbioloog (Atlas – radio 1), zondag 22 augustus 2010

In uitzending 102 van ATLAS (Radio 1, zondag 22 augustus 2010, 18.15-20.30 uur) spreek ik in mijn rubriek ‘de huisbioloog’ (ongeveer om 19.00 uur) over:

Nieuws – De Atlantische plasticsoep groeit niet. Eerder dit jaar werd duidelijk dat ook de noordelijke Atlantische Oceaan een plasticsoep heeft. Het gaat hierbij om kleine stukjes plastic afval die door zeestromen tussen 22 en 28 graden Noorderbreedte en een drijvend eiland – een ‘soep’ – onder het wateroppervlak vormen. De plastic soep in de Grote Oceaan geniet grote bekendheid, mede door de indringende foto’s van Chris Jordan die laten zien dat jonge albatrossen met plastic afval gevoerd worden (en daaraan sterven). Inmiddels is de Atlantische plasticsoep onderzocht door 6136 zeewater-monsters, genomen tussen 1986 en 2008 te analyseren. Hierover is in het wetenschappelijke tijdschrift Science gerapporteerd.

Voor het eerst zijn er nu kwantitatieve gegevens. De concentraties verschilden van nul tot 580.000 stukjes (van hooguit enkele millimeters) per vierkante kilometer. Hoewel de wereldplasticproductie tussen 1976 en 2008 vervijfvoudigde, nam de concentratie niet toe in de loop der jaren. Een verklaring daarvoor is er niet. Wellicht dat het internationale verbod om plastic in zee te dumpen, dat sinds de jaren ‘70 is ingesteld, hierop invloed heeft gehad. Ook zou het plastic in kleinere partikels uiteengevallen kunnen zijn, en door de netten zijn geglipt.

Het Dode Dier van de Week is de ‘giant rat’ die afgelopen dagen het Engelse Bradford (en omstreken) in zijn greep houdt. Berichten in de populaire media spreken van twee exemplaren die geschoten zijn en een lengte van 76 cm hebben. Alle berichten zijn gebaseerd op ‘ooggetuigenverslagen’ en tot de verbeelding sprekende foto’s van ratten waarvan het formaat niet vast te stellen is. Zolang de kadavers nog niet door serieuze zoogdierkundigen zijn onderzocht, kunnen we de Britse reuzenratten als een hoax beschouwen.

De mogelijkheid bestaat dat het om de beverrat (Mycastor coypus) gaat, maar deze exoot schijnt uitgeroeid te zijn in het Verenigd Koninkrijk. Er bestaan wel reuzenratten, maar die komen voor in de tropen van Zuid-Amerika, Afrika en Nieuw-Guinea. Bijvoorbeeld de buidelrat Cricetomys uit West-Afrika of de reuzenrat Kunsia uit Zuid-Amerika. Vorig jaar werd er een nieuwe soort Mallomys rat ontdekt in Papua Nieuw Guinea. Die heeft met een lichaamslengte van 82 cm het formaat van een (kleine) hond. In Engeland en de rest van Europa inheemse bruine rat (Rattus norvegicus) kan 27 cm lang worden.

Onwaarschijnlijk Onderzoek – De gevaren van pizza. Twee Britse studies concluderen dat pizza’s, of je ze nu eet of bezorgt, slecht voor je zijn. Chris R. Mclean en collega J. Bernard van Mayday University Hospital in Croydon stellen in hun case study ‘Ethnicity as a factor in Pizza Delivery Crashes’ (Traffic Injury Preventions 4: 276-277) dat pizza-bezorgers die brommers gebruiken bij hun werk als ze zelf bij het ziekenhuis bezorgd worden, vaak botbreuken vertonen, vooral als ze van buitenlandse komaf zijn en geen rijbewijs hebben.

Het andere onderzoek, van James Catton en Dileep Lobo van Queen’s Medical Centre in Nottingham, zeer toepasselijk gepubliceerd in het medische vakblad Gut (doi:10.1136/gut.2009.184010), verhaalt over een voorheen gezonde 16-jarige student die na het eten van twee large pizza’s en vijf pinten bier met acute buikpijn in het ziekenhuis werd opgenomen (‘Pizza, beer, amylase, lipase and the acute abdomen’). De arme pizza-liefhebber was te gulzig geweest en de onverteerde pizza-punten werden operatief verwijderd.

[Bonus] Een aantal (jawel) Italiaanse studies toont aan dat het eten van pizza’s juist een gunstig effect op de gezondheid heeft. Bijvoorbeeld Dario Giugliano, Francesco Nappo en Ludovico Coppola (Second University Naples), gepubliceerd in Circulation: ‘Pizza and Vegetables Don’t Stick to the Endothelium’. En niet te vergeten de studies van Silvano Gallus van Istituto di Ricerche Farmacologiche, in Milaan, waaronder de klassieker Does Pizza Protect Against Cancer?, in International Journal of Cancer.

De huisbioloog (Atlas-radio 1), zondag 8 augustus 2010

In uitzending 100 (!) van ATLAS (Radio 1, zondag 8 augustus 2010, 18.15-20.30 uur) spreek ik in mijn rubriek ‘de huisbioloog’ (ongeveer om 19.00 uur) over:

De eendenpenis – Het was al langer bekend dat mannetjeseenden in het broedseizoen een gedraaide, wokkel-vormige, soms zeer lange penis ontwikkelen die in het najaar weer verdwijnt. De strijd tussen de seksen is hiervan de drijvende kracht. Nieuw onderzoek van Patricia Brennan en collega’s van Yale University laat zien dat de lengte van het geslachtsorgaan afhankelijk is van de (aanwezigheid van) concurrenten. Bij toppereenden die met andere mannetjes moeten concurreren om schaarse vrouwtjes is de penis 15-25 % langer dan bij mannetjes die geen concurrenten hebben. Dit is een sterke aanwijzing dat sociale competitie de lengte van het geslachtsorgaan beïnvloedt. Dat was nooit eerder bij een gewerveld dier vastgesteld.

De resultaten van dit onderzoek zijn nog niet gepubliceerd, maar bekend gemaakt tijdens de 47th Annual Meeting of the Animal Behavior Society, gehouden op 25-29 juli 2010 in Williamsburg, Virginia.

Het Dode Dier van de Week is de vliegensoort Thyreophora cynophila, die in het Duits ook wel Hundefliege genoemd wordt, omdat hij (in 1798) in Mannheim werd ontdekt op het kadaver van een hond. Dit ongeveer 1 centimeter grote insect met een zeer opvallende, helder oranjerode kop werd als enige Europese vliegensoort als uitgestorven beschouwd omdat hij sinds 1850 (160 jaar) niet meer gezien was. De laatste werd toen nabij Parijs verzameld. Zijn bestaan werd uitsluitend gedocumenteerd door 16 exemplaren die in zeven Europese natuurhistorische musea op spelden worden bewaard. Daardoor heeft hij onder vliegenkenners een bijna mythische status.

Deze week werd bekend (Systematic Entomology 2010 en Bol. Soc.Ent.Aragonesa 46: 1-7) dat de soort in Spanje – waar de soort nooit eerder was gevonden – is herontdekt. Twee groepen insectenkenners vonden onafhankelijk van elkaar in de berken- en eikenbossen nabij Madrid en in de Rioja-streek drie populaties. De vliegen werden gevangen in vallen met dode inktvis en rottend beenmerg als aas. Gebleken is dat de vliegen voornamelijk ’s nachts in februari en maart actief zijn en uitsluitend op in staat van ontbinding verkerende kadavers van runderen en herten leven. Vermoedelijk zijn ze daardoor niet eerder opgemerkt. Vliegmensen noemen de herontdekking sensationeel, en dat is het ook. Zie (Spaanstalig) filmpje. [met dank aan Ruud van der Weele]

Onwaarschijnlijk Onderzoek -  Heeft u altijd al een dierbare, begraven overledene een prettige verjaardag of ‘vrolijk Kerstfeest’ willen wensen, of de dode zijn of haar lievelingsmuziek of favoriete radioprogramma laten horen? Dat kan met de uitvinding van Jeff Dannenberg uit Florida. Hij verkreeg afgelopen week het patent (US # 7,765,655 B2) op een apparaat, getiteld ‘Apparatus and method for generating post-burial audio communication in a burial casket’. Het apparaat kan gemakkelijk achter een fotolijstje (met een foto van de overledene) in de kist geplaatst worden, en bevat opgenomen geluidsframenten die middels een geprogrammeerde tijdklok op elk gewenst moment afgespeeld kunnen worden. Een draadloze applicatie (US # 7,765,656 B2 ‘Remote Update Feature’) stelt nabestaanden in staat om de geluidsfragmenten te updaten, wissen en/of te redigeren. Op het ingebouwde flatscreen kunnen video-beelden vertoond worden.

De uitvinding is zowel geschikt voor communicatie met overleden en begraven mensen als huisdieren. [met dank aan Martin Gardiner, Rio de Janeiro Desk Chief, Improbable Research]

De huisbioloog (Atlas – Radio 1), zondag 1 augustus 2010

In uitzending 99 van ATLAS (Radio 1, zondag 1 augustus 2010, 18.15-20.30 uur) spreek ik in mijn rubriek ‘de huisbioloog’ (ongeveer om 19.00 uur) over:

Een nieuwe Nederlandse sprinkhaansoort. Tussen de bielzen en kiezels van het oude spoorwegemplacement langs de Laan op Zuid in Rotterdam is afgelopen week een nieuwe sprinkhaansoort voor Nederland ontdekt. Het gaat om de kiezelsprinkhaan (Sphingonotus caerulans) uit Zuid-Europa die tot dusver nooit dichterbij kwam dan enkele plekken in België en Duitsland. De kiezelsprinkhaan is onopvallend bruin van kleur, maar laat bij het opvliegen zijn helderblauw gekleurde vleugels goed zien. Daarmee lijkt deze nieuwkomer sterk op de van oudsher in Nederland voorkomende blauwvleugelsprinkhaan, die een duidelijke voorliefde heeft voor zanderige terreinen. De kiezelsprinkhaan leeft op droge, zanderige of stenige grond en voedt zich met gras en andere planten. Het in onbruik zijnde, deels overwoekerde rangeerterrein vormt dus een perfect leefgebied voor dit insect. Er zijn tenminste veertig exemplaren aanwezig, vermoedelijk meer. Hoe de kiezelsprinkhanen in Rotterdam verzeild zijn geraakt is niet bekend. Het zijn goede vliegers en ze kunnen via het spoorwegennetwerk naar de Laan op Zuid zijn gevlogen. Het is ook goed mogelijk dat er een aantal is mee gekomen met een lading grind of dat ze een lift van een trein hebben gekregen.

Binnenkort krijgt het oude rangeerterrein een andere bestemming en moet de nieuwe sprinkhaan op zoek naar een ander leefgebiedje. Of dat gaat lukken, is de vraag.

Het Dode Dier van de Week is de zuidelijke boomsprinkhaan (Meconema meridionale). Deze kleine groene sprinkhaansoort werd in 1993 voor het eerst in Nederland gevonden, in Vlaardingen. Ook een soort uit het Middellandse Zee gebied (Italië, Zuid-Frankrijk) die met autoverkeer meegelift is naar Nederland en inmiddels overal in steden voorkomt. Leeft van bladluizen.

Onwaarschijnlijk Onderzoek – Ik ben nog maar een paar dagen terug van een zeer ontspannende vakantie. Dat fijne vakantiegevoel ben ik nu al volledig kwijt. Is vakantie eigenlijk goed voor gezondheid en welzijn, en hoe lang houdt het vakantiegevoel aan? Het is onderzocht door Jessica de Bloom (Radboud Universiteit) en collega’s van de universiteiten van Utrecht en Konstanz. Zij ondervroegen 96 Nederlanders voor, tijdens en na hun vakantie over hoe gezond, energiek, tevreden en gespannen ze zich voelden. In de vakantie was de spanning een rapportcijfer minder dan ervoor en erna. Bijna alle proefpersonen waren hun vakantiegevoel na de eerste werkdag al kwijt. Toch vinden de onderzoekers dat we wel met vakantie moeten blijven gaan. Zie: De Bloom et al., 2010 – Effects of vacation from work on health and well-being: Lots of fun, quickly gone – Work & Stress 24(2): 196-216

De huisbioloog (Atlas – Radio 1), zondag 4 juli 2010

In uitzending 95 van ATLAS (Radio 1, zondag 4 juli 2010, 18.15-20.30 uur) spreek ik in mijn rubriek ‘de huisbioloog’ (ongeveer om 19.00 uur) over:

Jonge zeehonden in de Nederlandse en Duitse Waddenzee worden gemiddeld bijna een maand vroeger geboren dan ruim dertig jaar geleden. Dat blijkt uit langjarige tellingen door onderzoekers van IMARES, het instituut voor marien ecologisch onderzoek van Wageningen UR. Overbevissing is de belangrijkste verklaring, omdat die met name gericht is op de grotere vissen. Daarvan profiteren de kleinere vissoorten, waarvoor zeehonden een voorkeur hebben. De kleine vissoorten zorgen voor een groter voedselaanbod voor de zeehonden. De onderzoekers publiceerden hun bevindingen eerder deze week in het wetenschappelijke tijdschrift Biology Letters.

Als verklaring van het vroegere geboortetijdstip zien de onderzoekers de verbeterde leefomstandigheden en dan met name het grotere voedselaanbod voor zeehonden als belangrijkste factor. Vrouwelijke zeehonden maken na de bevruchting een periode door van de zogenaamde stille zwangerschap. Die houdt in dat de bevruchte eicel zich niet meteen innestelt in de baarmoeder. Doorgaans begint die innesteling en daarmee de actieve zwangerschap na ongeveer 2½ maand. Die tijd heeft het vrouwtje nodig om aan te sterken na de vorige intensieve zoogtijd waarbij haar vetvoorraad sterk is afgenomen. Kennelijk, wordt die herstelperiode korter door een groter voedselaanbod.

Het Dode Dier van de Week is het teringlijertje (Caprella linearis). Dit kleine, 1-2 centimeter grote, kreeftachtige diertje heb ik verzameld op de Westerschelde. Ze leven daar op de bodem, met hun achterpootjes vastgehecht aan sponzen. Met de voorste schaarpoten slaan ze wild om zich heen om dierlijk plankton uit het water te vissen. Ze hebben een spookachtig, geleed lichaam en worden daarom ook wel ‘wandelend geraamte’ genoemd. Ik neem er een paar mee, geconserveerd in alcohol, gisteren opgevist door de mosselkotter ZZ-10 van schipper Jaap van der Schot, nabij Terneuzen. De naam ‘teringlijertje’ komt vermoedelijk voort uit hun magere, uitgeteerde gestalte.

Onwaarschijnlijk Onderzoek – ‘Love is in the air’. Laat jonge vrouwen naar romantische song-teksten luisteren en de kans is groot dat ze een verzoek tot een date accepteren. Professor Nicolas Guéguen heeft weer toegeslagen met een fijn stukje (onwaarschijnlijk) onderzoek, gepubliceerd in Psychology of Music 38(3): 303-307. Hij liet 183 alleenstaande studentes van gemiddeld 18.7 jaar naar twee song-teksten luisteren. De ene tekst (‘Je l’aime à mourir’) werd door de studentes als ‘romanistisch’ beoordeeld; de andere (‘L’heure du thé’) kreeg het predicaat ‘neutraal’. De studentes die naar het romantische liedje luisterden, reageerden vervolgens in 52.2% van de gevallen positief op de vraag ‘Mag ik je telefoonnummer?, dan bel ik je volgende week om samen wat te gaan drinken’. De versierder, Antoine genaamd, was een 20 jarige knappe jongen. Meisjes die naar het neutrale liedje luisterden, gaven hem veel minder vaak (27.9%) hun telefoonnummer. Professor Guéguen heeft een patent op dergelijke onderzoeken, naar verleidingsgedrag bij mensen. Zie Atlas 30 november 2008.

De huisbioloog (Atlas – Radio 1), zondag 27 juni 2010

In uitzending 94 van ATLAS (Radio 1, zondag 27 juni 2010, 18.15-20.30 uur) spreek ik in mijn rubriek ‘de huisbioloog’ (ongeveer om 19.00 uur) over:

Potvispoep helpt kooldioxide-absorptie. Australische onderzoekers hebben berekend dat potvissen die in de zuidelijke oceanen leven, via hun ontlasting jaarlijks 50.000 kilo ijzer aan het zeewater toevoegen. IJzer stimuleert de groei van plantaardig plankton dat op zijn beurt CO2 uit de lucht opneemt. Wanneer plakton sterft zinkt het gebonden CO2 mee naar de bodem. Op die manier wordt CO2 in de atmosfeer gereduceerd. Potvispoep zorgt voor de absorptie van 400.000 ton CO2, twee keer zoveel als de hoeveelheid die potvissen uitademen. Zie Proceedings of the Royal Society B doi: 10.1098/rspb.2010.0863.

Het bleek belangrijk te zijn dat de potvissen niet poepen waar ze eten (diep in de oceaan, voornamelijk inktvis), maar onder het oppervlak waar het plankton leeft. Gezien deze rol van grote zeezoogdieren bij het reguleren van de CO2 balans, is het van belang de walvisjacht te stoppen, aldus de auteurs van de publicatie.

Het Dode Dier van de Week is het harnasmannetje (Agonus cataphractus) dit zeevisje dat algemeen voorkomt in de Noordzee en andere Noordwest-Europese wateren wordt ook wel ‘neushangertje’ genoemd. Waarom werd mij gisteren door vissers op Noordzee gedemonstreerd: de vis heeft twee weerhaakjes op de neus waarmee hij overal aan blijft hangen. Ik neem er een mee, en demonstreer het fenomeen.

Onwaarschijnlijk Onderzoek – Er is een ludieke toepassing van het ‘beesie’ (WK-promotie artikel van een bekende grootgrutter) gevonden: als kunstaas om snoek mee te vangen. De website topvisser.nl heeft er een wedstrijd aan verbonden.

Wanneer het serieus aangepakt zou worden, zou het een mooi vervolg zijn op het klassieke onderzoek van J.J. Beukema uit 1970 (‘Acquired hook-avoidance in the pike Esox lucius L. fished with artificial and natural baits’ – Journal of Fish Research 2: 155-160), waaruit bleek dat snoeken zich geen tweede keer met kunstaas lieten vangen. Suggestie voor de onderzoeksvraag: In welke kleur beesie bijten snoeken het meest?

De huisbioloog (Atlas – Radio 1), zondag 20 juni 2010

In uitzending 93 van ATLAS (Radio 1, zondag 20 juni 2010, 18.15-20.30 uur) spreek ik in mijn rubriek ‘de huisbioloog’ (ongeveer om 19.30 uur) over:

Gnoes die bedreigd worden door een nieuwe weg die dwars door de Serengeti wordt aangelegd – De Tanzaniaanse regering heeft de aanleg goedgekeurd van een weg tussen Arusha en Musoma. Nu moeten auto’s en vrachtwagens ruim 400 km omrijden. De nieuwe weg, die de economie van de streek moet stimuleren, loopt door het noordelijke deel van het Serengeti National Park en doorkruist de trekroute van gnoes, zebra’s en andere grazers van de Oost-Afrikaanse savanne.

Jaarlijks trekken meer dan een miljoen gnoes op zoek naar voedselgronden van de droge naar de natte delen van de savanne. Deze massale trek wordt als een ‘natuurwonder’ gezien en is onderwerp van menige natuurdocumentaire. Gnoes steken wel wegen over, maar het verkeer zal de trek beïnvloeden. Het plaatsen van een hek langs de weg (om verkeerslachtoffers onder mens en dier te voorkomen) zou funest zijn. Niet alleen de gnoe-populatie zal ineenstorten, ook het ecosysteem van de Serengeti zal door het ontbreken van de grazers ingrijpend veranderen.

Er is inmiddels een Facebook pagina ‘Stop the Serengeti Highway’ en er is een alternatieve zuidelijke weg voorgesteld.

Het Dode Dier van de Week is een stukje Afrikaanse olifant, een bewerkte slagtand om precies te zijn. Een derde deel van de slagtand is hol en bevindt zich in de schedel. In de holte zitten zenuwen en bloedvaten. De rest van de slagtand is massief en bestaat uit een harde, dunne buitenlaag, het email, en daaronder het tandbeen dat ivoor genoemd wordt. Ook slagtanden van nijlpaard, walrus en narwal bevatten ivoor. Ivoor werd ‘het witte goud’ genoemd en voordat plastic zijn intrede deed, verwerkt in gebruiksvoorwerpen zoals knopen, kammen, pianotoetsen, biljartballen en talloze soorten siervoorwerpen. De handel in ivoor heeft de Afrikaanse olifant op de rand van uitsterven gebracht. Na het internationale verbod op de ivoorhandel, dat in 1989 inging, herstelde de populatie zich. De vraag naar olifantivoor blijft echter vooral in Azië groot, zodat stropen nog steeds voorkomt.

Nu in sommige delen van Afrika de olifant weer in grote aantallen voorkomt, gaan er stemmen op om de  jacht op olifanten (en de handel in ivoor) weer toe te staan. In Ivoorkust komt de Afrikaanse bosolifant (Loxodonta cyclotis) voor.

Onwaarschijnlijk Onderzoek – Is voetbal kijken slecht voor je hart? In 2008 werden voetbalfans opgeschrikt door de resultaten van een opmerkelijk wetenschappelijk onderzoek, getiteld ‘Cardiovascular Events during World Cup Soccer’ (zie: New England Journal of Medicine 358: 475-483). Duitse onderzoekers hadden tijdens de Wereldkampioenschap voetbal in 2006 (in Duitsland) vastgesteld dat het bekijken van een spannende voetbalwedstrijd de kans op een hartaanval (bij Duitse mannen in Beieren) verdubbelde. Zij raadden voetbalkijkende hartpatiënten aan om ‘preventieve maatregelen’ te nemen.

Een recent gepubliceerd Italiaans onderzoek naar 25159 ziekenhuisopnamen (in Italië) ten gevolge van acute hartproblemen (‘It is just a game: lack of association between watching football matches and the risk of acute cardiovascular events’ International Journal of Epidemiology 2010: 1-8 DOI 10.1093/ije/dyq007) vond geen verhoogd risico tijdens de World Cup 2002, 2006 en de Europese Kampioenschappen 2004.

De academische discussie over deze tegenstrijdige resultaten spitst zich toe op de methode van onderzoek, niet op mogelijke invloed van de landsaard. Een Nederlands onderzoek (uit 2002) vond ook geen relatie tussen (het kijken naar) belangrijke voetbalwedstrijden en sterfte door hartfalen.

De huisbioloog (Atlas – Radio 1), zondag 6 juni 2010

In uitzending 91 van ATLAS (Radio 1, zondag 6 juni 2010, 18.15-20.30 uur) spreek ik in mijn rubriek ‘de huisbioloog’ (direct na het nieuws van 19.00 uur) over:

Vogels en glas – Gisteren was het Dead Duck Day. Ik vraag daarmee aandacht voor de vele miljoenen (miljarden?) vogels die jaarlijks tegen ruiten en glazen gebouwen om het leven komen. Het probleem is dat vogels vensterglas niet zien. De Amerikaanse bioloog Daniel Klem heeft het resultaat van 30 jaar onderzoek samengevat in een degelijke publicatie in The Wilson Journal of Ornithology (121: 314-321, 2009). Hij onderzocht een aantal methoden om vogelaanvaringen met glas te voorkomen door vogels in een vliegkooi los te laten en er diverse soorten behandeld en onbehandeld glas in te zetten. Zijn belangrijkste conclusies zijn: (1) er vliegen twee keer zoveel vogels tegen spiegelend glas dan tegen ontspiegeld glas, (2) glas dat om de 5-10 cm beplakt is met ondoorzichtige plastic stickers zorgde voor geen of bijna geen vogelaanvaringen, (3) ruiten waarop strips of figuren zijn aangebracht die ultraviolet licht reflecteren en absorberen, zorgen voor minder slachtoffers, en (4) ruiten die volledig beplakt werden met dergelijke folies, bleken nog effectiever te zijn in het voorkomen van vogelaanvaringen. Groot voordeel van UV-folies is dat mensen er doorheen kunnen kijken. Vogels kunnen UV-licht (wel) zien en herkennen de strips als een barriere.

Het is nu aan de glasindustrie om deze wetenschap te benutten en vogelvriendelijke ruiten te produceren, en aan architecten om het te gebruiken.

De Dode Dieren van de Week zijn de vogels die het slachtoffer zijn (geworden) van de olieramp in de Golf van Mexico. Er is een stevige discussie gaande of die met olie besmeurde vogels wel of niet schoongemaakt moeten worden. Is het niet beter om kosten en moeite te besparen en de vogels direct uit hun lijden te verlossen? Er zijn flink wat onderzoeken die hebben aangetoond dat slechts een fractie het uiteindelijk overleeft. Er zit ook een ethische kant aan deze kwestie: moeten wij (mensen) niet alles in het werk stellen om olieslachtoffers te redden, want elke overlever is er een?

Onwaarschijnlijk Onderzoek – Salmonella uitscheiding bij joy-rijdende varkens. Salmonella is een akelige bacterie die soms bij varkens voorkomt. Varkens waarbij de bacterie aangetoond wordt, worden afgekeurd: ze mogen niet geslacht en verhandeld worden, want mensen kunnen er ook ziek van worden. Het komt voor dat bij varkens die gezond de stal verlaten, bij aankomst bij het slachthuis wel Salmonella wordt gevonden. Paul Williams en Kenneth W. Newell zochten uit hoe dat komt in hun klassieke studie uit 1970 ‘Salmonella Excretion in Joy-Riding Pigs’ (in American Journal of Public Health and the Nation’s Health 60: 926-929). Ze laadden 30 gezonde varkens in een veewagen. Na een rustige rit van ongeveer 100 kilometer die niet bij het slachthuis eindigde maar bij dezelfde stal, werd bij 30% van de varkens Salmonella in de ontlasting aangetoond. Hoe zit dat? (Deze studie won de Ig Nobelprijs voor de biologie in 1993)