Kaapverdische mus in Nederland – wat nu?

iago sparrow takes bread  [Kees Moeliker]

Male iago sparrow takes bread. May 19th, 2013, inside MS Plancius, Hansweert Harbour, The Netherlands. [Kees Moeliker]

Er doet zich een unieke situatie voor. Vier Kaapverdische mussen (Passer iagoensis) zijn met een schip meegevaren van het eiland Razo (Kaapverdische Eilanden) naar Nederland. Het schip, de Plancius, was op vogelreis en had louter vogelaars aan boord. De reis van de Kaapverdische mussen is daardoor uitstekend gedocumenteerd. In de ochtend van 19 mei 2013 is de Plancius in haar thuishaven Hansweert op Zuid-Beveland gearriveerd, samen met de mussen.

iago_sparrow_two_females [Kees Moeliker]

Two female iago sparrows on deck of Plancius, Hansweert, The Netherlands. [Kees Moeliker]

Voor het eerst * zijn er Kaapverdische Mussen in Nederland – sterker nog het zijn de eerste in Europa. Voor de duidelijkheid: de Kaapverdische mus komt van nature uitsluitend op de Kaapverdische Eilanden voor. Het is één van de pakweg 20 soorten mussen (Passer) die de vogelwereld kent. Vanwege mijn warme belangstelling voor mussen en het historische moment, ben ik zondag 19 mei aan het eind van de dag op zoek gegaan naar de nieuwkomers. Ze zaten nog aan boord van de Plancius die in de binnenhaven van Hansweert ligt afgemeerd. Omdat het schip vanaf de kade niet te zien was, ben ik via een ander schip op de Plancius geklommen. Ik werd vriendelijk ontvangen door een aantal bemanningsleden. In het logboek dat ik moest tekenen, zag ik dat er eerder op de dag een stuk of vier mensen aan boord waren geweest. Doel van het bezoek was ‘bird’, stond er in het logboek.

Op het achterdek was een voerplaats aangelegd, met boterhammen en een kommetje water. Daar vond ik de vogels niet. Twee wijfjes zaten ineengedoken te slapen op een rooster op het middendek. Oogjes dicht en snavel in de veren. Vreemd: het was 18.00 uur en zonnig. Huismussen slapen pas bij zonsondergang en kruipen dan weg. Deze twee zaten open en bloot te suffen. Ik kon ze tot op minder dan een meter benaderen en fotograferen. Hierdoor werden ze wel wakker en hipten ze weg om een zekere kritische afstand te bewaren. Mij vielen de korte snavel en de breed uitlopende lichte wenkbrauwstreep op. Het is dat ik wist dat het Kaapverdische mussen waren – op straat was ik aan ze voorbij gelopen.

iago_sparrow_male_weak [Kees Moeliker]

The male iago sparrow that resided inside the bridge of MS Plancius was a bit wobbly, and panted heavily. [Kees Moeliker]

Op aanwijzing van de bemanning mocht ik naar de brug van het schip waar zich een mannetje zou ophouden. Die vogel bleek binnen in de stuurhut te zitten. Dit exemplaar was onmiskenbaar met zijn zwarte kruin, oogmasker en roestbruine zijkop, schouder en rugveren. Hij vloog een beetje rond, langs de ramen en tjilpte. Ik kon hem lokken met een stukje witbrood en hij at uit mijn hand. Ook dit exemplaar kwam mij een beetje suf over. Na een paar stukjes vliegen, landde hij op een muismat. Hij stond wankel en ‘wijdbeens’ op zijn pootjes en hij ademde zwaar door zijn enigszins geopende snavel. Ik kon hem gemakkelijk pakken en heb hem daarna buiten op een beschut plekje op het dek gezet.

Het suffe mannetje heb ik een kwartier vanaf een bankje op het dek bestudeerd. Ik verwachte dat hij wel zou omvallen, maar toen de twee wijfjes en een ander mannetje zich bij de brug vertoonden, leefde het mannetje op en ontstond er tussen beide mannetjes een vechtpartij die eindigde in een duidelijke poging tot paring. (Dat moet ik weer zien: homoseksueel gedrag bij de eerste twee mannetjes van de Kaapverdische mus die zich in Europa vertonen.)

iago_sparrow_two_males [Kees Moeliker]iago_sparrow_fight [Kees Moeliker]

Two male Iago sparrows in fight and in copula on deck of MS Plancius; Hansweert Harbour, The Netherlands, May 19, 2013 [Kees Moeliker]

Two male Iago sparrows in fight and in copula; Hansweert, The Netherlands, May 19, 2013 [Kees Moeliker]

Twee vragen houden vogelaars nu bezig. Ten eerste is er de brandende vraag die de soortenjagers stellen: mag ik de Kaapverdische mus ‘tellen’ – telt hij mee op de lijst van ‘wilde’ Nederlandse vogelsoorten. Ze hebben

Nederland duidelijk niet op eigen kracht bereikt, maar dat geldt ook voor de huiskraaien van Hoek van Holland die iedereen gretig op zijn of haar vogellijst gezet heeft. Als regel zou gelden dat de vogel die op een schip Nederlands grondgebied heeft bereikt, onderweg niet (bij)gevoerd mag zijn. Dat is bij deze Kaapverdische mussen wel gebeurd, maar mij boeit die discussie niet.

Wel boeiend is de tweede vraag: Wat nu? Hebben ze hier een overlevingskans, en zo ja, vormt deze exoot een bedreiging voor onze inheemse (avi)fauna, in het bijzonder voor de huismus (Passer domesticus) en de ringmus (Passer montanus)? Kunnen we ze maar beter (1) direct doden en opnemen in een natuurhistorische collectie, (2) diervriendelijk vangen en per vliegtuig terugvliegen naar hun moederland, of (3) gewoon met rust laten?

De biologie van de soort geeft enige aanwijzingen over de overlevingskansen en mogelijke concurrentie met onze eigen mussen. De Kaapverdische mus is een soort van een tropisch maar droog gebied, dat door de ligging in de oceaan relatief koel is. Kouder dan 20 graden Celsius wordt het er echter niet. In vergelijking met een nauw verwante soort van het Afrikaanse vasteland, de roestmus (Passer mitotensis), kan hij zelfs in een boomloze omgeving overleven en broedt hij overwegend in holen (in plaats van in bomen). Op de Kaapverdische Eilanden leeft hij in allerlei biotopen, uiteenlopend van droge lavavlakten, droge valleien en kustkliffen tot in cultuurland en in dorpen en steden. Op het eiland Sao Vicente, waar de huismus sinds 1923 voorkomt (na introductie door de mens), leven beide soorten in de stad Mindelo, en in het omringende verarmde cultuurland. De mussenkenner Dennis Summers-Smith zag in 1983 dat de verspreiding van beide soorten in die stad elkaar overlapte, maar stelde vast dat huismussen meer in de dichtbebouwde delen voorkomt, en de Kaapverdische mus overwegend in bomen op pleinen. Op het eiland Sao Tiago komt de Kaapverdische mus samen met de Spaanse mus voor. De Spaanse mus voornamelijk in de stad, de grotere dorpen en rijkere landbouwgronden, en de Kaapverdische juist in drogere gebieden met kleinere bomen. Hun voedsel wijkt niet af van dat van de huismus. Granen, (bloem)knoppen en insecten, allerlei (menselijk) afval in steden en dorpen.

Het is dus een flexibele soort, die naast andere mussensoorten (de Spaanse mus en de huismus) in cultuurland en steden kan leven. Ook het feit dat ze meeliftten met een schip getuigt van het opportunisme dat vele soorten in het genus Passer kenmerkt. Of ze ons gematigde zeeklimaat overleven is de vraag. Ik vond ze bij een buitentemperatuur van (vandaag) van hooguit 15 graden Celsius opvallend passief. Dat belooft niet veel goed bij winterse temperaturen.

iago_sparrow_in_hand [Kees Moeliker]

Male Iago sparrow, just before he was released outside on MS Plancius, May 19th, 2013. [Kees Moeliker

Optie 1 (verzamelen, opnemen in een museumcollectie) maakt een eind aan de discussie of ze nadelige invloed op onze inheemse vogels kunnen hebben en aan mogelijk leed dat ze te wachten staat (kou, verhongering). Het doden van dieren raakt echter een gevoelige snaar: mensen vinden het zielig en het zal verzet oproepen.

Optie 2 is overdreven. De soort is op de Kaapverdische Eilanden zeer algemeen en de vogels omwille van zeldzaamheid of de een of andere ‘bedreigde’ status weer terug brengen, is niet aan de orde.

Optie 3, de mussen met rust laten (lees: aan hun lot overlaten) is wat er  vermoedelijk zal gebeuren. Ik heb de bemanning geadviseerd om het voeren te stoppen. Doen ze dat niet dan blijven ze fijn aan boord van de Plancius die over drie weken naar Spitsbergen vertrekt. Daar zijn ze ook niet mee geholpen. Zonder voer zullen ze vermoedelijk van boord gaan. De tijd zal het leren of ze op Zuid-Beveland kunnen overleven. Ik denk van niet. Het dorpje Hansweert (waar ze gevoerd zouden kunnen worden) ligt op ongeveer 1 km afstand van de buitenhaven, en Kaapverdische mussen kennen de sperwer niet als roofvijand.

* Voor zover we weten. Eerdere gevallen van per schip meegelifte Kaapverdische mussen zijn niet bekend, maar niet ondenkbaar.

Dead Duck Day is approaching

dead duck day logoWednesday June 5th it is Dead Duck Day again. At exactly 17:55h we will honour the mallard that is known to science as the first (documented) ‘victim’ of homosexual necrophilia in that species. Please join for this short open air ceremony next to the new wing of the Natural History Museum Rotterdam, where the duck (now museum specimen NMR 9989-00232) has met his dramatic end. We will discuss (new) ways to prevent birds from colliding with glass (buildings) and the special Dead Duck Day Message of a prominent (duck) scientist will be read.

Dead Duck Day 2012 [photo Vera de Kok]I failed to report about last years Dead Duck Day (the 17th), so to get you into the mood, here is what happened on June 5th 2012. About 45 people attended, including two visitors from London. For the first time in history three live mallards (one female and two males) were present. About an hour before the ceremony started the female appeared on site, and during the event two male mallards joined. At 18:16h, right in front of the audience, the mallards caught full attention:  one male mounted the female and started to copulate. It looked like a clear case of heterosexual extra-pair copulation. [video, by Janneke Reedijk]

Then I read the Dead Duck Day 2012 Message, written by ornithologist Tim Birkhead

Science favours the prepared mind, they say and scientists achieveProfessor Tim Birkhead fame, or infamy, in different ways. Kees, your prepared mind allowed you to exploit a chance observation that made you and a homosexual pair of ducks famous. Somewhat less ignoble and less press-worthy, but no less exciting are the heterosexual encounters I’ve spent my career pursuing. The male Red-billed Buffalo Weaver of southern Africa for example, has a permanently erect false penis, the only bird to be so endowed. It also has an extraordinarily protracted copulation – 30 minutes, compared with just a couple seconds for most small birds. On top of all this, the Buffalo Weaver is also the only bird that experiences orgasm as it ejaculates. What’s going on? What indeed! When we first decided to study the Buffalo Weavers, a colleague suggested we might like to study those he had at his zoo. We went to have a look, but zoo population consisted only of males – yes, I know what you are thinking, but no, we decided against it. However, and as we walked through the giant aviary, one of the male Buffalo Weavers was copulating vigorously with a bemused-looking dove whose sex we could not ascertain. Have a wonderful celebration!

Tim Birkhead

Here are two pictures of the copulation that took place during the Dead Duck Day 2012 festivities (click on the picture for moving images).

rape Dead Duck Day 2012 [Janneke Reedijk]Post-copulatory behaviour, Dead Duck Day 2012 [Janneke Reedijk]

Pubic Lice, on The Daily Show

In February 2013, The Daily Show invited me to come to New York, to talk about my (still continuing) efforts to collect pubic louse specimens for the collection of the Natural History Museum Rotterdam. It was a pleasant experience to work with the professionals that produce this comedy news show. They even brought me to  trendy bar in Williamsburg, Brooklyn. The item aired on April 8th, 2013. Watch it here, or click on the image.

The Daily Show, 8 April 2013

The feared demise of the pubic louse is old news. It dates back to 2007, but the subject was revived again in january 2013, by a Bloomberg report.

My TED talk is online

The timing could not have been better: today, April 1, is the perfect day to post my TED 2013 talk. It is online now, on ted.com:

TEDclip

A bit of history about this TED-talk can be read here, and there. All about the duck: here and Dead Duck Day: link.

Erken de stad als biotoop!

Zondag 17 maart 2013 mocht ik weer eens een column uitspreken in het Radio 1 programma Vroege Vogels. Hij is hier te beluisteren en hieronder na te lezen:

U kent dat wel. Drukke kantoorbaan, te veel nevenactiviteiten, het huishouden, sociale verplichtingen: ik kom eigenlijk nooit meer ‘buiten in de natuur’. En met mij inmiddels de helft van de wereldbevolking die in steden woont. Wat ik mis is de frisse lucht, maar de planten en dieren die de stad als leefgebied hebben, maken veel goed. Ik hoef eigenlijk niet zo nodig naar het Naardermeer, de Ackersdijkse Plassen of naar andere postzegelgrote natuurgebieden. De stadsnatuur bevredigt mij dicht bij huis.slechtvalk op EMC-logo (Garry Balkker)

Neem nu de slechtvalken die de nieuwbouwtoren van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam als nieuwe hangplek hebben ontdekt. Een paartje van deze prachtige roofvogels zit regelmatig op de grote blauwe E van Erasmus in het logo dat hoog aan de gevel hangt. Ze overzien de stad en pendelen van daaruit naar de Maasbruggen. ‘Kijk, daar, een slechtvalk!’ zeg ik vaak tegen wandelaars in het Museumpark. Ik wijs dan naar het stipje op het 130 meter hoge gebouw of op een piepklein vogelsilhouet dat hoog in de lucht rondjes draait. Meestal krijg ik meewarige of ongelovige reacties en loopt men snel door, maar soms kan ik mijn verhaal kwijt over de slechtvalk die hoge bouwwerken als aanvulling op zijn natuurlijke leefgebied (klifkusten en ravijnen) heeft ontdekt.  Honderd paar broedt er al in Nederland, van Nijmegen tot Den Bosch en van Amsterdam tot Rijswijk, eigenlijk overal waar hoge gebouwen en andere hoge structuren met vrij uitzicht staan.

Rotsduiven, in de vorm van verwilderde postduiven, volgden dezelfde gang naar de steden en vormen nu het hoofdvoedsel van stadsslechtvalken. In Rotterdam vinden we het bewijs daarvan op de Willemsbrug: er liggen talloze afgekloven duivenkarkassen. Slechtvalken kijken ook al met een schuin oog naar een andere smakelijke stadsvogel, de halsbandparkiet die als exoot eigenlijk nog geen natuurlijke vijanden heeft. Nog even en die lawaaipapegaaien moet er ook aan geloven. De stad doet niet onder voor een natuurlijk ecosysteem.

Met de prognose dat in 2050 ongeveer 70% van de wereldbevolking in steden woont en dat steden groeien in aantal en qua oppervlakte, wordt dat leefgebied voor zowel mens, dier als plant steeds belangrijker. Het is de hoogste tijd de stad te erkennen als een biotoop in het rijtje regenwoud, woestijn en oceaan. Dat leefgebied is weliswaar door de mens gemaakt en heeft de mens als hoofdbewoner, maar dieren en planten vinden en verdienen er ook een plek. Dat maakt de stad tot een fijnere leefomgeving, niet alleen voor slechtvalken, stadsduiven en halsbandparkieten, maar vooral ook voor onszelf.

slechtvalk op EMC logo (Garry Bakker)

TED2013: ‘Hoe een dode eend mijn leven veranderde’

Over mijn indrukken op de TED2013 conferentie in Long Beach (California, USA) schreef ik onderstaand stuk voor NRC Handelsblad. Het werd onder de kop ‘Twaalf minuten spreken en dan hopen op miljarden views’  gepubliceerd op de mediapagina op 1 maart 2013, de dag nadat ik mijn talk hield.

In de lift van het hotel sta ik naast een man met een zwart baardje, blote voeten in Crocs en met een vreemde glasloze bril op zijn neus. De rechterpoot is dik, vierkant en op de hoek voor het oog zit venstertje waarvan ik denk dat het een camera is. We lopen samen op naar het Long Beach Performing Arts Center waar TED 2013 plaatsvindt. Hij stelt zich voor als Sergey Brin: “Ik werk bij Google”. We melden ons bij ‘speaker registration’, krijgen een reusachtige badge, een rugzak vol cadeautjes, en een handig geplastificeerd kaartje met ‘speaker appointments’. Ik spreek in sessie 9 dat als motto ‘Indelicate Conversation’ heeft. Een half uur voor aanvang van mijn talk moet ik mij melden voor hair & make-up, en er staan zelfs een technische doorloop en een repetitie op het programma. Terwijl ik onwennig rond kijk, slaat Sergey een bekende op zijn schouder. Het is Al Gore.TED2013overview

TED staat voor ‘Technology, Entertainment, Design’. De conferentie wordt sinds 1990 jaarlijks gehouden in Californië en gaat over ideas worth spreading. Sprekers, uiteenlopend van regeringsleiders, Nobelprijswinnaars tot mindere goden, zijn afkomstig van vrijwel alle continenten en krijgen zes, twaalf of achttien minuten spreektijd. Alle lezingen worden gefilmd en uiteindelijk op ted.com geplaatst, waar de TED-talks al een miljard keer bekeken zijn. Zij die er de volle vier dagen live bij willen zijn betalen minimaal 7500 dollar. Sprekers worden niet betaald. TED is een non-profit organisatie met een jaaromzet van 45 miljoen dollar. Volgens hetzelfde concept worden inmiddels overal ter wereld, onafhankelijk van TED, de zogenaamde TEDx conferenties gehouden. Nederland kent dergelijke bijeenkomsten in bijvoorbeeld Amsterdam, Rotterdam en Maastricht. TED sprekers en bezoekers, TEDsters genaamd, vormen een community, die als ik het goed begrijp, de wereld wil verbeteren.

Dit jaar zijn 33 sprekers – bijna de helft van het totale aantal – via een wereldwijde talentenjacht geworven. En zo ben ik in dit circus terecht gekomen. Afgelopen zomer werd ik gevraagd om in Amsterdam zes minuten te komen spreken over ‘wat mij bezielt’. Dat maakte kennelijk genoeg indruk om mij voor het echte werk uit te nodigen. Voor een eenvoudige Rotterdamse bioloog is dat wel wat anders dan een lezing in de bieb van Spijkenisse.

Al tijdens de repetities wordt me duidelijk dat ik in goed gezelschap ben. Neurowetenschapper Stuart Firestein oefent zijn voordracht over onwetendheid als drijvende kracht achter wetenschap en ecoloog Allan Savory foetert met de volgorde van zijn plaatjes over het tegengaan van verwoestijning door het inzetten van vee. Ik overleg met de toneelmeester over het inzetten van mijn ‘prop’, een opgezette eend.

Dan roept curator Chris Anderson ‘It is time for TED’. De eerste spreker is de econoom Robert J. Gordon. Hij ziet een onontkoombaar einde aan economische groei. Ook Sergey komt aan het woord. Hij blijkt een van de briljante en inmiddels vermogende oprichters van Google te zijn, en zijn ‘bril’ heet Google Glass – een soort smartphone die handsfree werkt (met stemherkenning) en er voor zorgt dat je het directe oogcontact met je omgeving niet verliest. Popmuzikant Bono slaat de 1500 toehoorders met cijfers over wereldwijde extreme armoede om de oren en bekent dat hij nu geen activist maar ‘factivist’ is. Hij ziet verbetering in de getallen, maar stelt vast dat corruptie de vooruitgang blokkeert. Toch is er hoop, zegt hij, want ‘The power of the people is stronger than the people in power’.

Uiteindelijk gaan ook mijn 12 minuten in waarin ik vertel hoe een dode eend mijn leven veranderde. Als ontdekker van homoseksuele necrofilie bij wilde eenden werd ik een vergaarbak van opmerkelijk diergedrag, en met de verhalen daarover verbaas en amuseer ik een breed publiek. Ook hier bij TED. [foto's James Duncan Davidson]

Today is my TED talk

Today, Thursday 28 February 2013 is my talk at TED2013. I am scheduled to speak in session 9 ‘Indelicate conversations’ from 14.15h onwards (for 12 minutes). My topic is ‘How a dead duck changed my life‘ and I even have some fresh necrophilia news. It still feels a bit unreal, but my badge tells me it is true: I will speak at TED.

TED2013Badge

My way to TED2013 – part 1: [EXTREMELY URGENT]

 TED AmsterdamTalent Search (Photo: James Duncan Davidson)On Monday, June 18th 2012 I discovered an e-mail in the ever growing pile of spam, titled ‘Kees Moeliker | Invitation to TED@Amsterdam [EXTREMELY URGENT]’. It was send a week earlier by Kelly Stoetzel, TED Content Director, based in New York:

Dear Kees, We’ve been following your work and are excited to invite you to come and give a short 6-minute talk at our TED@Amsterdam salon event, taking place the evening of Wednesday June 20, 2012. Some of the speakers for TED@Amsterdam have applied to participate and have been chosen from a group of applicants … but we wanted to be sure to involve people whose work we’ve had on our radar and admired, and that’s why we’re writing to you.

Thanks to the weird selection criteria of my spam filter, this was a short-notice invitation, but I gladly accepted it. I had a good experience speaking at TEDxRotterdam in 2011, and liked the idea to perform in Boom Chicago, the comedy club where the ‘TED salon’ would take place.

Minutes after I agreed to participate, my e-mail box filled with nice messages from various TED-people, about my slides, with forms to be signed, with call-sheets and rehearsing times. Yes, REHEARSING TIMES. I politely replied that I could not make it to the American Hotel the next day, for rehearsals. I had to work, bring kids to school, and – minor detail – prepare my talk. With friendly perseverance, the sweet TED-production team offered me the opportunity to rehearse my talk that Wednesday, in the early morning. I soon learned the secret of the TED-talk is practice, practice, and practice. So I took an early train to Amsterdam and reported at the American Hotel at 8.30 am. Fueled with remarkable good coffee, I gave my talk ‘How a dead duck changed my life’, showing slides on a macbook, right in front of TED curator Chris Anderson, Content Director Kelly Stoetzel and some of my fellow speakers. Chris smiled, and said: ‘Don’t change a thing!’. That was nice feedback.

After talking to my fellow speakers, I slowly realized I was taking part in a TED world wide talent search. Hundreds of speakers, from all over Europe had applied for this opportunity to speak, only twenty were invited to come to Amsterdam. The aim: to get selected as a speaker for TED2013, in Long Beach, California.

I truly enjoyed taking part in this thoroughly organized event. [Thanks for the unforgettable e-mail, Sean: "If you are not at the venue you are LATE! Come immediately. You were supposed to be here at 1:15p"]

The evening in Boom Chicago, including giving my own talk there, was very inspiring. My fellow speakers are among the most remarkable people I had ever met, to name just a few Linda Monique, Peter Holmes a Court, Bas Lansdorp, Sabatina James, Kate Stone, Jeroen van Loon, and Rasmus Ankerson. And the audience even included some friends!

In summer, the voting started on a special website with video-registration of all talks.

Completely unexpected (I somehow suspected they had added me to the speakers list for some ‘couleur locale’), TED e-mailed me on 28 September 2012:

Dear Kees, Thank you so much for participating in our TED Worldwide Talent Search and for the time and effort you put into preparing for it. We heard a whopping 293 talks and performances in the 14 different cities, and had to narrow our choices for the Long Beach TED stage to just a tiny subset of that.

We’re thrilled to invite you to come and speak at TED2013!

We can offer you 12 minutes on the stage this time around, and we can’t wait for the rest of the TED community to hear your story.

I am thrilled too! Stay tuned.

TED Talent Search Amsterdam June2012.

Een stervende bultrug op het strand, is dat zielig?

De laatste populatieschatting van de bultrug (Megaptera novaeangliae) komt uit op een aantal van 60.000, waarvan een dikke 11.000 (PDF) in de noordelijke Atlantische Oceaan. Dat is een mooi aantal voor een groot zeezoogdier en reden voor de IUCN om de soort de status ‘least concern‘ te geven: geen reden tot zorg (voor uitsterven). Van die gezonde populatie van 60.000 bultruggen gaan er ook exemplaren dood. Zo gaat dat. Ze sterven van ouderdom, aan ziekten, door ongelukken, noem maar op. Ze blazen kun laatste adem uit en zinken naar de zeebodem, waar de kadavers een rijk substraat vormen voor ander leven. Niemand ziet dat, niemand vindt dat zielig.

Soms verdwalen bultruggen, ze zijn dan meestal al ziek of zwak. Hun leefgebied is diep water, open zee. In de ondiepe Noordzee, een fuik met als enige zuidelijke uitweg het Nauw van Calais, is de kans groot ze stranden, op het strand, op een zandbank of in een andere ondiepte. Potvissen, vinvissen, bulruggen en andere grote zeezoogdieren die in onze kustwateren terechtkomen, eindigen meestal dood op het strand (en vervolgens als skelet in een natuurhistorisch museum). De een spoelt dood aan, de ander levend, maar het einde – de dood -  is onherroepelijk. Is dat zielig?

Wanneer een walvis voor de ogen van mensen en televisiecamera’s sterft, ontstaat de drang om te helpen, om in te grijpen, om de walvis te redden van de dood. Het is natuurlijk ook zielig zo’n hulpeloos dier, zeker als het oog van de arme walvis je hoopvol aankijkt. Met emotie als belangrijkste drijfveer wordt er met man en macht aan het 20.000 kilo zware dier getrokken, in de hoop dat hij weer doorzwemt. En dan? Slaat hij bij wijze van laatste groet met zijn staart, pinken de redders een traantje weg, en kiest hij het ruime sop? Nee, de kans is groot dat het zieke, verzwakte dier alsnog sterft, opnieuw aanspoelt of naar de zeebodem zinkt. In het laatste geval ziet niemand dat, en vindt niemand het zielig.

Het verhaal van de Texelse bultrug is vergelijkbaar met het verhaal Morgan de orka en Happy Feet de pinguïn. Ze waren beter af geweest als ze met rust gelaten waren.

Moderne prikkebeen

De legendarische ‘Hoger Opgeleide Vlo’ (Paul Steenhuis) bracht in 2011 ‘Al het nieuws dat kriebelt’ op de Achterpagina van NRC Handelsblad. Op vrijdag 2 november 2012 keerde hij onverwacht terug in de krant met – jawel – een fijne bespreking van ‘De bilnaad van de teek‘:

Moeliker behandelt met humor en kennis van zaken onbekende kanten van het dierenleven, en springt van dier naar dier als een dorstige vlo.