Raamzwaan

Mijn rubriek ‘Beest’ op de Achterpagina van NRC Handelsblad (in 2012 gebundeld in ‘De bilnaad van de teek‘) verschijnt tweewekelijks op dinsdag. Vandaag staat Beest #166 in de krant. Omdat ik er een verduidelijkend filmpje bij heb, publiceer ik het stukje bij uitzondering nu ook hier, met het filmpje.

166_beest_raamzwaan

De stad biedt de vogelwereld veel goeds. Diversiteit aan groen, aanwezigheid van allerlei natte milieus, gebouwen (nestgelegenheid), de iets hogere temperatuur en veel voedsel (menselijk afval) zorgen er voor dat opvallend veel soorten de stad als leefgebied hebben. Zij nemen kennelijk een aantal ongemakken voor lief: de alom aanwezige huiskatten die menig vogel verschalken, en glazen gebouwen die ongekende aantallen raamslachtoffers maken. Met een beetje doorrekenen op basis van de analyse van 92.869 dodelijke vogelaanvaringen met glas, kwam men onlangs (The Condor 116: 8-23) alleen al voor de Verenigde Staten op een jaarlijkse sterfte van 599 miljoen vogels door glazen gebouwen.

De invloed van glas op vogelgedrag is nog onderbelicht. Mij bereiken steeds meer berichten over vogels die zich schier oneindig bezighouden met het verdrijven van hun eigen spiegelbeeld dat reflecteert in ramen, autolak, zijspiegels en bushokjes. Dit zijn altijd mannetjes die hun territorium en/of kroost verdedigen tegen indringers. Langs de Oudedijk in Rotterdam observeerde ik afgelopen weekend een knobbelzwaan (Cygnus olor) die tenminste de hele middag met zijn snavel tegen dezelfde ruit stond te tikken, terwijl zijn vrouw en nageslacht onbekommerd op een paar meter afstand op een grasveldje lagen te slapen.

Onderstaand filmpje maakte ik met mijn iPhone op zaterdag 31 mei 2014, rond 15.30 uur, op de Oudedijk ter hoogte van de Jericholaan, in Rotterdam-Kralingen.

Bert & Arie in Men & Pussy

Afgelopen zomer kreeg ik een bijzonder verzoek: of ik een inleiding wilde schrijven voor een boek met de veelzeggende titel ‘Men & pussy’. Zelfs zonder te weten wat het boek behelsde, besloot ik het te doen. Het boek, dat zestig Nederlandse mannen met hun katten bleek te portretteren middels prachtige foto’s van Marieke Plaisier, is grotendeel met crowd funding van de grond gekomen. Een sympathiek en humorvol project dat ik graag steun.

En zo zat ik als kattenhater op een mooie zomeravond achter de laptop, en tikte ik het volgende: (dat de titel ‘Bert & Arie’ kreeg)

De huiskat (Felis catus) zoals we hem nu kennen is een gedomesticeerde afstammeling van de wilde kat (Felis silvestris). Ongeveer 12.000 jaar geleden vonden mens en (wilde)kat elkaar in de zogenaamde ‘vruchtbare halve maan’ in het Nabije Oosten, waar de mens neerstreek na een nomadisch bestaan, landbouw begon te plegen en een begin maakte met het aanleggen van voedselvoorraden.1 Dat voedsel trok knaagdieren aan die op hun beurt als makkelijke prooi werden ontdekt door katten. Zo domesticeerde de wilde kat zich min of meer zelf en plukte de mens daar de vruchten van. Inmiddels zijn mens en kat onafscheidelijk. De kat is het populairste gezelschapsdier. In de Verenigde Staten, waar ze alles goed bijhouden, waren in 2011-2012 86,4 miljoen huiskatten die deel uit maken van 39% van alle huishoudens2. In Nederland3 bedroeg het aantal huiskatten in 2010 ongeveer 2,9 miljoen, die gehouden werden door 34% van de huishoudens. Dat aantal wordt onder gezelschapsdieren alleen overtroffen door 9,6 miljoen vijvervissen, 6,6 aquariumvissen en 5 miljoen postduiven. Sociologisch gezien, zijn de meeste …..

Wilt meer lezen (en weten wat Bert & Arie er mee te maken hebben) en (vooral) genieten van de man-met-kat-portretten, weergaloos gefotografeerd door Marieke Plasier, koop het boek! (hier).

banner_menpussy_720x3002

Hij is er: De bilnaad van de teek

Het boek is gedrukt. Ik heb ‘De bilnaad van de teek’ in huis. Mooi geworden. Gelijk aantal pagina’s als ‘De eendenman’ (208) maar iets dunner (dunner papier); 115 stukjes ‘beest’ geïllustreerd met evenzoveel foto’s of tekeningen. Op 5 oktober in de boekwinkel. Benieuwd naar de inhoud en achtergrond? Klik hier en daar. Met dank aan Henk ter Borg mijn uitgever bij Nieuw Amsterdam, mijn altijd opgewekte en scherpe redacteur Pieter de Bruijn Kops, de ontwerper van het omslag Volken Beck, persklaarmaker (rotwoord) Yulia Knol en alle anderen die een bijdrage hebben geleverd (leest het drie pagina’s tellende dankwoord).

Hij komt: De bilnaad van de teek

Begin oktober verschijnt mijn nieuwe boek ‘De bilnaad van de teek’ bij Nieuw Amsterdam Uitgevers. Het boek bundelt 115 stukjes over dieren en diertjes gezien ‘door de bril van een bevlogen bioloog’. Mijn bril dus, met als onvermijdelijk gevolg dat het een boek is over gewone en bizarre beesten, hun onverwachte vormen en opmerkelijke gedrag, maar ook over mensen die ze met passie en volharding bestuderen.

Hier iets over de titel en de ontstaansgeschiedenis:

Begin 2009 vroeg de redactie van NRC of ik een rubriek wilde schrijven voor hun nieuwe Weekblad (een weekendbijlage op magazineformaat). ‘Iets actueels graag, over beesten, 180 woorden en een plaatje: ‘Beest van de Week’ ging mijn column heten. De eerste verscheen op 9 april 2009 in het eerste nummer van NRC Weekblad en had als kop ‘De bilnaad van de teek’. Het stukje ging, naar aanleiding van ‘De Week van de Teek’, over de opmerkelijke anatomie van dit spinachtige beestje. Er volgden 81 beesten-van-de-week, tot NRC Weekblad begin maart 2011 stopte. Gelukkig kreeg de  rubriek een tweewekelijks vervolg op de Achterpagina van NRC Handelsblad. De lengte nam een beetje toe (235 woorden) en rubriektitel werd vanwege de verminderde verschijningsfrequentie simpelweg ‘Beest’.

Mijn nieuwe boek bundelt alle 114 stukjes beest die tot 19 juni 2012 in NRC Weekblad en NRC Handelsblad verschenen, plus een verhaal dat eerder, op 12 februari 2009, in de krant stond. De stukjes staan achter elkaar op volgorde van de oorspronkelijke publicatiedatum, simpelweg omdat ik er geen thema’s in kon ontdekken die de een of andere indeling rechtvaardigt.

Meer lezen/weten over ‘De bilnaad van de teek’. Klik hier.

Hoe is het om een vleermuis te zijn?

In 2011 ben ik elke maand één keer ‘columnist van de week’ bij Vroege Vogels op radio 1. Zondag 2 januari omstreeks 8.30 uur was de eerste column in de reeks ‘Uit de Koker van Kees’ te beluisteren: (luister hier)

Het Jaar van de Vleermuizen is aangebroken. Uitgeroepen door de Zoogdiervereniging om (citaat uit het persbericht) ‘aandacht te vragen voor deze voor veel mensen onbekende, mysterieuze maar wel beschermde en uiterst nuttige vliegende zoogdieren’. 2011 is niet alleen in Nederland maar in heel Europa het Jaar van de Vleermuizen. Dat is slim. Niet de wolf in Duitsland, de zwarte rat in België, de bruine beer in Spanje en de relmuis in Frankrijk, nee overal de vleermuis. Anders krijg je zoiets vaags als het biodiversiteitsjaar dat gelukkig nu achter de rug is.

Ik doe graag mee aan vleermuispopularisering en heb daarom uit het afgelopen jaar twee opmerkelijke wetenschappelijke vondsten voor u. Ongeveer 350 van de 1100 soorten vleermuizen die we wereldwijd kennen eten fruit of nectar in plaats van insecten. Deze zogenaamde fruitvleermuizen leven voornamelijk in de tropen. Ze eten overrijp, rottend fruit dat tot wel vijf procent alcohol kan bevatten. Canadese onderzoekers vroegen zich af of zo’n hoge alcoholconsumptie hun vliegkunst en echolocatie niet belemmert. Ze voerden vleermuizen met suikerwater of met suikerwater waar alcohol aan toegevoegd was en lieten de proefdieren los in een vliegkooi met obstakels. Alcohol in het bloed of niet, alle vleermuizen namen de hindernissen moeiteloos. Kennelijk is de alcoholtolerantie van fruitvleermuizen zo hoog dat zij zonder problemen rottend fruit kunnen eten. Dankzij deze aanpassing hebben fruitvleermuizen de beschikking over voedsel dat vogels onaangeroerd laten omdat ze er dronken van worden. Daar heb je wat aan als vleermuis.

Opzienbarend was de ontdekking dat vleermuizen liefhebbers zijn van fellatio. Let wel, het click to see videogaat niet om een muziektempo zoals allegro of adagio, maar om orale seks waarbij het mannetje de ontvanger is. Dergelijk gedrag was alleen bekend van mensen en mensapen als onderdeel van seksueel (voor)spel. Bij vleermuizen is fellatio echter vaste prik tijdens de feitelijke paring. Dat zit zo. Vleermuizen doen het in de lepeltjespositie – mannetje achter – en hangen daarbij ondersteboven. Het wijfje buigt als zij gepenetreerd wordt naar boven en likt af en toe de schacht van het geslachtsorgaan van het mannetje. Vleermuizen doen dat niet voor de lol. Ze hebben er baat bij, want – zo bleek uit onderzoek – één fellatieseconde zorgt er voor dat de paring zes seconden langer duurt. En dat vergroot de kans op bevruchting. Laat de acrobatiek maar achterwege op deze vroege zondagochtend: bij mensen is dit standje volgens mij onmogelijk.

De Amerikaanse filosoof Thomas Nagel stelde in 1974 een van de meest intrigerende vragen over het menselijke bewustzijn en voorstellingsvermogen: ‘What is it like to be a bat?’ Hoe is het om een vleermuis te zijn? Misschien weten we dat als het Jaar van de Vleermuizen weer ten einde is.

Bronnen

Orbach, D.N. et al. (2010) Drinking and Flying: Does Alcohol Consumption Affect the Flight and Echolocation Performance of Phyllostomid Bats? PLoS ONE 5(2): e8993. doi: 10.1371/journal.phone.0008993

Tan, M. et al. (2009) Fellatio by Fruit Bats Prolongs Copulation Time. PLoS ONE 4(10): e7595. doi: 10.1371/journal.phone.0007595

Nagel, T. (1974) What is it like to be a bat? The Philosophical Review 83(4): 435-450

Het vijftigste Beest van de Week

Vandaag verscheen mijn vijftigste ‘Beest van de Week’ in NRC Weekblad. Ik heb het nageteld en alleen al daarom is plaatsing alhier gerechtvaardigd. BVDW #50 gaat over de grote grijze snip (Limnodromus scolopaceus) die helemaal uit de Nieuwe Wereld naar Europa vloog en in Denemarken door een vos werd opgegeten. Jawel, weer over een dood beest.