Het boek is gedrukt. Ik heb ‘De bilnaad van de teek’ in huis. Mooi geworden. Gelijk aantal pagina’s als ‘De eendenman’ (208) maar iets dunner (dunner papier); 115 stukjes ‘beest’ geïllustreerd met evenzoveel foto’s of tekeningen. Op 5 oktober in de boekwinkel. Benieuwd naar de inhoud en achtergrond? Klik hier en daar. Met dank aan Henk ter Borg mijn uitgever bij Nieuw Amsterdam, mijn altijd opgewekte en scherpe redacteur Pieter de Bruijn Kops, de ontwerper van het omslag Volken Beck, persklaarmaker (rotwoord) Yulia Knol en alle anderen die een bijdrage hebben geleverd (leest het drie pagina’s tellende dankwoord).
Category Archives: publications
Hij komt: De bilnaad van de teek
Begin oktober verschijnt mijn nieuwe boek ‘De bilnaad van de teek’ bij Nieuw Amsterdam Uitgevers. Het boek bundelt 115 stukjes over dieren en diertjes gezien ‘door de bril van een bevlogen bioloog’. Mijn bril dus, met als onvermijdelijk gevolg dat het een boek is over gewone en bizarre beesten, hun onverwachte vormen en opmerkelijke gedrag, maar ook over mensen die ze met passie en volharding bestuderen.
Hier iets over de titel en de ontstaansgeschiedenis:
Begin 2009 vroeg de redactie van NRC of ik een rubriek wilde schrijven voor hun nieuwe Weekblad (een weekendbijlage op magazineformaat). ‘Iets actueels graag, over beesten, 180 woorden en een plaatje: ‘Beest van de Week’ ging mijn column heten. De eerste verscheen op 9 april 2009 in het eerste nummer van NRC Weekblad en had als kop ‘De bilnaad van de teek’. Het stukje ging, naar aanleiding van ‘De Week van de Teek’, over de opmerkelijke anatomie van dit spinachtige beestje. Er volgden 81 beesten-van-de-week, tot NRC Weekblad begin maart 2011 stopte. Gelukkig kreeg de rubriek een tweewekelijks vervolg op de Achterpagina van NRC Handelsblad. De lengte nam een beetje toe (235 woorden) en rubriektitel werd vanwege de verminderde verschijningsfrequentie simpelweg ‘Beest’.
Mijn nieuwe boek bundelt alle 114 stukjes beest die tot 19 juni 2012 in NRC Weekblad en NRC Handelsblad verschenen, plus een verhaal dat eerder, op 12 februari 2009, in de krant stond. De stukjes staan achter elkaar op volgorde van de oorspronkelijke publicatiedatum, simpelweg omdat ik er geen thema’s in kon ontdekken die de een of andere indeling rechtvaardigt.
Meer lezen/weten over ‘De bilnaad van de teek’. Klik hier.
Hoe is het om een vleermuis te zijn?
In 2011 ben ik elke maand één keer ‘columnist van de week’ bij Vroege Vogels op radio 1. Zondag 2 januari omstreeks 8.30 uur was de eerste column in de reeks ‘Uit de Koker van Kees’ te beluisteren: (luister hier)
Het Jaar van de Vleermuizen is aangebroken. Uitgeroepen door de Zoogdiervereniging om (citaat uit het persbericht) ‘aandacht te vragen voor deze voor veel mensen onbekende, mysterieuze maar wel beschermde en uiterst nuttige vliegende zoogdieren’. 2011 is niet alleen in Nederland maar in heel Europa het Jaar van de Vleermuizen. Dat is slim. Niet de wolf in Duitsland, de zwarte rat in België, de bruine beer in Spanje en de relmuis in Frankrijk, nee overal de vleermuis. Anders krijg je zoiets vaags als het biodiversiteitsjaar dat gelukkig nu achter de rug is.
Ik doe graag mee aan vleermuispopularisering en heb daarom uit het afgelopen jaar twee opmerkelijke wetenschappelijke vondsten voor u. Ongeveer 350 van de 1100 soorten vleermuizen die we wereldwijd kennen eten fruit of nectar in plaats van insecten. Deze zogenaamde fruitvleermuizen leven voornamelijk in de tropen. Ze eten overrijp, rottend fruit dat tot wel vijf procent alcohol kan bevatten. Canadese onderzoekers vroegen zich af of zo’n hoge alcoholconsumptie hun vliegkunst en echolocatie niet belemmert. Ze voerden vleermuizen met suikerwater of met suikerwater waar alcohol aan toegevoegd was en lieten de proefdieren los in een vliegkooi met obstakels. Alcohol in het bloed of niet, alle vleermuizen namen de hindernissen moeiteloos. Kennelijk is de alcoholtolerantie van fruitvleermuizen zo hoog dat zij zonder problemen rottend fruit kunnen eten. Dankzij deze aanpassing hebben fruitvleermuizen de beschikking over voedsel dat vogels onaangeroerd laten omdat ze er dronken van worden. Daar heb je wat aan als vleermuis.
Opzienbarend was de ontdekking dat vleermuizen liefhebbers zijn van fellatio. Let wel, het
gaat niet om een muziektempo zoals allegro of adagio, maar om orale seks waarbij het mannetje de ontvanger is. Dergelijk gedrag was alleen bekend van mensen en mensapen als onderdeel van seksueel (voor)spel. Bij vleermuizen is fellatio echter vaste prik tijdens de feitelijke paring. Dat zit zo. Vleermuizen doen het in de lepeltjespositie – mannetje achter – en hangen daarbij ondersteboven. Het wijfje buigt als zij gepenetreerd wordt naar boven en likt af en toe de schacht van het geslachtsorgaan van het mannetje. Vleermuizen doen dat niet voor de lol. Ze hebben er baat bij, want – zo bleek uit onderzoek – één fellatieseconde zorgt er voor dat de paring zes seconden langer duurt. En dat vergroot de kans op bevruchting. Laat de acrobatiek maar achterwege op deze vroege zondagochtend: bij mensen is dit standje volgens mij onmogelijk.
De Amerikaanse filosoof Thomas Nagel stelde in 1974 een van de meest intrigerende vragen over het menselijke bewustzijn en voorstellingsvermogen: ‘What is it like to be a bat?’ Hoe is het om een vleermuis te zijn? Misschien weten we dat als het Jaar van de Vleermuizen weer ten einde is.
Bronnen
Orbach, D.N. et al. (2010) Drinking and Flying: Does Alcohol Consumption Affect the Flight and Echolocation Performance of Phyllostomid Bats? PLoS ONE 5(2): e8993. doi: 10.1371/journal.phone.0008993
Tan, M. et al. (2009) Fellatio by Fruit Bats Prolongs Copulation Time. PLoS ONE 4(10): e7595. doi: 10.1371/journal.phone.0007595
Nagel, T. (1974) What is it like to be a bat? The Philosophical Review 83(4): 435-450
Het vijftigste Beest van de Week
Vandaag verscheen mijn vijftigste ‘Beest van de Week’ in NRC Weekblad. Ik heb het nageteld en alleen al daarom is plaatsing alhier gerechtvaardigd. BVDW #50 gaat over de grote grijze snip (Limnodromus scolopaceus) die helemaal uit de Nieuwe Wereld naar Europa vloog en in Denemarken door een vos werd opgegeten. Jawel, weer over een dood beest.
Beest van de Week: Rudolfs neus
Vogelzang ‘tweets’ VARAgids
De vogelzangstukjes (ter promotie van de Vogel Top 100 van Vroege Vogels Radio) die ik de afgelopen weken in de VARAgids heb geschreven, staan (hier) online. Hoe lang nog weet ik niet. In de eerste VARAgids van 2010 staat de apotheose: de Vogel Top 100 stemhulp.
Fauna & Gemeenschap: vanaf 5 juli op TV-Rijnmond
Ik vergeet mijn televisiedoop nooit. Op 10 maart 1998 was ik te gast in het VARA tv-programma ‘Laat de Leeuw’. Zangeres Frédérique Spigt – toen in het nieuws vanwege haar deelname aan het Nationale Songfestival – was er ook en wilde een bioloog interviewen. Daarom hadden ze mij opgetrommeld. Paul de Leeuw (beplakt met een Nico-De-Haan-Baard) kondigde mij aan als ‘microbioloog’ en het interview (klik hier voor het fragment) ging over beestjes in huis (niet mijn sterkste kant). Het klikte wel tussen mij en Fré: na afloop smeedden we het plan om ooit samen een natuurprogramma te maken. Er kwam niets van, maar nu – ruim tien jaar later – is het realiteit: vanaf 5 juli zendt TV-Rijnmond elke zondag om 17.15 uur (en elk uur herhaald!), acht weken lang de serie ‘Fauna & Gemeenschap‘ uit. Fré en ik gaan in elke uitzending op zoek naar de verrassende dierenwereld van Rotterdam.
Ik heb met erg veel plezier aan F&G gewerkt: op kreeftenjacht de Heemraadsingel, stoeptegels gelicht op de Coolsingel, uilenballen gezocht op de Zuider Begraafplaats, de mooiste roadpizza ooit gevonden en smerige larven uit de vijver van Fré getrokken. Voor mij waren de absolute hoogtepunten onze vistocht onder de Willemsbrug (zeeprik en zwartbekgrondel gevangen!) en de nacht die we vorsend doorbrachten in Het Park bij de Euromast. Dankzij het enthousiasme van Fré, het kleine, flexibele team van Oogappel Producties (Harm Korst [regie], Ton Spruit [geluid], Jefrim Rothuizen [camera]) en niet te vergeten de high-tech vingercamera is ‘Fauna & Gemeenschap’ een (al zeg ik het zelf) opmerkelijke televisieserie geworden. Klik hier voor nog meer informatie, en kijk hieronder naar een kort promotiefilmpje:
Voer de eendjes!
Elk voorjaar wanneer de wilde eenden in voortplantings- stemming zijn, brandt de discussie over het eendjesvoeren weer los. Het blijft een hardnekking misverstand dat er een relatie is tussen het eten van (gevoerd) brood en de tamelijk agressieve voortplantingsstrategie van de wilde eend. De kranten stonden er de afgelopen weken weer vol mee. Als eendenman heb ik me er ook even mee bemoeid. Afgelopen zondag, 31 mei 2009 sprak ik er in Vara’s Vroege Vogels op Radio 1 – onder de titel ‘Voer de eendjes!‘ – de volgende column over uit:
Het Amsterdamse stadsdeel Noord heeft een eendenbeleid. Wethouder Harm-Jan van Schaik wil het eendjesvoeren ontmoedigen want door al dat brood, zegt hij ‘[…] leven de eenden veel korter, geen negenentwintig maar slechts twee jaar’. De officiële stadsdeelbioloog voegt daar aan toe: ‘Als eenden teveel brood krijgen, hoeven ze niet meer op zoek te gaan naar natuurlijk voedsel. Verveling en agressie onder de eenden nemen toe, waardoor het aantal verkrachtingen en verdrinkingen door soortgenoten toeneemt. Dat is niet goed voor het dierenwelzijn.’ Wat een flauwekul. Dit zijn de feiten:
(1) De gemiddelde levensverwachting van de wilde eend bedraagt 1,6 jaar en het langstlevende (geringde) exemplaar bereikte een leeftijd van 29 jaar en één maand. Bijvoeren verhoogt de overleving.
(2) Eenden vervelen zich nooit. De tijdwinst die het in ruime hoeveelheden aangeboden brood oplevert, wordt benut met activiteiten die de overleving verhogen, zoals poetsen, het in optimale conditie houden van het verenkleed.
(3) Zowel in de stad als in de broodloze natuur is verkrachting, groepsverkrachting zelfs, onderdeel van de voortplantingsstrategie van de wilde eend. De woerd verkracht niet voor de lol: hij wil nageslacht. Als u slechts drie maanden per jaar een penis zou hebben en uw kroost een levensverwachting van maar anderhalf jaar heeft, dan zou u zich toch ook wat actiever met de voortplanting bezighouden?
Eén troost als u zich opwindt bij het zien van een wijfje dat keer op keer kopje onder gaat: bij die dramatische groepsverkrachtingen heeft de vrouwtjeseend het heft in handen. De anatomie van haar geslachtsorgaan is zo geëvolueerd dat zij ongewenst (zwak) zaad op een zijspoor kan zetten en het zaad van de uitverkoren woerd haar eieren laat bevruchten.
Ik stel voor eenden buiten de discussie te houden en mensen die sloot en plas tot broodpap transformeren net als alle andere milieuvervuilers te bekeuren. Laat de beleidsmakers in Amsterdam niet achteloos voorbijgaan aan de educatieve en emotionele aspecten van het eendjesvoeren. Welke vader of moeder kent niet die intense momenten van geluk langs de waterkant? Ik spreek uit ervaring. Met twee in dobbelsteentjes gesneden oude boterhammen die we langzaam aan de watervogels voeren, breng ik mijn dochter van 1 wekelijks de beginselen van de vogelkunde bij: ‘Geef de nijlgans ook wat, dat is een nieuwkomer. Daar is de mannetjeseend met zijn groene kop, let op de mooie krul in zijn staart. Die met dat saaie, bruine verenpak is de vrouwtjeseend. Kijk een paring! Het mannetje schudt met zijn staart, dat wijst op een zaadlozing.’
Gelukkig woon ik in Rotterdam, waar ze nog geen eendenbeleid hebben.
Beest van de week
Sinds het prille begin (nummer 1, 11-16 april) schrijf ik onder de titel ‘beest van de week’ een heel kort stukje (een column?) in NRC Weekblad. Dieren die in het nieuws zijn of die mij anderszins fascineren zijn het onderwerp. Elke zaterdag, linksonder op pagina 26, met een piepkleine foto. Deze week over het kaasjeskruiddikkopje.
De McFlurry Egel
Over de wonderlijke relatie tussen een ijsje, de egel en mijzelf sprak ik op 3 mei 2009 als ‘Columnist van de Week‘ in het Radio 1 programma Vroege Vogels de volgende tekst uit:
Een van de weinige verslavingen die ik heb, is de McFlurry. Dat is een vanille-ijsje waar ze (nog meer) zoetigheid op strooien en er vervolgens doorheen draaien, M&M’s bijvoorbeeld. Heerlijk! Als ik in de buurt ben van een vestiging van de hamburgergigant die ze verkoopt, dan val ik er voor. Ik heb deze zwakte lang voor me gehouden, maar nu kom ik er mee naar buiten vanwege 2009, het Jaar van de Egel.
Egels en McFlurry hebben namelijk al jarenlang een vertroebelde relatie. Dat heeft te maken met de voorliefde van egels voor melkproducten, en de karakteristieke McFlurry-verpakking: een kartonnen beker waarop een taps toelopende, witte plastic kraag wordt geplaatst. Daar waar McFlurry-liefhebbers en egels allebei voorkomen – bijvoorbeeld aan stadsranden of langs uitvalswegen – ontstonden problemen. Achteloos weggeworpen lege ijsbekers werden vele egels fataal. Op zoek naar restjes gesmolten ijs, bleven egels met hun stekels achter de plastic kraag van de beker steken. Ze konden er niet meer uit, bleven met de beker op hun kop rondlopen en stierven van de honger of liepen blind het water in en verdronken. De grove ontwerpfout is verklaarbaar, want McFlurry werd in Canada ontwikkeld. In Noord-Amerika komen geen egels voor.
Het eerste McFlurry-slachtoffer dat ik als conservator van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam in handen kreeg (een volwassen mannetje), heb ik laten opzetten – compleet met de ijsbeker die hem fataal werd. Ik laat het ensemble (bijgenaamd de McFlurry Egel) wel eens aan museumbezoekers zien en zeg dan – op opvoedende toon – dat afval in de daartoe bestemde bakken hoort. Vooral kinderen zijn daarvan onder de indruk.
Ik heb mij sindsdien afgevraagd waarom het ijsje niet simpelweg zonder die domme, egeldodende kraag wordt aangeboden? Dat bleek onmogelijk, aldus de hamburgergigant. De plastic kraag voorkomt dat het ijs en het zoete strooigoed tijdens het machinale roeren over de rand van de beker spettert. Bovendien geeft de kraag het product zijn onmiskenbare uiterlijk. Toch heeft de machtige Britse egellobby er in 2006 voor gezorgd dat ‘na uitgebreid onderzoek en testen’ de doorsnede van de opening van de kraag is verkleind van 55 naar krap 35 millimeter. Een egel zou zijn kop er niet meer doorheen kunnen wurmen. In 2007 volgde Duitsland en vorig jaar is de egelvriendelijke McFurry-kraag eindelijk in Nederland in gebruik genomen. Jonge, kleine egels kunnen overigens nog steeds met gemak klem komen te zitten. Dat heb ik uitgeprobeerd met een dood, jong egeltje.
Is de aangedragen oplossing dan helemaal voor niets geweest? Nee, uit eigen ervaring weet ik dat de McFlurry vrijwel onmogelijk door de nieuwe, kleine opening leeg te lepelen is. Er rest niets anders dan het verwijderen van de kraag van de beker. Je ontneemt het ijsje wel zijn identiteit, maar daarmee is de egel zeker geholpen.
Mijn eerdere – inmiddels klassieke – Vroege Vogel columns zijn hier te lezen: ‘Red de schaamluis!’ (2 december 2007), Tel de huismus!‘ (3 februari 2008) en ‘Seksuele kwelling‘ (25 mei 2008).




![beest van de week [6] beest van de week [6]](http://moeliker.files.wordpress.com/2009/05/beest-van-de-week-6.jpg?w=660)