Hij komt: De bilnaad van de teek

Begin oktober verschijnt mijn nieuwe boek ‘De bilnaad van de teek’ bij Nieuw Amsterdam Uitgevers. Het boek bundelt 115 stukjes over dieren en diertjes gezien ‘door de bril van een bevlogen bioloog’. Mijn bril dus, met als onvermijdelijk gevolg dat het een boek is over gewone en bizarre beesten, hun onverwachte vormen en opmerkelijke gedrag, maar ook over mensen die ze met passie en volharding bestuderen.

Hier iets over de titel en de ontstaansgeschiedenis:

Begin 2009 vroeg de redactie van NRC of ik een rubriek wilde schrijven voor hun nieuwe Weekblad (een weekendbijlage op magazineformaat). ‘Iets actueels graag, over beesten, 180 woorden en een plaatje: ‘Beest van de Week’ ging mijn column heten. De eerste verscheen op 9 april 2009 in het eerste nummer van NRC Weekblad en had als kop ‘De bilnaad van de teek’. Het stukje ging, naar aanleiding van ‘De Week van de Teek’, over de opmerkelijke anatomie van dit spinachtige beestje. Er volgden 81 beesten-van-de-week, tot NRC Weekblad begin maart 2011 stopte. Gelukkig kreeg de  rubriek een tweewekelijks vervolg op de Achterpagina van NRC Handelsblad. De lengte nam een beetje toe (235 woorden) en rubriektitel werd vanwege de verminderde verschijningsfrequentie simpelweg ‘Beest’.

Mijn nieuwe boek bundelt alle 114 stukjes beest die tot 19 juni 2012 in NRC Weekblad en NRC Handelsblad verschenen, plus een verhaal dat eerder, op 12 februari 2009, in de krant stond. De stukjes staan achter elkaar op volgorde van de oorspronkelijke publicatiedatum, simpelweg omdat ik er geen thema’s in kon ontdekken die de een of andere indeling rechtvaardigt.

Meer lezen/weten over ‘De bilnaad van de teek’. Klik hier.

Beest van de Week #64 waterspitsmuis

Elke week, op zaterdag, verschijnt onder de titel ‘Beest van de Week’ een stukje van mij in NRC Weekblad. Dit is beest #64 de waterspitsmuis: [ook #64 ‘Zwemborstel’ in ‘De bilnaad van de teek‘ (2012)]

De Nederlandse fauna telt zes soorten spitsmuizen. De grootste en een van de zeldzaamste is de waterspitsmuis (Neomys fodiens). Hij meet 62-96 millimeter van neuspunt tot anus en heeft een staartlengte die kan oplopen tot 82 millimeter. Deze insecteneter is sterk aan schoon water gebonden en kan uitstekend zwemmen, duiken en wel tot twintig seconden onder water blijven. ‘Lopend’ over de bodem zoekt hij met zijn voorpoten onder steentjes naar insectenlarven, slakken en andere prooidieren. Eten doet hij op het droge. De waterspitsmuis kan zwemmen dankzij zijn staart. Die is enigszins afgeplat en aan de onderzijde over de hele lengte voorzien van een dubbele rij witte stijve haren, de zogenaamde zwemborstel.

Waterspitsmuizen zijn moeilijk te vinden en te vangen. Ook de uilenballenpluizer komt ze slechts zelden tegen. Gevolg is dat zijn verspreidingsgebied nog niet volledig in kaart gebracht is. Hulp van oplettende buitenmensen is daarom onontbeerlijk. Zo is de waterspitsmuis die dood gevonden werd op het fietspad langs de A20 nabij Gouda een welkome aanwinst. De vondst vormt nu een mooi museumstuk (NMR 9990-02296) en een nieuw stipje op de verspreidingskaart.

Het vijftigste Beest van de Week

Vandaag verscheen mijn vijftigste ‘Beest van de Week’ in NRC Weekblad. Ik heb het nageteld en alleen al daarom is plaatsing alhier gerechtvaardigd. BVDW #50 gaat over de grote grijze snip (Limnodromus scolopaceus) die helemaal uit de Nieuwe Wereld naar Europa vloog en in Denemarken door een vos werd opgegeten. Jawel, weer over een dood beest.

Beest van de week

Sinds het prille begin (nummer 1, 11-16 april) schrijf ik onder de titel ‘beest van de week’ een heel kort stukje (een column?) in NRC Weekblad. Dieren die in het nieuws zijn of die mij anderszins fascineren zijn het onderwerp. Elke zaterdag, linksonder op pagina 26, met een piepkleine foto. Deze week over het kaasjeskruiddikkopje.

beest van de week [6]